VVM-Nieuws

 

 


Nieuwsbrief van de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici – 16 - 3,
maart-april-mei 2004

 

 

 


Secretariaat: p/a UA- Centrum Nascholing Onderwijs (CNO, voorheen CBL en CVD),

Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk

 

Verantwoordelijke uitgever.: M. Smolenaers, Galgenbergstraat 73A – 3511 Kuringen

 

 
 

In deze nieuwsbrief:

 

Ø      Intro – p. 1-2

Ø      Vocation (Toespraak Hugo de Jonghe) – p. 2-3

Ø      Het Nederlandse literatuuronderwijs kop van Jut in “Ons Erfdeel” (Jg. 47 – februari 2004) – aanzet tot burgerlijke ongehoorzaamheid. (Ghislain Duchâteau) – p. 4-5

Ø      Hebban olla vogala …
Radio-interview met de Nederlandse mediëvist Frits van Oostrom (G.D.) – p. 5-6

Ø      Brief aan de Nederlandse Taalunie d.d.6/1/2004 n.a.v. de VVM-studiedag over Taalcompetenties 17/10/2003 – p. 7-9

Ø      Tijdschriftenoverzicht op de site van de Nederlandse Taalunie Taalunieversum – p. 9-10

Ø      Conferenties van het Schoolvak Nederlands HSN – 17 in Utrecht - HSN-18  in november 2004 in Antwerpen. – p. 10

Ø      Over de Vakcommunity Nederlands in Levende Talen Magazine maart 2004 jg. 91/3 blz. 14-16 – p. 11-12

Ø      De educatieve master Nederlands in Nederland – p. 12-18

Ø      Colofon – p.18.




***

 

 

Intro

Terug

Met wat vertraging maar toch met genoegen kunnen wij aan onze leden van de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici en ook aan de potentiële andere lezers deze editie van de VVM-Nieuwsbrief voorleggen. Hij bevat een variatie van onderwerpen. Ook de presentatie ziet er lichtelijk anders uit : voor de eerste keer reiken wij een paar foto’s aan. De brief wordt nu ook alleen nog elektronisch verzonden. Dat zijn goede redenen om de Nieuwsbrief in de nabije toekomst helemaal te digitaliseren. Het bestuur van de VVM denkt er ernstig over na om in het komende werkjaar de gewone Word-versie te vervangen door een E-zineversie waarbij de documenten vanuit een websiteprogramma in html of htm doorheen de elektronische ruimte naar de bestemmelingen worden geflitst. Dat heeft onmiskenbare voordelen voor de presentatie, maar ook voor de mogelijkheid om handiger koppelingen of links aan te brengen die verder verwijzen naar onderliggende teksten en documenten.

 

De VVM-Nieuwsbrief is het communicatie-instrument bij uitstek van de vereniging. We zorgen er steeds voor dat er levendig nieuwsvoer wordt gepresenteerd vanuit het werkveld. Communicatie mag ook interactief verlopen waarbij wij het heel erg op prijs zouden stellen, dat collega’s-vakdidactici die wat interessants mee te delen hebben, hun vingers over het computertoetsenbord laten dartelen om ons deelachtig te maken aan wat zijzelf die moeite waard vinden. In andere woorden uitgedrukt : wij hebben geen nood aan kopij, maar wij nodigen de geroepenen uit om ons kopij door te sturen, zodat wij de Nieuwsbrief nog rijker kunnen stofferen. Dat kan al vanaf het verschijnen van deze editie, want wij denken al aan de zomerpublicatie van deze VVM-Nieuwsbrief die wij in juni 2004 hopen te kunnen versturen.

 

Intussen verwachten wij na gedane moeite dat deze Nieuwsbrief op ruime belangstelling mag rekenen en dat jullie  er als lezers ook genoegen aan mogen beleven.

 

Ghislain Duchâteau

***

Vocation

Terug

Jaren geleden, in 1991, had de toenmalige rector van de universiteit van Alcalá de Henares het in een toespraak over roeping. Dat was bij gelegenheid van een werkvergadering van een groep van Europese moedertaaldidactici in het kader van de vereniging Lettres Européennes. De leden van die groep wisselden informatie uit over het literatuuronderwijs in de verschillende landen en zochten naar middelen om het literatuuronderwijs meer Europees te maken. De hierna volgende tekst is een gedeelte uit een persoonlijk briefverslag aan de andere groepsgenoten.

 

 

About vocation

 

One of the themes the Alcalá rector mentioned in his speech was vocation.

Later on I had the opportunity to discuss the theme with him. I come back to it in this letter, because I would like to know what the other group members (every one of whom is a real specialist in matters of education) think of it. I am quite grateful to (our Finnish colleagues) Leena (Kirstina) and Anne-Maria (Mikkola) who had the patience to listen to a first oral version of it.

 

Education was not invented in our century. It has existed as long as human

memory reaches; even before that, right from the moment humanity started, it was there. I feel sure that educational problems can very often be brought back to general educational features. Some would call this a conviction or a belief. As a matter of fact, I cannot offer any proof for the following hypothesis on vocation.

 

If you go back to the essentials of an educational relation, I am sure that

you shall discover something like the relation between a master and his

apprentice. Prehistoric societies must have known great numbers of such

relations. In our own century lots of them have been replaced by some sort of group teaching, but the original master-apprentice relation can nevertheless still be observed when group teaching is not very well possible: when musicians teach boys and girls how to play an instrument, when a specialist leads a younger colleague to greater professionalism etc.

Good teaching, then, ought to have the main characteristics of that

'universal' teaching scheme that can be seen at work in the relation between the master and his apprentice. On one hand, there can be absolutely no doubt about the master's 'mastery': he knows about what he is teaching and masters the skills of his profession to a very high degree. He is an expert and is accepted as such. On the other hand, there is a young person who wants to become like the master: a good fighter, a good cook, a good piano or flute player, a doctor etc. He or she goes to the 'expert', pulls at his sleeve or jacket and asks to become his apprentice: 'Tell me what to do to become a good ... like you!'

