Digitaal interview: Wie is Jan Bult?


Je bent de oprichter van een e-zine voor scholieren, je hebt aan de wieg gestaan van een aantal websites, je bent ook betrokken bij de
software van de Stereditie van de methode Nieuw Nederlands.Kun je nog wat meer vertellen jezelf en over je digitale activiteiten?
Hoe lang doe je dit al? Waarom doe je het?

 

Ik ben Jan Bult (1968) en docent Nederlands. Ik geef les op twee scholen in Groningen: het Alfa-college (http://www.alfa-college.nl) en het Luzac College (http://www.luzac.nl). Naast mijn werk als docent, werk ik voor Wolters-Noordhoff als auteur. In mijn vrije tijd (zeer schaars) onderhoud ik verschillende sites en geef ik een e-mailkrantje uit.

 

De webmeester

Toen ik begon met lesgeven (in 1996) kreeg ik van een studiegenoot de mogelijkheid zijn baantje over te nemen bij NederCom in Roden. Dit bedrijfje maakt(e) software voor het onderwijs. Voor de methode Nieuw Nederlands leverde dit bedrijf aanvullende software met spellingsoefeningen. Mij werd gevraagd oefeningen te schrijven. Toen ik echter een diskette meekreeg met de software bleek mijn oude computer er helemaal niets mee te kunnen. Ik heb toen besloten om een nieuwe computer te kopen en heb direct maar alles erbij genomen (dus - inclusief een modem). Op 1 september 1996 verzond ik mijn allereerste e-mail ooit en surfte ik voor het eerst rond op het internet. Ik was verkocht.

 

Vanaf toen ging het allemaal snel. Omdat ik voor NederCom oefeningen had gemaakt die bij de methode Nieuw Nederlands hoorden, kwam ik in contact met Wolters-Noordhoff waar de uitgever Nederlands iemand nodig had om de methodesite te onderhouden. Ik was een van de weinige docenten die "iets met het internet" konden en ook nog verstand had van de methode. Ik heb enkele jaren voor Wolters-Noordhoff de site onderhouden en ook oefeningen en lesideeŽn geschreven. De site is nog steeds in 'de lucht': http://editie97.nieuwnederlands.wolters.nl, maar omdat Wolters-Noordhoff nu voor Šlle vakken een methodesite heeft opgezet, is dit ondergebracht bij de it-afdeling van de uitgever.

 

Omdat ik voor Wolters-Noordhoff de site onderhield, werd ik van andere projecten die met internet of software te maken hadden op de hoogte gehouden. En ook voor recent opgestarte projecten hebben ze mijn hulp ingeroepen. Ik werk sinds anderhalf jaar mee aan de stertrainer. Dit is een cd-rom die bij de Ster-editie van Nieuw Nederlands hoort. De cd-rom is gericht op de vaardigheid Schrijven. De leerlingen krijgen oefeningen aangeboden op de cd-rom en leren met de tekstverwerker werken. Ook krijgen ze extra oefeningen spelling, taal en grammatica aangeboden.

Meer info via http://www.nieuwnederlands.wolters.nl/

 

Ook ben ik betrokken bij de nieuwe MixedMediaMethode voor de tweede fase-delen van Nieuw Nederlands. Ook hiervoor schrijf ik oefeningen.

I-module, zoals de digitale versie heet, wordt als aanvulling aangeboden bij de bovenbouwmethoden vanaf de komende zomer.

 

Omdat ik op het internet allemaal mooie sites tegenkwam die voor middelbare scholieren interessant zouden kunnen zijn, ben ik met een e-mailkrantje begonnen. Dat was in 1997. Na de zomer (om precies te zijn op 29 augustus 1997) verscheen het eerste nummer van 's COOL-zine. Ik begon met 180 abonnees. Het uitgangspunt is altijd geweest dat ik via dit e-mailkrantje leerlingen tips wilde aanbieden waarmee ze het internet nuttig konden gebruiken voor school.

