VVM-Nieuws

 

 


Nieuwsbrief van de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici – 16 - 4,
juni-juli-augustus 2004

 

 

 


Secretariaat: p/a UA- Centrum Nascholing Onderwijs (CNO, voorheen CBL en CVD),

Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk

 

Verantw. uitg.: M. Smolenaers, Galgenbergstraat 73A – 3511 Kuringen

 

 

 

In deze nieuwsbrief:

 

-         Intro p. 1-2

-         VVM-Alarm (Hugo de Jonghe) p. 2-8

-         Moedertaaldidactiek treedt uit isolement p. 8-9

-         Algemene Statutaire Ledenvergadering van de VVM en studienamiddag p.9

-         De VVM-nieuwsbrief in e-zinevorm is op komst p. 10

-         Studies of writing p. 11-13

-         En leeft hij tóch nog verder, verder en wat vager…Genuanceerde hommage aan Herman de Coninck (+ 22 mei 1997) p. 13-15

-         Brief van de VVM aan de voorzitters van de Vlaamse politieke partijen p. 16-17

-         De leraar en de leerling, sonnet van Hans Barendregt p. 18

-         Het Nederlandse literatuuronderwijs en het leesdossier
Wij leggen de eerste steen, in goed cement – reactie van Wam de Moor op J.A. Dautzenberg in “Ons Erfdeel” (Jg. 47 –juni 2004) p. 19-20

-         Colofon p. 21

 

***


Intro

 

Beste Moedertaaldidactici -
Leden van de VVM en VVM-Sympathisanten,

 

Onze vereniging wil jullie niet de zomer en de vakantie laten ingaan zonder jullie als afsluiter van het vorige werkjaar nog even te confronteren met deze laatste VVM-Nieuwsbrief in Wordformaat. Deze brief kondigt de digitalisering aan van het komende VVM-Nieuws vanaf september bij het begin van het nieuwe academiejaar. Je leest verder over de e-zinevorm in een volgend artikeltje.

 

Alvast willen wij nu de volle aandacht vragen voor het ruime introductieartikel van deze Nieuwsbrief,  dat een alarmkreet inhoudt van onze voorzitter Hugo de Jonghe. Met een zekere schroom publiceren wij hier zijn oproep. Het gaat om het bestaan, de voortzetting of de stopzetting van de VVM-WERKING. Er is een nieuw of een bijkomend  elan nodig voor de VVM met een versterking en verjonging van de bestuursploeg. Elke lezer van Hugo’s artikel wordt geacht zijn oproep ernstig te nemen en er de passende houding tegenover op te vatten. Om een gunstig gevolg voor te behouden aan een concretisering van de zo gewenste versterking van onze bestuursploeg,  zullen wij de eerstkomende bestuursvergadering openstellen voor al onze leden die eraan willen deelnemen. Daartoe nodigen wij elke belangstellende vakdidacticus Nederlands uit in het Departement Onderwijs en Kritiek op de UA Campus Drie Eiken in Wilrijk op dinsdag 23 augustus 2004 te 18 uur. Mocht je  twijfelen over de plaats van samenkomst of mocht  je er eens over willen praten, neem dan gerust telefonisch contact op vanaf 9 augustus met ondergetekende op nr. 011/22 86 25. In elk geval ben je welkom.

 

Verder verwijzen we naar het inhoudsoverzicht bij deze Nieuwsbrief om even te overlopen wat hij biedt. Het sterkst bij onze didactische gerichtheid sluiten aan de artikels over de publicaties i.v.m. schrijfvaardigheid “Studies in writing” en i.v.m. de visie over het literatuuronderwijs de reactie in Ons Erfdeel van Wam de Moor op het denigrerend artikel van J.A. Dautzenberg eerder in hetzelfde tijdschrift,  waarover wij in een vorige Nieuwsbrief berichtten.

 

Wij wensen je nog even aandachtig leesgenoegen en zeker een prettige zomer en een deugddoende vakantietijd.

 

Voor het VVM-bestuur

 

Ghislain Duchâteau

 

***

 

 

VVM-Alarm (Hugo de Jonghe)

 

 

1. Wilt u dat de VVM blijft voortbestaan? Dringend appèl aan de leden.

Lees punt 1.