 

This is, I think, where vocation is to be situated. It is not a voice from

within; neither is it a voice from somewhere above the clouds. It is the voice of that young person, who wants to become like you. The voice is there because he or she knows that you are an expert. The most important consequence of this insight is that teacher training should aim at real subject professionalism in the first place and not at the transmission of teaching methods. The best teachers are not always teaching specialists.

 

The Latin word 'vocatio' derives from 'vocare' (i.e. to call upon somebody,

use your voice, 'vox', to draw his or her attention). So, vocation always has to be responded to, it is relational and as such it is double-sided. The master hears the voice, his attention is drawn to the young person at his side, his eyes tell him whether he/she has to do with somebody who can be esteemed worthy to be taken into consideration as an apprentice. The master refuses or accepts.

 

The image can lead us far. For example: modern classes often consist of

children who are not eager to learn, who do not call upon the mastery of their teachers. Modern teachers are not always real professionals. Very often you can hear teachers complain about their pupils ('I was given a weak class last autumn.') When asked about what writing meant for them, I heard mother-tongue teachers say that it didn't mean anything, that they almost never or even never did it! Don't we know literature teachers who do not read? Who have no books?

 

The image can also lead us to class practice. The master sets tasks and has

his apprentice do them. Even if the master does not seem to be looking or

listening, be sure that he is observing his apprentice! He feels no need to

organise examinations, at any moment he simply knows about his pupil. If he

organises something like an examination, he does it to make the pupil feel

sure about himself/herself: he lets his pupil show what he/she is able to

before an audience of other masters. His 'teaching' is not real teaching, it is organising activities, which he and the pupil discuss while they are going on or afterwards. Sometimes the master explains or even lets his pupil see how he does it himself, but he never exaggerates, neither when he explains nor when he gives an example.

 

Very fundamental too is the characteristic that the relation is personal: the apprentice is an individuum, not a group. If you have to teach a group, you have to make sure that every individual learner in the group is engaged in the learning activity (preferably by making pupils work in pairs), so that you can see and hear what they are doing. Good teachers have good eyes and excellent ears. They keep their mouths shut as much as possible. The tasks you set to them should be of a great variety, short and attractive (heaven beware us of tedious tasks!) and should be discussed immediately afterwards. The teacher must always make use of the pupils' latent knowledge and there may be absolutely no doubt about him of her being a real master.

Hugo de Jonghe

Beigem, 15.11.1991

***

 

Het Nederlandse literatuuronderwijs kop van Jut in “Ons Erfdeel” (Jg. 47 – februari 2004) – aanzet tot burgerlijke ongehoorzaamheid.

Terug

Wie is toch die J.A. Dautzenberg die zo mooi toegang heeft gekregen tot het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift  ‘Ons Erfdeel’ ? In het februarinummer 47e jg. nr. 1 geeft de redactie hem de gelegenheid het openingsartikel “Iemand weigert – het leesdossier” – Het Nederlandse litertuuronderwijs en de literaire canon (blz. 3-9) te publiceren.

 

Als we in de rand kijken is J.A. Dautzenberg parttime docent Nederlands aan een havo-vwo-school, auteur van schoolboeken en publicist over moderne auteurs, over sciencefiction en over literatuuronderwijs. Op grond van deze verdiensten en nog meer omwille van zijn grondige “kennis” over het domein dat hij in dit artikel behandelt, lijkt het heel plausibel dat ‘Ons Erfdeel’ hem zijn forum ter beschikking stelt.

 

Welke verborgen strategische agenda de auteur ook achter de hand moge houden, zijn karikatuur van het vaardigheidsonderwijs en voornamelijk van het huidige literatuuronderwijs in het Nederlandse taalgebied, stemt niet alleen tot nadenken, maar komt bijzonder onaardig, bijwijlen zelfs grof over tegenover didactici die het ernstig menen en wier verdiensten  wellicht die van de schrijver van het artikel ver te boven gaan.

 

Waarvoor is de heer Dautzenberg ? Waartegen verzet de heer Dautzenberg zich in de praxis van het literatuuronderwijs ? We proberen het even op een rijtje te zetten.

 

De auteur betreurt het dat de goede oude literatuurcanon onderuit is gehaald. Leraren kunnen niet voluit meer vertellen over de literaire werken die een algemene waarde hebben. Zij kunnen hun kennis daarover niet meer vrijuit tentoon spreiden, hoewel volgens de heer Dautzenberg leerlingen recht hebben op die canon.

 

Hij betreurt dat de algemene ontwikkeling in het huidige Nederlandse examenprogramma vervangen werd door “eindtermen” die moeten worden gehaald. Hij vindt het jammer dat het Nederlands voortgezet onderwijs de leerlingen geen kennis meer aanbiedt, maar eerder de vaardigheden waarmee de leerlingen zelf kennis opdoen en er operationeel mee omspringen.

 

De auteur vervalt verder in een totaal karikaturale analyse van de eindtermen voor literatuuronderwijs. Daarbij drukt een nonsensicale “literaire ontwikkeling” de andere subdomeinen als “literaire begrippen” en “literatuurgeschiedenis” in de vernieling. Het zou hem volgens de heer Dautzenberg gaan om een vaardigheid van de leerling. “Die vaardigheid is : je gevoelens kunnen uiten bij (nauwelijks : óver) boeken, dat wil zeggen vrijblijvend leuteren en kletsen.”