Halverwege de tweede jaargang moest ik de naam van het e-mailkrantje wijzigen omdat een bedrijf een op jongeren gerichte site oprichtte met de naam SCOOL (nooit iets geworden). Ik heb toen de naam gewijzigd in ON-WIJS; wat een combinatie is van ONderWIJS Online: http://www.on-wijs.nl/.

 

Dit jaar is de zesde jaargang en ik denk dat het een van de langstbestaande

e-mailkrantjes is, die op dit moment bestaan. Het aantal abonnees is echter

nooit explosief gestegen. Het aantal is altijd blijven hangen tussen de 1600 en de 2000.

 

In ON-WIJS publiceer is dus altijd nieuwe links. Ik vond het jammer dat er niet ergens een verzamelplaats was voor deze links en dus ben ik in 2000 begonnen met een startpagina voor middelbare scholieren: http://www.studiehuis.net/. Alle links die genoemd worden in ON-WIJS zijn op die sites terug te vinden. De basis was een site waar ik links naar uittrekselpagina's vermeldde. Dat kwam me vaak op hoongelach te staan, als ik mijn leerlingen vertelde dat ik zo'n site beheerde.

 

Inmiddels beheer ik enkele sites die gericht zijn op middelbare scholieren. Ik vind het hartstikke leuk om sites te maken en te beheren. http://www.leesdossier.com/ is op dit moment de best bezochte site met (de laatste maanden) meer dan 100 bezoekers per dag.

 

Overigens heb ik nog een domeinnaam over. Als er iemand behoefte heeft om de domeinnaam http://www.toetsen.net over te kopen, dan hoor ik dat graag.

 

Ook voor mijn eigen leerlingen beheer ik enkele pagina's. Op de sites bied ik mijn leerlingen het materiaal aan dat ik in de lessen uitdeel. Zo zijn er planningen, stappenplannen, instructies en ander materiaal te vinden. Leerlingen vinden het erg prettig dat dit beschikbaar is. Vaak worden kopieŽn vergeten of raken ze kwijt. Ook een leeg boekverslag wordt vaak gedownload. Dan hoeven de leerlingen niet alles over te typen. http://www.bult.net/alfa en http://www.bult.net/luzac



Je surft vast heel veel op internet: hoeveel uur gemiddeld per dag/nacht?

Tja - dat is bijna een gewetensvraag aan het worden. Internet is een belangrijk deel van mijn werk geworden. Wanneer ik thuis ben en aan het werk ben voor school of voor Wolters-Noordhoff, staat mijn computer aan en dus ook het internet (kabelverbinding). Laat ik het zo zeggen: er gaat geen dag voorbij zonder het internet.

Je ict-activiteiten richten zich voornamelijk op leerlingen. Wat zijn volgens jou de belangrijkste verschillen tussen ict-gebruik door
leerlingen en ict-gebruik door docenten, speciaal docenten Nederlands?

Ik heb gemerkt de laatste jaren dat leerlingen het internet veel gebruiken. Ze gebruik het internet als bron, als communicatieplaats (chatten) en als communicatiemiddel (mailen en msn). In het internetgebruik voor school, valt me wel een paar dingen op. Leerlingen lopen m.i. steeds vaker tegen de volgende twee problemen aan.

1) Ze weten niet kritisch om te gaan met het internet als bron. Leerlingen halen veel materiaal op van het internet. Dit gaat vaak op de simpele manier van selecteren, kopiŽren en plakken (en voila - er is weer een werkstuk klaar). Veel leerlingen valt niet eens op dat er soms fouten in de tekst staan, dat er verwijzingen in de tekst staan die niet kloppen of die niet van toepassing zijn (bijvoorbeeld namen en jaartallen die door andere leerlingen van andere scholen in een verslag gezet zijn). Maar ze benaderen ook niet kritisch de bron. Leerlingen halen met het grootste gemak een artikel van de site van het NRC Handelsblad, maar ook van een site van een basisschoolleerling: het verschil valt ze niet eens op. Bovendien wordt bijna nooit de bron op de juiste manier vermeld.

