Tjalling Talma

Op- en aanmerkingen over dit lesmateriaal? Mail Carien Bakker: C.H.W.Bakker@uclo.rug.nl en/of Tjalling Talma : t.talma@student.rug.nl

 

LeesoriŽntatie, Gebr. ĖTed van Lieshout

 

Doelgroep: brugklas mavo/havo/vwo

 

Tijd: 20 minuten

 

Lesmateriaal:alinea 1 van p. 9, om voor te lezen

††††††††††††††††††††††† kopie van p. 14-15

 

Planning: De volgende onderdelen komen aan de orde:

1.      De docent vraagt aan de leerlingen wie van hen een dagboek bijhoudt. In een aansluitend gesprek vraagt hij hoe vaak ze in hun dagboek schrijven en wat ze erin schrijven. Vervolgens vraagt hij wat de leerlingen ervan zouden vinden als iemand in hun dagboek zou lezen.

2.      De docent vertelt dat de hoofdpersoon (Lukas) in het boek Gebr. van Ted van Lieshout in het dagboek van zijn broertje Marius (liefkozend Maus genoemd) schrijft. De docent leest de eerste alinea van p. 9 voor en vraagt de leerlingen de volgende vragen te beantwoorden: waarom zou de hoofdpersoon in het dagboek van zijn broertje schrijven en wat vind je ervan dat hij dat doet? De docent vraagt enkele leerlingen hun antwoorden voor te lezen en vraagt de andere leerlingen daarop te reageren.

3.      De docent vertelt dat het broertje van de hoofdpersoon aan een mysterieuze ziekte is overleden en dat hun moeder al zijn spullen wil verbranden, om zo afscheid van hem te kunnen nemen. De docent vraagt de leerlingen het fragment op p. 14-15 te lezen en laat hen schriftelijk reageren op de vraag wat ze nu vinden van het feit dat Lukas in Mausí dagboek schrijft en wat ze zelf zouden doen om het dagboek van Marius te redden en of ze denken dat Lukasí plannetje zal slagen. De docent vraagt een aantal leerlingen naar hun antwoord op (een van) de vragen en vraagt de andere leerlingen daarop te reageren.

4.      De docent vraagt de leerlingen wie nieuwsgierig is geworden naar de inhoud van hetgeen Lukas in Mausí dagboek heeft geschreven en naar de afloop van het verhaal.

5.      De docent schrijft de titel en de auteur van het boek op het bord en nodigt de leerlingen uit die in hun schrift of agenda te schrijven.

 

Literatuur: Lieshout, Ted van. Gebr. Amsterdam: Van Goor, 1996.

 

Lesmateriaal:

 

Fragment p. 9

 

Alaaf Maus,

 

Dit is niet het begin. Dit is het einde van jouw dagboek. Ik ben naar je kamer geslopen en heb stiekem in de laden van je bureau gezocht tot ik je dagboek vond.Dat heb ik meegesmokkeld, opengeslagen en doorgebladerd tot de eerste lege bladzijde, en toen ben ik gaan schrijven.Nee, ik heb niet gelezen wat jŪj geschreven hebt. Echt niet. Eerlijk niet. Volgens mij is er een wet die het verbiedt om zonder toestemming andermans dagboek te lezen. Misschien is er ook wel een wet die zegt dat je niet in andermans dagboek mag schrŪjven. Maar ik doe het toch.

 

Fragment p. 14-15

 

Toen mam gezegd had dat ze ŗl je spullen wil verbranden, moest ik ineens denken aan het dagboek dat ik je twee jaar geleden voor je dertiende verjaardag gegeven heb. Ik dacht: zou ze dat ůůk willen opstoken? Ik heb het expres niet gevraagd, omdat ik niet weet of ze zich herinnert dat dit dagboek bestaat. Hopelijk is ze het vergeten. Ik zou het namelijk verschrikkelijk vinden als ze het in de vlammen smijt. Dan is het net of ze ook je gedachten wil verbranden en waar is dat voor nodig?