 

Dat alles vindt dan zijn weerslag in een even nonsensicaal “leesdossier”, waar leerlingen naar hartelust met medeweten van hun docenten “downloaden van internet, scannen van uittrekselboeken en uitprinten van de LiteRom”. De heer Dautzenberg vindt het dan in het havo nog veel erger dan in het vwo. In het havo hoeven de leerlingen niets meer te weten van onze literaire geschiedenis. Dat heeft volgens hem desastreuze gevolgen voor het leesdossier waar de leerlingen dan vooral grijpen naar de Boektoppers- en Lijsters-reeks van voorheen : dunne, makkelijke, populaire, modieuze, goedkope boekjes… Ook de beoordeling van literatuurbeheersing op basis van het leesdossier vindt de schrijver absurd.

 

Dat alles zet de heer Dautzenberg ertoe aan om op te roepen tot “burgerlijke ongehoorzaamheid”. Niet enkel sociaal-democratische onderwijspolitici die zich steunen op de bedenksels van didactici en onderwijstheoretici, de bedenkers van de eindtermen moeten het dan ontgelden. Ook die didactici en onderwijstheoretici zelf, bij name genoemd, en vooral “de boeven van de SLO” krijgen er duchtig van langs.

 

Het hele vitriool van de conservatieve heer Dautzenberg vindt zijn samenvatting in een persiflage van een gedicht van Remco Campert :

 

iemand weigert het leesdossier
iemand smijt de SLO hun brochures in het gezicht
iemand staat zijn integriteit niet af aan de schoolleiding

iemand spuugt op de grond als hij een didacticus ziet

iemand geeft gewoon les”.

 

Daar is het de heer Dautzenberg om te doen : de goede, bekwame, gedegen leraar die intuïtief zijn lesjes geeft in de eigen klas zonder meer zorg dan wat hij uit zichzelf aan zijn leerlingen te bieden heeft.

 

Dat is een “oorlogsverklaring” aan de wereld van de didactici. Nemen we hem ernstig, dan reageren wij. Doen we dat niet, dan laten wij hem in zijn wijsheid :“Alleen in rare pedagogisch-didactische blaadjes en in malle organisaties als SLO, KPC, APS en PvdA worden deze mensen nog serieus genomen.” Wij kijken uit naar wat Wam de Moor, Theo Witte, Ruud Kraaijeveld, Joop Dirksen en de SLO nu ondernemen. Reacties bij de VVM zijn welkom.

Ghislain Duchâteau

 

 

***

Hebban olla vogala …
Radio-interview met de Nederlandse mediëvist Frits van Oostrom -
dinsdag 6 april 2004 omstreeks 8.20 uur op radio Klara


Terug
Professor Van Oostrom werkt al geruime tijd aan zijn deel van een nieuwe alles omvattende Nederlandse literatuurgeschiedenis. Het wordt een geschiedenis van de Middelnederlandse literatuur die loopt van het begin van onze literatuur tot aan de boekdrukkunst. De publicatie wordt in 2006 verwacht.

 

Binnen dat project heeft hij de laatste tien jaar ook heel veel gelezen rond het ontstaan in de 11e eeuw van ons beroemde aanvangsversje. Het werd in de 12e eeuw neergeschreven zoals we het nu kennen. Zo vindt hij parallellen in de middeleeuws Latijnse literatuur en in de Spaanse literatuur uit die periode. Daaruit leidt hij de hypothese af, dat ons “liefdesversje” waaruit verlangen, hunkering en beslist een zeker gemis blijkt, geschreven zou zijn niet zoals tot dusver wordt gedacht door een of andere monnik, die in een opwelling een amoureuze bevlieging verwoordt, maar wel vanuit een vrouwelijk perspectief. Een vrouw zelf kan het hebben opgetekend ofwel is het door een man neergeschreven die de ervaring op een vrouwelijke manier uitdrukt.

 

De opinie van de Amsterdamse literatuurprofessor vindt grond bijvoorbeeld in gelijkaardige Latijnse verzen uit de Middeleeuwen waar de vrouwelijke uitgangen manifest in die richting wijzen. Dergelijke parallelle verzen in de vroege Spaanse literatuur wijzen in dezelfde richting en lijken een verband aan te tonen met de Spaans-Arabische literatuur.

 

Die vrouwelijke invalshoek voegt volgens Van Oostrom een dimensie toe aan de nu al poëtische kracht van onze beide versregeltjes. Daarbij wijst de professor erop, dat het aantonen van een verband of een contact van de Westerse met de Arabische wereld in deze tijd een welkome bevinding kan zijn.

 

We mogen over korte tijd van de hand van Prof. Van Oostrom daarover een publicatie van een tiental bladzijden verwachten waarin hij met reële argumenten ons zijn nieuwe interpretatieve invalshoek over de versregels zal bevestigen.

 

Herinner je je nog de versregels in het Oud-Nederlands met zijn volle vocalisme uit je eigen onderwijs ?  Het was een “probatio pennae”, een pennenprobeersel, want we vinden herhaaldelijk : Probatio penne si bona sit = een proef of de pen goed is. Daarna volgt in het Latijn (*):


(H)abent omnes volucres nidos inceptos
nisi ego et tu

met de vertaling

Hebban olla uogala nestas bigunnan
hinase hi(c ) enda thu wat unbidan we nu…

 

 

Het vers werd in 1932 ontdekt door de Engelse geleerde Kenneth Sisam op het schutblad van ms. 340 in de Bodleyan Library in Oxford.

 

Ghislain Duchâteau


 

(*) Versie Anton Van Wilderode in De Dubbelfluit 1 blz. 10.

 

***

 

 

Brief aan de Nederlandse Taalunie

Terug

Hasselt, 6 januari 2004

 

Aan de heer Algemeen-secretaris van de Nederlandse Taalunie,

Aan de Onderwijsverantwoordelijken van de Nederlandse Taalunie,

Koen Jaspaert,
Liesbet Vannyvel,

 

 

Geachte,

 

 

Zoals u weet heeft de Vereniging voor Vlaamse Moedertaaldidactici (VVM) op 17 oktober 2003 in de Universiteit Antwerpen haar studiedag gesteld in het teken van de implementatie van de taalcompetenties zoals die werden vervat in uw brochure “Dertien doelen in een dozijn”.