2. Wat is de VVM? Lees punt 2.

3. Wie is moedertaaldidacticus? Lees punt 3.

4. Wie kan er verder lid zijn van de VVM? Lees punt 4.

5. Wat is het doel van de VVM? Lees punt 5.

6. Wat heeft de VVM verwezenlijkt? Lees punt 6.

7. Waar is de VVM op dit ogenblik mee bezig? Lees punt 7.

 

8. Welke mogelijkheden zijn er voor de toekomst? Lees punt 8.

 

Bijlagen:

1        Uit de verenigingsstatuten.

2        Conferenties.

3        Bestuursleden van 1985 tot 2004.


 

 


1   Wilt u dat de VVM blijft voortbestaan?

     Dringend appèl aan de leden

 

Wat de VVM nu doet. De VVM verspreidt een nieuwsbrief via elektronische en via gewone post en die nieuwsbrief valt bij velen erg in de smaak. Hij verschijnt ook op de website van de Vakcommunity Nederlands en kan daar door iedereen geraadpleegd en gelezen worden. Verder organiseerde de VVM in het najaar van 2003 aan de UA een goed bezochte discussiedag in verband met lerarenopleiding. De vereniging werkt ook actief mee aan de HSN-conferentie 2004 in Utrecht. Ze heeft meegewerkt aan de oprichting van het Nederlands-Vlaamse netwerk Lopon² en blijft dat netwerk patroneren. Dat is allemaal erg positief.

 

Waarom het zo niet verder kan. Daar staat tegenover dat de werking van de VVM door al te weinig mensen actief gedragen wordt. Door ernstige ziekte zijn achtereenvolgens vice-voorzitter Riet Jeurissen en voorzitter Hugo de Jonghe vanaf medio 2002 niet in staat geweest om hun bestuursmandaat uit te oefenen en kon Riet Jeurissen er zelfs niet onderuit om van haar bestuursmandaat af te zien. Veel moet nu door één of hooguit twee inmiddels ook al gepensioneerde mensen gedragen worden!

 

Het appèl. Op een bestuursvergadering van vrijdag 13 februari jl. - ten huize van een voorzitter die zich nog steeds niet ver kan verplaatsen - trokken de aanwezige bestuursleden aan de alarmbel: zo kan het niet verder. Zonder daadwerkelijke hulp vanuit ‘het veld’ van leden en mogelijke leden is de gewone voortzetting van de activiteiten niet mogelijk. Lees daarvoor met grote aandacht punt 8.

 

 

2   Wat is de VVM?

 

De VVM (Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici) is een vzw, die in 1984 opgericht is. Haar statuten verschenen in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 4 april 1986. De initiatiefnemers gingen ervan uit dat de grote meerderheid van de didactici Nederlands al te zeer geïsoleerd aan het werk waren. Vooral in de departementen lerarenopleiding van het hoger onderwijs (het toenmalig pedagogisch hoger onderwijs) was er dringend behoefte aan het doorbreken van dat isolement en aan een degelijke professionalisering. De lerarenopleiding was daar nog al te zeer geschoeid op de leest van het secundair onderwijs. Hoe dat in de statuten luidt leest u in bijlage 1.

 

 

 


3       Wie is moedertaaldidacticus?

 

De VVM staat open voor iedereen die zich bij de ‘moedertaaldidactische discussie’ betrokken voelt. Wie zich in een van de volgenden herkent, komt daarvoor in aanmerking:

 

- u bent opleider van leraren Nederlands aan universiteit of hogeschool;

- u bent inspecteur of begeleider Nederlands;

- u werkt mee aan de ontwikkeling van een leerplan Nederlands;

- u coördineert het werk van leraren Nederlands op school;

- u werkt mee aan een methode Nederlands;

- u geeft wel eens bijscholing voor leraren Nederlands;

- u schrijft wel eens een artikel over het vak Nederlands;

- u verricht onderzoek in verband met het schoolvak Nederlands;

- u wilt over het schoolvak Nederlands meedenken en meepraten;

- u wilt gewoon weten hoe het schoolvak Nederlands ontwikkelt.

 

 


4   Wie kan er verder lid zijn van de VVM?

 

Onder punt 3 staat al een vrij uitvoerige opsomming van functies waarin men als vanzelf in aanmerking komt om lid te zijn van de VVM. Vooral de laatste twee punten van die lijst openen zeer ruime mogelijkheden. Het wijst er maar op hoe laag de drempel principieel gelegd wordt. De VVM is er, zoals gezegd, in de eerste plaats geweest om al diegenen die in Vlaanderen op een of andere wijze met de didactiek van het Nederlands bezig zijn, uit hun isolement te halen.