††††††††††† Daarom heb ik jouw dagboek in het geniep uit je bureau gestolen. Gestolen, want mam heeft uitdrukkelijk gezegd dat ik van je privťspullen af moest blijven. Ik heb het tůch gedaan omdat ik het volgende heb besloten: ik schrijf in je dagboek zodat ook mŪjn gedachten erin staan. Als mam zich dan je dagboek herinnert en het wil verbranden, kan ik dat verbieden omdat ze dan ook mŪjn opgeschreven gedachten verbrandt! Zo simpel is dat.

††††††††††† Zie je Maus, ik zit niet met mijn neus in je dagboek omdat ik zo nieuwgierig ben naar wat jij geschreven hebt (al ben ik dat natuurlijk wel); door in je dagboek te schrijven kan ik het redden. Zo blijft er tůch iets van je bestaan.

††††††††††† Ik heb alleen geen idee wat ik verder nog moet schrijven. Of zou dit al genoeg zijn?

 


Toelichting op de leesoriŽntatie

 

1.      Ik heb voor dit boek gekozen, omdat het een bijzonder mooi geschreven, gevoelig boek is, dat op een voor jongeren begrijpelijke manier volwassen themaís behandelt (homosexualiteit, dood). Daarnaast vond ik het gekozen vertelperspectief, een jongen die in het dagboek van zijn overleden broertje zijn gevoelens, onder andere met betrekking tot diens dood, verwoordt erg origineel. Ook nodigt het boek zeer uit tot lezen, doordat het de lezer nieuwsgierig maakt naar het slagen van het plan van de hoofdpersoon.

2.      Eventuele struikelblokken voor de doelgroep kunnen zijn:

-         identificatie met de hoofdpersoon: dit is een jongen die worstelt met de dood van zijn broertje en met zijn ontluikende homoseksualiteit. Dit zijn problemen die nauwelijks spelen voor de doelgroep.

-         beschrijving van dialogen: het is soms moeilijk te bepalen wie van de gespreksdeelnemers aan het woord is. Dit wordt nog bemoeilijkt door het gegeven dat beide broers in het dagboek complete gevoerde gesprekken beschrijven. De schrijver geeft niet altijd even goed aan wie aan het woord is.

-         het behandelt nogal zware themaís: dood/verlies van een geliefde en homoseksualiteit. Een dergelijk boek kan voor jongeren minder uitnodigend zijn dan een boek dat vrolijker themaís behandelt.

3.      De nadruk ligt bij deze leesoriŽntatie op leesplezier. Het doel is om de leerlingen nieuwgierig temaken naar het verhaal en de afloop ervan en ze aan te sporen het boek te gaan lezen.

4.      Ik heb deze fragmenten geselecteerd, omdat ze uit het begin van het verhaal komen. Er is dan in het verhaal nog niet zoveel gebeurd en de docent hoeft vooraf weinig informatie te verstrekken om de leerlingen op de hoogte te stellen van de voorgeschiedenis.

5.      Mijn opzet bij deze leesoriŽntatie is om leerlingen nieuwsgierig te maken naar de inhoud van het boek. Dit hoop ik te bereiken door hen te laten nadenken over enkele elementen uit het verhaal en door hen hun mening daarover te laten formuleren. Ik heb voor deze volgorde gekozen, omdat na fragment 1 nog niet duidelijk is waarom de hoofdpersoon in het dagboek van zijn broertje schrijft. Na lezing van dit fragment kan de docent de leerlingen aan het denken zetten over het waarom van de daden van de hoofdpersoon. Deze worden in fragment twee verklaard, zodat de mening van de leerlingen hierover dan waarschijnlijk verandert. Door enkele leerlingen hun antwoorden op de vragen voor te laten lezen en anderen daarop te laten reageren kan zich een discussie ontwikkelen, die de interesse voor het verhaal kan verhogen.