 

In de nazorg van de conferentie hadden wij u beloofd onze bevindingen daarover aan u over te maken.

 

Wij kunnen u allereerst verwijzen naar het uitgebreid verslag van die studiedag in de Nieuwsbrief van de VVM  jg. 16 – 2 - dec. 2003-febr. 2004.

 

Op basis van dat verslag en meer bepaald op grond van de resultaten van de discussierondes willen wij graag het volgende onder uw aandacht brengen over een mogelijk gevolg dat u aan de brochure en de daarbij aansluitende studiedag zou willen voorbehouden.

 

De aanwezige docenten uit de universiteiten en de hogescholen in Vlaanderen spraken hun algemene appreciatie uit voor uw brochure. Ze vinden ze in een aantal opzichten heel bruikbaar voor hun onderwijs in de respectieve lerarenopleidingen.

 

In dat opzicht noemt een van de deelnemers de brochure een framework voor de opleiding. De taalcompetentiedoelen kunnen in verband met de taalvaardigheidsopleiding op het mesoniveau systematisch en occasioneel worden gehanteerd in de lopende curricula en bij de leerprocessen. Ze zijn nuttig in het bewust hanteren van taal in gebruikssituaties waarbij beoogd wordt de taal accuraat te hanteren met het oog op het consolideren en verhogen van het competentieniveau van de studerenden. De aankomende leraren zullen als het ware een modelfunctie vervullen in het aanleren van taal bij hun leerlingen en in dat opzicht fungeren de taalcompetenties als een referentiekader.

 

Uit de discussie bleek evenwel ook een kritische benadering van het referentiekader vervat in ‘Dertien doelen in een dozijn’. We noemen hier de belangrijkste bevindingen.

 

- Docenten in de lerarenopleiding bleken nog steeds heel erg begaan te zijn met taalaspecten op het microniveau. Spellingbeheersing, de uitspraak, grammaticale aspecten vergen van de beginnende studenten in de opleiding nog heel wat aandacht om hiaten bij de instaptoetsen geconstateerd weg te werken. Dat gebeurt in opgelegde zelfwerkzaamheid van de studenten met behulp van ter beschikking staande leermiddelen of dat gebeurt onder begeleiding van de docenten. In elk geval vergt dat tijd en moeite en stelt deze instap wel de doelmatige aanpak van fundamentele opleidingsonderdelen uit en kan dat een hinder betekenen voor het totale curriculum.

De docenten constateren dat de behandelde brochure van de Taalunie zich enkel op het communicatieve vlak manifesteert en dat er geen aandacht is voor de taalaspecten op het microniveau.

 

- Daarbij aansluitend werd de suggestie geuit dat het zeker goed zou zijn dat er als addendum bij de brochure specifieke taalcompetenties worden geconcipieerd die dienstig zijn speciaal voor leraren die taal onderwijzen. Die kunnen taalleerdoelen omvatten die te situeren zijn zowel op het microniveau als op het mesoniveau.


- Bewuste aandacht werd eveneens besteed aan de evaluatieproblematiek van de communicatieve leerdoelen. Dat is altijd al een voorwerp van zorg geweest. Het didactisch denken in dat opzicht is moeizaam geëvolueerd. Communicatie-onderwijs wordt hoe langer hoe meer aanvaard als een zinvolle verplichting, maar de leraren blijven geconfronteerd met grote onzekerheden over een efficiënte evaluatie met betrekking tot de grote taalvaardigheidsdomeinen van spreken, luisteren, lezen, schrijven. De voorliggende brochure geeft daaromtrent onvoldoende uitsluitsel. De aandacht van de Taalunie willen wij daarop vestigen, mogelijk met een reflectie tot gevolg dat in dat verband initiatieven kunnen worden overwogen als handreiking naar de opleidingsdocenten toe.

 

We beperken ons tot deze belangwekkende constateringen. Ze bieden de gelegenheid om zowel in de breedte als in de diepte een exploratie te organiseren in welke zin van de Taalunie uit een uitdieping en/of een uitbreiding of aanvulling kan worden bedacht, die tegemoet kan komen aan de verzuchtingen van de opleidingsdocenten in universiteiten en hogescholen ten voordele van hun taalvaardigheidsonderwijs Nederlands.

 

Met de betuiging van onze bijzondere hoogachting

 

Namens het bestuur van  de VVM

 

De verantwoordelijke voor de organisatie van de studiedag

 

Ghislain Duchâteau, vakdidacticus Nederlands

 

Eendrachtlaan 3

B-3500  HASSELT

Tel. : 003211/22 86 25
E-post :
ghislain.duchateau@pandora.be

 
 


Van de Nederlandse Taalunie hebben we tot dusver geen reactie op ons schrijven ontvangen.
De Nederlandse Taalunie organiseert nu een kleine enquête over het gebruik van haar brochure “Dertien doelen in een dozijn, een referentiekader voor leraren Nederlands in Nederland en Vlaanderen” die toen als basis voor onze VVM-Studiedag diende.

U klikt op: http://taalunieversum.org/onderwijs/publicaties/taalcompetenties/enquete/ . Daar vindt u acht vragen, die u direct op het scherm kunt beantwoorden en kunt versturen. Doordat de meeste vragen meerkeuzevragen zijn, hoeft het invullen niet meer dan 5 minuten in beslag te nemen. Als u wilt, kan hij anoniem ingevuld worden.