2) Leerlingen kunnen niet zoeken. Het gebruik van zoekmachines is een vaardigheid die ze niet onder de knie hebben. Dat betekent dat leerlingen in het wilde weg sites gaan bekijken en niet de juiste informatie kunnen vinden. Met de slotconclusie: 'er is nergens wat te vinden over dit onderwerp..' Trouwens; als je ze vraagt of ze in de bibliotheek zijn geweest, kijken ze je aan alsof je van een andere planeet komt.

 

Nu het verschil. Ik vind dat docenten het internet onnodig wantrouwen. Veel meer dan leerlingen, die er vertrouwd mee zijn. Veel docenten weten niet met het medium om te gaan en plotseling blijkt in hun beleving dan ook alles van het internet te komen. Regelmatig krijg ik collega's bij me die het zaakje niet vertrouwen en boven alles een bewijs in handen willen hebben (oftewel een printje van de desbetreffende internetpagina).

Het getuigt van onzekerheid ten opzichte van het internet en ten opzichte van de leerlingen.

Ik probeer mijn leerlingen aan te leren om de bronnen te vermelden en op die manier hun te leren het internet te gebruiken als bron, net zoals ze een boek gebruiken. Natuurlijk zoek ik wel eens op Google of er niet een kopietje te vinden is van het verslag dat voor me ligt, maar je kunt al wel snel merken of een verslag van een leerling is of niet. Ik zeg altijd: ik vind het helemaal niet erg als je het internet gebruikt, sterker nog, ik stimuleer dat, maar ik wil dat je eerlijk aangeeft, wat je van het internet hebt gehaald en waarvandaan.

 

Leerlingen weten het bestaan van mijn sites en weten ook dat ik regelmatigonline ben. Ik hoor soms wel eens leerlingen tegen elkaar zeggen: "bij

Meneer Bult kun je niets van internet halen, hij zet het zelf online! Hij weet alle sites.." Eigenlijk geven de leerlingen daarmee aan dat ze perfect aanvoelen welke docenten zich onzeker voelen over kopieer- en plakwerk van de leerlingen.



In de laatste nieuwsbrief van de Vakcommunity Nederlands, zie http://www.digischool.nl/ne/community/, vertelt een student van de
lerarenopleiding iets over de mails die hij van leerlingen ontvangt via het vaklokaal Nederlands van de digitale school. Hij vraagt om
'regels' voor het mailen. Heb jij daar wat suggesties voor? Heb je ook tips voor hoe je omgaat met persoonlijke gegevens op internet?

 

Communicatie met leerlingen is heel belangrijk. Ik heb als nickname op een site een keer de naam webmeester gebruikt. Zo voel ik me ook wel eens. Alle leerlingen geef ik mijn e-mailadres en ik vraag ook de e-mailadressen van de leerlingen. Contact met mijn mentorleerlingen vindt vaak plaats via het internet (msn of e-mail). Verslagen laat ik soms via e-mail insturen en regelmatig laat ik leerlingen mij mailen om afspraken te maken voor mondelingen, inleverdata en dergelijke.

 

Via het internet heb ik vrij veel contact met leerlingen. De meeste gesprekken gaan over school en de werkstukken die ingeleverd moeten worden. Leerlingen geven ook aan dat het handig is dat ik zo vaak online ben. Een vraagje over het huiswerk of een vraag naar een instructie is een kleine moeite.