 

 

 


5   Wat is het doel van de VVM?

 

Artikel 3 van de verenigingsstatuten zegt het volgende: ‘De “VVM” stelt zich tot doel de behartiging van alle belangen van het moedertaaldidactisch onderzoek en onderwijs, evenals van het onderwijs van het Nederlands in de Vlaamse Gemeenschap.’

 

In de statuten staan verenigingsdoelen meestal in een zeer ruime en algemene formulering. Ze vragen dus nadere precisering en die heeft dan meestal de vorm van concrete actiemiddelen. Die volgt in de VVM-statuten in de vorm van artikelen 4 en 5. U kunt ze vinden in bijlage 1 bij deze tekst.

 

Hier willen we een soort ‘tussenstap’ tussen het algemene doel van art. 3 en de actiemiddelen van art. 4 en art. 5 aangeven. Wat was immers de opvatting die de stichters van de VVM voor ogen stond toen ze het algemene doel onder woorden brachten? De volgende doelen hoorden daar zeker bij:

 

- het professionele niveau van de moedertaaldidactiek in Vlaanderen opvoeren;

- de moedertaaldidactici met elkaar in contact brengen;

- nauwe banden met de collega’s in Nederland tot stand brengen;

- taaldidactische informatie doorspelen;

- bijdragen tot beveiliging c.q. verbetering van de beroepsbelangen van de moedertaaldidactici.

 

 

 

 


6   Wat heeft de VVM verwezenlijkt?

 

De VVM bestaat nu twintig jaar. In die tijd is ze vooral op de volgende gebieden actief geweest:

 

(a)    het organiseren van conferenties;

(b)   het uitgeven van een nieuwsbrief;

(c)    samenwerking met de Nederlandse zustervereniging VDN (Vereniging voor de Didactiek van het Nederlands);

(d)   actieve participatie in de organisatie van de HSN-conferenties;

(e)    pogingen tot het beïnvloeden van het onderwijsbeleid m.b.t. het schoolvak Nederlands en de lerarenopleiding.

 

Conferenties. VVM-conferenties hebben vaak maar niet alleen naar aanleiding van de statutaire jaarlijkse algemene vergadering van de vereniging plaatsgevonden. Vaak was er samenwerking met universitaire instellingen (UIA, KUL, UG, KUB), met hogescholen of met nascholingsinstellingen. De conferenties en colloquia hadden plaats in Wilrijk, Gent, Leuven, Brussel en Hasselt. Ook werd er voor conferenties van de VDN in Nederland met de VDN samengewerkt. Ten slotte was de VVM vanaf het begin steeds ook betrokken bij de organisatie van de Nederlands-Vlaamse Conferenties Het Schoolvak Nederlands (HSN).

 

U vindt een overzicht van de eigen VVM-conferenties als bijlage 2 bij deze tekst.

 

De nieuwsbrief. Van bij het begin heeft de VVM haar leden geregeld een nieuwsbrief gepresenteerd, met een frequentie van drie à vier keer per jaar. De laatste jaren is de nieuwsbrief zoveel mogelijk via elektronische post verstuurd.

 

Spiegel. Het tijdschrift Spiegel is in 1982 door de Vereniging voor de Didactiek van het Nederlands (VDN) opgericht als ‘tijdschrift voor onderzoek en ontwikkeling op het terrein van de didactiek van het moedertaalonderwijs en van de opleiding tot leraar in de moedertaal). Vanaf de 6e jaargang (1988) werd de VVM mede-uitgever ervan en maakten VVM-leden deel uit van de redactie. Achtereenvolgens waren dat Nicole Rowan, Armand van Assche, Ronald Soetaert, Hugo de Jonghe, Mark van Bavel, Kris van den Branden.

 

Beleidsbeïnvloeding. Bij een aantal gelegenheden (hervorming van het hoger onderwijs, voorstellen i.v.m. het gebruik van de talen in het hoger onderwijs, basisvorming en eindtermen enz.) heeft de VVM pogingen in het werk gesteld om niet alleen de heersende opinie maar ook het onderwijsbeleid te beïnvloeden.