 


***

 

Tijdschriftenoverzicht op de site van de Nederlandse Taalunie Taalunieversum
Terug

Bijzonder handig om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op gebied van de vakdidactiek en het onderwijs Nederlands is wel het tijdschriftenoverzicht op Taalunieversum. Je kan er gratis op intekenen. Je vindt het volgende onder de koppeling : http://taalunieversum.org/onderwijs/tijdschriften/

 

Tijdschriftenoverzicht

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in het onderwijs Nederlands? Ontbreekt het u aan tijd om alle relevante publicaties door te nemen? Dit onderdeel van het Taalunieversum zet de artikelen over het vakgebied uit de Nederlandse en Vlaamse tijdschriften voor u op een rij. Op basis van korte samenvattingen die door de tijdschriftredacties zelf worden aangeleverd kunt u bepalen welke artikelen uit welke bladen u zou willen lezen.

Om het u nog makkelijker te maken kunt u maandelijks (met uitzondering van juli en augustus) een overzicht van recent verschenen artikelen ontvangen op uw e-mailadres. Deze attenderingslijst wordt halverwege de maand verstuurd.

Tijdschriftenattendering
Ik wil graag maandelijks via e-mail het overzicht van artikelen over het onderwijs van en in het Nederlands uit de onderwijstijdschriften ontvangen.

E-mail:

Aanmelden Afmelden

 

Je kan een proefje nemen met de voorhanden tijdschriften :

Conferenties van het Schoolvak Nederlands HSN – 17 in Utrecht - HSN-18  midden november 2004 in Antwerpen.

Terug

De HSN-Conferentie 17 in Utrecht werd druk bijgewoond zowel door Nederlandse als door Vlaamse deelnemers. Bart Bonamie die de website onderhoudt van de HSN en lid is van de programmeringscommissie plaatste op die site voor de eerste keer dit jaar hele series foto’s zowel van de vrijdagsessies als van die van de zaterdag. Klik voor de foto’s op http://memling.rug.ac.be/hsn/fotos.php
 


Riet Jeurissen (links), onze vroegere vice-voorzitter van de VVM in Utrecht
 
 
 
Frits van Oostrom (zie artikel Hebban…) en Adriaan van Dis verzorgden de openingssessie van HSN-17 in Utrecht
 
 
 
 
De HSN-Conferentie 18 staat op stapel. De Vlaamse programmeringscommissie is druk doende de conferentie voor te bereiden. Ze grijpt in Antwerpen plaats in de gebouwen van de UA – vroeger de UFSIA in het centrum van de stad. Mocht je nu alvast informatie daarover wensen, dan kan je je richten tot de voorzitter van de programmeringscommissie André Mottart – E-mail : andre.mottart@rug.ac.be  - Tel. 09/264 62 51-56.
 
 
 
***

 

Over de Vakcommunity Nederlands in Levende Talen Magazine maart 2004 jg. 91/3 blz. 14-16

Terug

Van wie anders mogen we over de Vakcommunity Nederlands een gedegen artikel verwachten in Levende Talen Magazine dan van de onverdroten en steeds toegewijde communitymanager Willy Weijdema ? De laatste jaren bracht zij op de HSN-Conferenties in Nederland en in Vlaanderen telkens een presentatie over haar troetelkind. Dat stelde ons in staat niet alleen het reilen en zeilen van de community te volgen, maar evenzeer de groei en de ontwikkelingen die zich binnen de community Nederlands gestadig aan voltrekken.

 

Haar artikel vatten we hieronder samen.

 

Vakcommunities en vaklokalen willen de communicatie en samenwerking tussen vakdocenten stimuleren. Ook de vakdidactici Nederlands in Noord en Zuid kunnen daarbij hun voordeel doen.

 

De vakcommunity Nederlands heeft een webpagina met actuele informatie. Verslagen van studiedagen en conferenties, afstudeeronderzoeken en ook deze eigen Nieuwsbrief van de VVM worden er gepubliceerd. Het webadres http://www.digischool.nl/communitynederlands . Maandelijks is er een elektronische nieuwsbrief. Er is een mailinglist en een forum. Alle leden kunnen aan de bijna 700 andere leden van de community een bericht sturen, dat via de communitymanager wordt doorgestuurd. Het adres is list-nederlands@digischool.nl .Ook een forum waarin woord en wederwoord kunnen, staat ter beschikking. Alle nieuwsbrieven kunnen blijvend worden nagelezen in het archief http://www.digischool.nl/ne/community/archief.htm

 

Het vaklokaal is voor de leerlingen bedoeld (http://www.digischool.nl/ne/nelok.htm ), de vakcommunity voor de docenten, maar beide groepen kunnen elkaars pagina’s inkijken. Er is vooral belangstelling voor lesmateriaal, speciaal voor lessen waarbij ICT gebruikt wordt zoals webquests, virtuele poëzie e.a.. De koppeling naar het lesmateriaal is http://www.digischool.nl/ne/comunity/lesmateriaal.htm . Willy Weijdema wenst ook dat er niet alleen gehaald wordt, maar dat er ook lesmateriaal ‘gebracht’ wordt.

 

De Vakwijzer als zoekmachine met bronnen als websites en ander digitaal materiaal is sinds begin dit jaar vervangen door een nog verfijndere database met de naam DAVINDI.

 

De vakcommunity wil een actieve en substantiële rol gaan spelen in de onderwijsvernieuwing. Zo werd er een beperkte redactieraad in het leven geroepen waarin ook de VVM vertegenwoordigd is. Zo is er het Project Methodebeoordeling dat in opdracht van de Stichting Openboek Educatief de transparantie in de leermiddelenmarkt wil creëren door informatieverstrekking. In dat verband publiceerde de stichting al een hele serie beoordelingen die via een online-enquête werden verzameld over leergangen. Die gebruikersoordelen kan je vergelijken op de pagina http://www.digischool.nl/openboek/ne/bekijk . Zo lanceert Kennisnet een nieuw en nog onvolwaardig omschreven begrip “Webdidactiek” . Daartoe opende het de website http://webdidactiek.kennisnet.nl . In de opzet is de vakcommunity Nederlands nauw betrokken. Klemtonen daarin : docenten zullen meer begeleiden, presenteren wordt een belangrijke vaardigheid, naar alternatieve leerwegen wordt gezocht waarbij de leerlingen keuzemogelijkheden krijgen. De talencommunities Duits, Engels en Nederlands vertalen dat alles in BOEK BEETJE BEU, waarin docenten worden opgeroepen hun persoonlijke onderwijservaringen mee te delen.