 

Contact met leerlingen op school is anders, dan contact met leerlingen via internet. En er is ook nog een duidelijker verschil tussen het msn-gebruik en het mailgebruik. Een goed voorbeeld vind ik het contact met mijn mentorleerlingen. Omdat ik weinig tussenuren heb is het altijd lastig om een tijdstip te vinden om mijn mentorleerlingen te spreken. Wanneer ze online zijn, zoek ik vaak contact via msn. Ik heb gemerkt dat het voor leerlingen gemakkelijker is om hun verhaal te vertellen via msn dan in een mentorgesprek. Volgens mij zijn er enkele redenen voor:

 

1e reden: een mentorgesprek is erg formeel (je gaat met een leerling een leeg lokaal opzoeken en dan stel je de vraag 'vertel eens, hoe gaat het met je?'. Contact via msn is toevallig en ook wanneer het beiden uitkomt.

 

2e reden: je kunt elkaar niet zien en dat is blijkbaar drempelverhogend om

moeilijke verhalen te vertellen.

 

De enige regel in het contact met leerlingen via mail en msn is dat je je gezonde verstand moet gebruiken en dat je je altijd moet realiseren dat jij de docent bent en blijft. Leerlingen hebben de neiging om via mail en via msn vriendschappelijker te worden. Als ze volgens jou een grens overgaan, kun je daar gewoon eerlijk iets van zeggen.

 

En over het vermelden van persoonlijke gegevens? Op het internet zijn van mij geen adresgegevens te vinden. Ook telefoonnummers zijn uit den boze. Ze staan in het schoolboekje en dat is voldoende. Mijn e-mailadres mogen ze allemaal hebben en dan bepaal ik immers wel of ik reageer.



Kun je iets vertellen over reacties die je ontvangt, zowel van leerlingen als van docenten, op je e-zine, op de websites en op de
software van Nieuw Nederlands?

 

Het leuke aan het publiceren van een e-zine, zijn de reacties. Van leerlingen krijg ik regelmatig hulpvragen (naar boekverslagen, over reglementen en over gebeurtenissen op school). Ik heb ook gemerkt dat een groot aantal docenten, ouders en onderwijsmedewerkers abonnee zijn. Ook zij reageren regelmatig met complimenten, vragen en opmerkingen. Ik heb begrepen dat mijn e-zine vaak gebruikt wordt als bron. Links worden overgenomen en gepubliceerd in docenteninformatiekrantjes en tips worden aan leerlingen doorgegeven.

 

De laatste twee jaargangen begin ik mijn e-zine altijd met een voorval, gebeurtenis, belevenis van mij als docent. Ook daar reageren steeds vaker abonnees op; collega's zelfs vaker dan leerlingen omdat het allemaal zo herkenbaar is.



Je bent ook nog werkzaam als docent Nederlands. Hoe gebruiken je leerlingen je e-zine, websites en software? Geef je ze speciale
opdrachten? Zo ja: kun je daar voorbeelden van geven? Gebruiken je collega's op school jouw materiaal ook? Zo ja: hoe?

 

Enkele leerlingen en collega's zijn geabonneerd op ON-WIJS. Collega's zijn altijd nieuwsgierig naar de leerlingen die in de voorwoordjes genoemd worden (ik noem die leerlingen alleen met 1 letter en dus anoniem).

 

De sites die ik beheer, gebruiken de leerlingen dus intensief. Ook naar de site Studiehuis.net verwijs ik vaak, omdat ik weet welke sites waar genoemd staan op de afdeling voor Nederlands http://www.studiehuis.net/nederlands.

Bij verschillende leesdossieropdrachten (in de instructiemap) staan ook verwijzingen naar sites (poŽzie, literatuurgeschiedenis, verfilmde literatuur, uittreksels).

 

De leerlingen van het Luzac College mogen leesdossieropdrachten van mijn site halen: http://www.leesdossier.com. De opdrachten zijn gekoppeld aan een boek. Deze opdrachten heb ik allemaal zelf gemaakt en bedacht en daarom mogen mijn leerlingen die gebruiken.

 

Collega's maken soms gebruik van mijn site. De lege boekverslagen (word-documenten) van Engels en Duits heb ik ook op mijn site geplaatst.