 

 


7   Waar is de VVM op dit ogenblik mee bezig?

 

Een hoofdactiviteit van de VVM is op dit ogenblik de verzorging van de nieuwsbrief, in gewone en in elektronische vorm. Die nieuwsbrief is nu al enige tijd ook op de website van de Vakcommunity Nederlands opgenomen. Ook wordt de mogelijkheid van een echte e-zine onderzocht.

 

Statutair is de vereniging uiteraard verplicht tot geregelde bestuursvergaderingen en een jaarlijkse algemene ledenvergadering. Daar wordt steeds veel zorg aan besteed. Bij de algemene ledenvergaderingen sluiten altijd conferenties aan. Heel vaak wordt op een ander moment ook wel een conferentie of een colloquium georganiseerd.

 

De VVM overkoepelt aan de Vlaamse kant het zeer goed functionerende netwerk LOPON² voor lerarenopleiders van ILLO- en ILKO-opleidingen in Vlaanderen en van de pedagogische academies in Nederland. Inspanningen om ook voor de universiteits- en de ILSO-opleiders een dergelijk netwerk tot stand te brengen, zijn nog niet echt met succes bekroond. Er hebben zich wel 17 kandidaten gemeld, maar tot nu toe heeft niemand echt de hand aan de ploeg geslagen.

 

Bij de organisatie van de jaarlijkse Nederlands-Vlaamse HSN-conferenties blijft de VVM nog steeds betrokken. De uitgave van Spiegel is door ontwikkelingen in VDN-verband inmiddels gestaakt. De samenwerking met de VDN staat momenteel eveneens op een zeer laag pitje door de moeilijkheden in die vereniging.

 

 


8       Welke mogelijkheden zijn er voor de toekomst?

 

Het zittende VVM-bestuur ziet drie mogelijkheden:

(a)                voorzetting;

(b)               voorzetting in afgeslankte vorm;

(c)                ontbinden van de vereniging.

 

Alternatieven (a) en (b) zijn goed te overwegen, maar zijn alleen mogelijk als aan twee voorwaarden voldaan is: het ledenbestand moet flink uitgebreid worden én er moeten meer leden, vooral jongere, actief bij het bestuur en de activiteiten betrokken zijn. Als niet aan die voorwaarden voldaan is, blijft alleen mogelijkheid (c) nog open.

 

 

 


Bijlage 1

Uit de verenigingsstatuten.

 

Art. 3. De “VVM” stelt zich tot doel de behartiging van alle belangen van het moedertaaldidactisch onderzoek en onderwijs, evenals van het onderwijs van het Nederlands in de Vlaamse Gemeenschap.

Daartoe neemt zij zich voor:

a)                                          haar leden, het onderwijsbeleid, de inrichtende machten van het onderwijs en diverse groepen in de samenleving te informeren over moedertaaldidactische ontwikkelingen in binnen- en buitenland;

b)                                          initiatieven inzake moedertaaldidactische ontwikkelingen en onderzoek te ondernemen of te stimuleren, zonodig te coördineren, en bekend te maken;

c)                                          structurele en organisatorische onderwijsontwikkelingen of beleidsvoornemens vanuit het oogpunt van de moedertaaldidactiek kritisch te onderzoeken, en in dat opzicht voor de onderwijsoverheden in Vlaanderen een deskundige gesprekspartner te vormen;

d)                                          internationale contacten voor de moedertaaldidactiek te verzorgen, en de Vlaamse moedertaaldidactiek in het buitenland te vertegenwoordigen.

 

Art. 4. Om deze doelstellingen te realiseren kan de “VVM” onder meer congressen en colloquia organiseren, meewerken aan bijscholingen, publicaties verzorgen (waaronder inz. een nieuwsbrief of tijdschrift), adviezen verstrekken aan het onderwijsbeleid, contacten onderhouden met personen of organisaties die gelijksoortige doelstellingen nastreven of die verantwoordelijkheid dragen inzake moedertaaldidactiek of moedertaalonderwijs.

 

Art. 7. Van de “VVM” kunnen lid worden:

a)                  degenen die instaan voor de moedertaaldidactische opleiding en begeleiding van leraren in de departementen lerarenopleiding van het hoger onderwijs en aan de universiteiten;

b)                  in ruimere zin al degenen die bij de discussie over de moedertaaldidactiek en het moedertaalonderwijs betrokken zijn.