 

Hoe langer hoe meer docenten benutten de mogelijkheden van internet in hun onderwijs. De vakcommunity Nederlands biedt het platform waarop hun ervaringen worden uitgewisseld en waar inspirerend en stimulerend didactisch materiaal wordt gepubliceerd. Nog meer Vlaamse didactici en docenten kunnen zich daarbij betrokken voelen door zich als lid aan te melden.

 

Het e-postadres van Willy Weijdema is w.h.weydema@efa.nl

 

G.D.

 

***

 

De educatieve master Nederlands in Nederland

Terug

De eerstegraadslerarenopleiding binnen de BaMa-structuur – Universiteit Groningen (UCLO)

 

 

De Bolognaverklaring werd op 19 juni 1999 ondertekend door 31 landen, alle landen van de Europese unie en landen uit Midden- en Oost-Europa. Die “Joint declaration on the European Higher Education Area of the European Ministers of education” beoogt een afstemming van de onderwijssystemen van de landen op elkaar. Het Vlaamse Parlement keurde in aansluiting daarbij een herstructurering goed van het universitair en hoger onderwijs in Vlaanderen in april 2003. Sindsdien wordt de implementatie van de bachelors- en mastersstructuur (BaMa) in de universitaire en hogere onderwijsinstellingen intens voorbereid met het oog op toepassing daarvan vanaf het academiejaar 2004-2005.

 

Misschien is het goed dat de Vlaamse didactici Nederlands van de universiteiten en de hogescholen even een beeld voorgeschoteld krijgen van de nieuwe lerarenopleiding Nederlands aan de Nederlandse universiteiten. Daartoe hebben we willekeurig  een 1ste graadslerarenopleiding gekozen, die van de Universiteit Groningen. Ze voltrekt zich binnen de Faculteit van de letteren. Ze leidt voor ons vak tot de titel van “educatieve master Nederlands”. 

 

Binnen de nieuwe bachelors/masters-opleidingsstructuur van de Rijksuniversiteit Groningen is de lerarenopleiding onderdeel van de educatieve masters. Ook is de lerarenopleiding te volgen als postmaster of als contractactiviteit.

 

In Vlaanderen wordt die titel vooralsnog niet gecreëerd, zodat we toch wel weer niet kunnen spreken van eenvormigheid binnen het Nederlandse taalgebied.

 

Laten we even dat beeld oproepen hoe het in Groningen is geschikt voor het komende academiejaar. De Faculteit Letteren verzorgt de opleiding van 7 verschillende educatieve masters die het voortgezet onderwijs in Nederland zullen bevolken.

 

Letteren

 

De Faculteit der Letteren verzorgt zeven Educatieve Masters in:
- Duitse Taal en Cultuur
- Engelse Taal en Cultuur
- Franse Taal en Cultuur
- Friese Taal en Cultuur
- Geschiedenis
- Grieks en Latijnse Taal en Cultuur
- Nederlandse Taal en Cultuur
- Spaanse Taal en Cultuur

Tijdens deze tweejarige master volg je naast vakinhoud de lerarenopleiding. Voor nadere informatie over vakinhoud kan je terecht bij de faculteit. Informatie over de onderdelen van de lerarenopleiding vind je hier.

De Educatieve master van Letteren is als volgt opgebouwd:

Jaar 1

Studieonderdeel

Aantal ECTS

Verzorgd door

Vakinhoud

30

Faculteit

Voorbereiding op het werken-lerentraject

10

UCLO

Vakinhoud

 

20

Faculteit

   

Jaar 2 

Studieonderdeel

Aantal ECTS

Verzorgd door

Het werken-lerentraject

50

UCLO

Vakinhoud

10

Faculteit

 

Je kunt na het eerste masterjaar besluiten te stoppen. Wel moet je dan nog 10 ECTS vakinhoud volgen bij de faculteit om een Maatschappelijke master af te kunnen ronden.


Het eerste jaar komt overeen met de maatschappelijke of doorstroommaster van het thuisvak, aangevuld met het vak 'Voorbereiding op het werken-lerentraject'. Het tweede jaar staat in het teken van didactische principes en vaardigheden. Studenten combineren in dat jaar leren met werken voor de klas.

Het vakinhoudelijke programma van de educatieve masters wordt verzorgd door de Faculteit der Letteren. Het Universitair Centrum voor de Lerarenopleiding (UCLO) verzorgt het didactische deel van de educatieve masters.

 

Als voorbereiding hebben de studenten in de mastersopleidingen voor Nederlands voor vakinhoud de volgende vooropleiding in de driejarige bachelorsopleidingen gekregen :

 

 

Bachelorprogramma

 

Vanaf september 2003 ziet het bachelorprogramma van Nederlandse Taal en Cultuur er globaal als volgt uit. Uitgebreidere informatie is te vinden in de onderwijscatalogus. Voor studenten die in september 2002 of eerder met hun studie zijn begonnen zal het programma afwijken.