Kun je iets vertellen over hoe er bij educatieve uitgevers gedacht wordt over de ontwikkelingen op internet? Hoe lang blijven de fraaie,
op glanzend papier en in full colour uitgegeven schoolboeken nog verschijnen? Wat vind jij zelf?

 

Internet werd (en wordt) altijd gezien als de toekomst voor het onderwijs. Het idee was dat je alles via het internet kan doen: het volgen van de lessen, het werken in groepjes in virtuele werkomgevingen, het maken van allemaal oefeningen en het opzoeken van materiaal.

 

Ik geloof niet dat je alles zo eenzijdig moet bekijken. Internet blijft een mooi en handig medium. Het is nog lang niet uitontwikkeld en ik denk dat er nog mooie toepassingen ontstaan in de toekomst.

 

Het probleem waar iedereen tegen aanloopt is, dat het opzetten en onderhouden van internetsites geld kost. Uitgevers, de overheid en ook afzonderlijke scholen pompen vele miljoenen euro's in allerlei internettoepassingen die heel erg mooi en nuttig zijn, maar uiteindelijk alleen maar geld kosten. Een uitgeverij wil winst maken en dus moet je als bedrijf goed kijken op welke manieren je geld kunt verdienen aan de oefeningen en de informatie die je online zet. Maar ook een school wil geen geld stoppen in een internettoepassing die bijna niet gebruikt wordt.

Ik denk dat de trend:betalen voor content, zich verder zal voorzetten. Inmiddels zijn de online kranten al zover dat ze verschillende artikelen niet meer aanbieden aan internetters die geen abonnee zijn.

 

 

Daarnaast merk je dat het internet volloopt. Er zijn teveel portals (zoals Kennisnet) en er is teveel materiaal dat niet overzichtelijk gerangschikt is. Het internet kent geen inhoudsopgave en daarom is het lastig om de juiste informatie te vinden.

Ik verwacht dat dat een steeds groter probleem wordt en dat leerlingen zich steeds meer gaan richten op bepaalde communities waaruit ze het internet zullen gaan ontdekken, bijvoorbeeld http://www.msn.nl of http://www.cu2.nl.

Wat vind je van de nieuwe ontwikkelingen op internet, zoals weblogs, het concept webquests en Vakwijzer: de zoekmachine
voor het onderwijs?

Weblogs zijn een hype op dit moment. Ik vind het bizar dat mensen al hun persoonlijke informatie online zetten. Maar daarentegen vind ik het mooi dat internetters overal op de wereld online dagboeken bijhouden. Het moet geweldig zijn om over honderd jaar zulke historische en tijdgebonden verhalen door te lezen. Zelf ben ik ook aan het nadenken over een nieuwe opzet voor ON-WIJS en het opstarten van een weblog staat ook op het lijstje.

 

Webquests. De webwedstrijden die ThinkQuest organiseert, leveren wereldwijd geweldig mooie educatieve sites op. Ik denk dat er nog vele zullen volgen. Het is in mijn ogen ook een manier om goede onderzoeken beschikbaar te stellen aan de wereld. Hoeveel leesdossier, practische opdrachten en profielwerkstukken verdwijnen er jaarlijks niet in de oud papierbak. ZONDE! Al die onderzoekjes zouden op een plaats verzameld moeten worden en beschikbaar gesteld moeten worden. (Ik heb geen tijd, anders was er al een site geweest.)

 

Een zoekmachine kan alleen maar nuttig zijn als leerlingen er mee kunnen werken. Maar, zoals al hiervoor opgemerkt, aan deze ontwikkeling kun je wel zien dat het internet zich in verschillende (thema)internets gaat verdelen.

Heb je nog tips voor collega's die ICT in het vak Nederlands gebruiken of willen gaan gebruiken?

Mailen! jan@bult.net Ik heb genoeg tips.