V = verplicht vak; K = keuzevak

Aan onderstaande informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Bachelor
Eerste studiejaar (Propedeuse)

Sem

Vak

V/K

ECTS

Omschrijving

I

Perspectieven op Nederlands

V

5

Kennismaking met discipline en verwerving vaardigheden apparaat

I

Literaire tekstinterpretatie

V

5

Analyse en interpretatie van literaire teksten

I

Hoofdlijnen van de taalkunde

V

5

Inleiding doelen, begrippen, uitgangspunten moderne taalkunde

I

Syntaxis I: zinsleer

V

5

Traditioneel ontleden, woordgroepenleer, generatieve syntaxis

I

Pragmatiek

V

5

Introductie theorie taalgebruik

I

Taalvaardigheid Nederlands I

V

5

Ontwikkeling schriftelijke vaardigheden

II

Actuele letterkunde Nederlands

V

5

Trends in de hedendaagse Nederlandse literatuur en het literaire bedrijf

II

Middelnederlandse letterkunde

V

10

Kennis vaardigheden en inzicht Middelnederlandse letterkunde

II

Historische taalkunde van het Nederlands

V

5

Overzicht historische ontwikkelingsgang van het Nederlands

II

Tekstanalyse

V

5

Analyse structuur en functies geschreven teksten

II

Taalvaardigheid Nederlands II

V

5

Ontwikkeling mondelinge en schriftelijke vaardigheden

 

Bachelor
Tweede studiejaar

Sem

Vak

V/K

ECTS

Omschrijving

I

Letterkunde van de vroegmoderne tijd*

V

10

Kennis vaardigheden en inzicht letterkunde vroegmoderne tijd

I

Klankleer I: Inleiding in de fonologie & fonetiek*

V

5

Fonologie en fonetiek

I

Gespreksanalyse

V

5

Interactionele en functionele analyse van taalgebruik in gesprekken

I

Vrije ruimte (evt. Minor)

V

10

 

II

Moderne Nederlandse letterkunde*

V

10

Kennis vaardigheden en inzicht letterkunde 19e en 20e eeuw

II

Semantiek Nederlands I*

V

5

Betekenisleer

II

Taalvaardigheidsontwikkeling Nederlands

V

5

Ontwikkeling mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid kinderen

II

Vrije ruimte (evt. Minor)

V

10

 

* Wordt voor het eerst aangeboden in het studiejaar 2004-2005

Bachelor
Derde studiejaar

Sem

Vak

V/K

ECTS

Omschrijving

I

Taalverwerving

V

5

Verwerving syntaxis, semantiek, fonologie

I

Methodologie Nederlands

V

5

Inzicht methodologie subdisciplines Neerlandistiek

I

Specialisatiecollege Nederlands

V

10

Verbreding kennis inzicht vaardigheden

I

Minor (evt. Vrije Ruimte)

V

10

 

II

Capita Selecta Nederlands

V

10

Verdieping deelgebieden

II

 BA-scriptie Nederlands

V

10

Verwerving elementaire onderzoekvaardigheden

II

Minor (evt. Vrije Ruimte)

V

10

 

 



 

Voor de mastersopleidingen is voor vakinhoud het volgende voorzien :

Masterprogramma

 

Vanaf september 2003 ziet het programma van de maatschappelijke master Nederlandse Taal en Cultuur er globaal als volgt uit. Uitgebreidere  informatie is te vinden in de onderwijscatalogus. Het programma kent vier studiepaden, t.w. Historische Letterkunde, Moderne Letterkunde, Taalkunde en Taalbeheersing. Er is ook een educatieve master Nederlandse Taal en Cultuur. Voor informatie klik hier.

v = verplicht vak, k = keuzevak

Aan onderstaande informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Master - Vierde Studiejaar
Studiepad Historische Letterkunde

sem.

vaknaam

V/K

ECTS

omschrijving

I

Trends in de Neerlandistiek

V

10

Nieuwe ontwikkelingen en benaderingen op het terrein van de Neerlandistiek

I

Historische Nederlandse letterkunde I (Ma): Middeleeuwen en Rederijkerstijd

V

10

Oefening filologisch onderzoek en editietechniek

I

Historische Nederlandse letterkunde II (Ma): Vroegmoderne tijd

V

10

Oefening interpretatie en contextueel onderzoek

II

Ma-keuzeonderdeel

K

10

Nader in te vullen

II

MA-scriptie Nederlands

V

20

Opzetten, uitvoeren en rapporteren van wetenschappelijk onderzoek

 

Master - Vierde Studiejaar
Studiepad Moderne Letterkunde

sem.

vaknaam

V/K

ECTS

omschrijving

I

Trends in de Neerlandistiek

V

10

Nieuwe ontwikkelingen en benaderingen op het terrein van de Neerlandistiek

I

Moderne Nederlandse letterkunde I (Ma) : Literaire cultuur

V

10

Oefening onderzoek interpretatie in cultuurhistorische context en ideologiekritiek

I

Moderne Nederlandse letterkunde II (Ma): Institutionele context

V

10

Oefening onderzoek omgang met teksten in institutionele context

II

Ma-keuzeonderdeel

K

10

Nader in te vullen

II

MA-scriptie Nederlands

V

20

Opzetten, uitvoeren en rapporteren van wetenschappelijk onderzoek

 

Master - Vierde Studiejaar
Studiepad Taalkunde

sem.

vaknaam

V/K

ECTS

omschrijving

I

Trends in de Neerlandistiek

V

10

Nieuwe ontwikkelingen en benaderingen op het terrein van de Neerlandistiek

I

Fonologie (Ma)

V

10

Oefening onderzoek met behulp van bestaande theorieën over structuur en representatie van lettergrepen, over accent en ritme in 1e en 2e taalverwerving

I

Semantiek en taalverwerving Nederlands (Ma)

V

10

Oefening onderzoek syntaxis en taalverwerving of semantiek/lexicologie en taalverwerving

II

Ma-keuzeonderdeel

K

10

Nader in te vullen

II

MA-scriptie Nederlands

V

20

Opzetten, uitvoeren en rapporteren van wetenschappelijk onderzoek

 

Master - Vierde Studiejaar
Studiepad Taalbeheersing

sem.

vaknaam

V/K

ECTS

omschrijving

I

Trends in de Neerlandistiek

V

10

Nieuwe ontwikkelingen en benaderingen op het terrein van de Neerlandistiek

I

Tekstverwerking, tekstproductie en taalvaardigheid Nederlands (Ma)

V

10

Oefening onderzoek niveau, structuur en ontwikkeling taalvaardigheid

I

Taalvaardigheidsonderwijs Nederlands (Ma)

V

10

Oefening onderzoek taalvaardigheidsonderwijs

II

Ma-keuzeonderdeel

K

10

Nader in te vullen

II

MA-scriptie Nederlands

V

20

Opzetten, uitvoeren en rapporteren van wetenschappelijk onderzoek

 

Hoe ziet de vakdidactische opleiding eruit? Dat vinden we voor het 1e jaar in de voorbereiding op het werken-lerentraject en in het 2e jaar in  het werken-lerentraject.

 

1. Voorbereiding op het werken-lerentraject

 

Dit onderdeel bereidt de student voor op het zelfstandig functioneren als docent in het voortgezet onderwijs. Studenten maken uitgebreid kennis met alle aspecten van het beroep van leraar. Ze zijn op de hoogte van de laatste vernieuwingen in het onderwijs en van de veranderende rol van de leraar. Tijdens een uitgebreide stage op een school voor VWO geeft de student in totaal 15 tot 20 lessen, waarvan één serie van minimaal 6 lessen zelfstandig. Ook participeert hij in onderwijssituaties in de vernieuwde bovenbouw HAVO/VWO.
Het onderdeel heeft een omvang van 10 ec (Voorbereidende stage 5 ec en Theoretische ondersteuning 5 ec). Het onderdeel wordt afgesloten met een beoordeling, inclusief een assessment. Daarbij wordt nagegaan of de student voldoet aan de volgende instapeisen voor het werken-lerentraject.


Studenten kunnen :
eenvoudige vormen van directe instructie toepassen
1. leiding geven aan een groep leerlingen
2. een eenvoudige serie van 6 tot 10 lessen ontwikkelen en geven
3. lessen analyseren, waarderen en lering daaruit trekken
4. om hulp en advies vragen

 

Studenten geven ervan blijk dat ze :
1. de werksituatie op de praktijkschool kennen
2. besef hebben van de verantwoordelijkheden als LIO in school en opleiding
3. samen kunnen werken in opleiding en in de school
4. affiniteit hebben met de leeftijdsgroep leerlingen
5. besef hebben van het belang van rolaanvaarding
6. een globaal beeld c.q. concept hebben van beroep en rol van leraar
7. in staat zijn het eigen proces van leren lesgeven in een werken-leren-traject te analyseren.

 

2. Werken-lerentraject

 

Het werken-lerentraject (50 ec.- 34 stp.) is de kern van de lerarenopleiding. Tijdens dit traject heeft de student een kleine, zo mogelijk betaalde aanstelling op een school voor voortgezet onderwijs. De student is één dag in de week (maandag) vrijgeroosterd voor colleges, mentorbijeenkomsten en groepsopdrachten.

 

Tijdens de colleges leert de student o.a.:

-          overbrengen van het vak

-          lessenseries maken

-          lessen voorbereiden

-          lessen evalueren

 

Ook komen onderwerpen aan de orde als:

-          organisatie van het onderwijs

-          het Studiehuis

-          ICT in het onderwijs

-          multicultureel onderwijs

-          orde houden

-          leerlingbegeleiding

-          leerproces van leerlingen

 

In de mentorgroep bespreken studenten en de mentor de studievoortgang en de ervaring met het lesgeven. Tijdens de opleiding worden studenten begeleid vanuit het UCLO en vanuit de school. Op school verzorgt de coach de begeleiding. Dit is een ervaren leraar in hetzelfde schoolvak of een aangrenzend vak.

 

Het werken-lerentraject is opgebouwd uit de volgende studietaken:

- Begeleide LIO-stage (23 ec)

   - Studietaak Werken op school

   - Studietaak Professionele ontwikkeling

- Studietaak Probleemgericht ontwerpen (9 ec)

- Theoretische verbreding (18 ec)

   - Studietaak Schoolvak     

   - Studietaak Samenhang tussen vakken

   - Studietaak Leerling volgen

   - Studietaak Vrije keuze

Deze studietaken staan nader beschreven in de studiegids (pdf-document : http://www.rug.nl/ifs/files/webroot/dev/uclo/_shared/file/gids0304.pdf ) en de studiehandleiding.

 

Naast de studietaken zijn er nog aantal gezamenlijke activiteiten en wordt een cursus aangeboden voor het behalen van het Digitaal Rijbewijs voor het Onderwijs.

 

 

 

Bron : de website van het Universitair Centrum voor Lerarenopleidingen (UCLO) van de Rijksuniversiteit Groningen: http://www.rug.nl/uclo/

 

Dat alles geeft ons de kans onze eigen lerarenopleidingen Nederlands aan de universiteiten te vergelijken met de gepresenteerde situatie in Nederland.

 

G.D.

 

***


C o l o f o n

Terug

Bestuur van de

Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici :

 

Hugo de Jonghe, voorzitter
Marc Smolenaers, secretaris
Frans Daems, penningmeester
Ghislain Duchâteau, lid

André Mottart, lid

Jan Uyttendaele, lid

Tom Venstermans, lid

 

Contributie

 

Lid worden van de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici
kan je door storting van 6,5 € op rekening
nr. 001-1499716-75 van VVM, Wilrijk

 

 

Redactie van de Nieuwsbrief van de VVM :

 

Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : ghislain.duchateau@pandora.be