 

 

 


Bijlage 2

VVM-conferenties

 

09.02.1985      Stichtingsconferentie.

26.02.1986           De moedertaalopleiding in de hervormde kns.

05.03.1986      Armand van Assche: Taalvaardigheid (lezen en schrijven) en cognitieve psychologie.

22.03.1986     

08.11.1986           Mns-docenten Nederlands en de besparingsplannen van de onderwijsminister.

15.11.1986      Migrantenkinderen.

28.03.1987      Literatuuronderwijs en cultuuroverdracht.

04.03.1989      Het grammatica-onderwijs. Stand van zaken en toekomstperspectieven.

10.03.1990      Onderzoek en praxis.

04.05.1991      Spellingonderwijs.

25.04.1992      Taalontwikkeling, taalverwerving, taalactivering.

03.06.1992      K. Perrera: English for the Ages  to 16. The National Curriculum.

02.12.1992      H. de Jonghe: Meester en leerling: stilstaan bij de praktijk van het schrijven in de secundaire school.

19.03.1993      Basisvorming Nederlands.

30.11.1994      Schoolboeken Nederlands.

11.03.1994      Evaluatie in het moedertaalonderwijs.

21.04.1995      Aspecten van schoolboeken.

19.04.1996      De leraar Nederlands in de opleiding.

19.02.1997      De nieuwe opleidingsstructuur: hoe staat het Nederlands ervoor?

28.03.1998      ICT in het onderwijs Nederlands.

21.04.1999      Taalvaardigheid in de opleidingen.

31.03.2000      Basiscompetenties voor leerkrachten Nederlands.

23.03.2001      Taalvaardigheid: evaluatie en toetsing in de lerarenopleiding.

 

 


Bijlage 3

Waren of zijn bestuurslid:

 

Suze van Acker, Armand Van Assche, Frans Daems, Joost Dambre, Ghislain Duchâteau,

Riet Jeurissen, Hugo de Jonghe, Marijke Mondelaers, André Mottart, Marc van Riel, Ronald Soetaert, Marc Smolenaers, Jan Uyttendaele, Tom Venstermans, Marcel Verdickt, Wim Verlaeckt.

 

Het bestuur:

 

Frans Daems (penningmeester)

Hugo de Jonghe (voorzitter)

Ghislain Duchâteau

André Mottart

Marc Smolenaers (secretaris)

Jan Uyttendaele
Tom Venstermans

***


Nieuwe vereniging bekijkt computer

Moedertaaldidactiek treedt uit isolement

Op een totaal vergeeld krantenknipsel uit mijn VVM-archief vind ik het verslag - gedateerd op dinsdag 12 februari 1985 en verschenen in De Standaard - van de eerste VVM-conferentie op zaterdag 9 februari 1985. Het is van de hand van Marcel Verdickt, een collega in de lerarenopleiding die later communicatiewetenschap is gaan doceren. Zelf heb ik Marcel Verdickt opgevolgd in het bestuur van de VVM een tijdje later.

 

Aansluitend bij het voorgaande  introductieartikel over de stand van zaken in de huidige VVM van nog steeds onze voorzitter, die dat toen ook al was, Hugo de Jonghe, neem ik uit dat verslag het eerste gedeelte over dat handelt over de oprichting en de bedoelingen van de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici in 1985. 

 

BRUSSEL – Vlaanderen is een vereniging rijker. De Vlaamse moedertaaldidactici hebben zich zaterdag in een vzw verenigd. “Onze vereniging komt geen dag te vroeg,” stelde voorzitter Hugo de Jonghe tijdens zijn toespraak. “Eindelijk kan de moedertaaldidactiek in Vlaanderen uit haar isolement gehaald worden.” Op dit ogenblik helpen zeven werkgroepen minister Coens bij het uittekenen van een beleid i.v.m. het computergebruik in de school. Men heeft in dit land over deze materie lang geaarzeld, maar nu rijdt de informatica-trein pijlsnel richting onderwijs. Dat interessante nieuws was ’s namiddags te horen uit de mond van prof. Johan Heene (RUG) die de eerste VVM-conferentie (over computergebruik o.a. in het moedertaalonderwijs) verzorgde. Eén en ander speelde zich af in het UFSAL-gebouw.

 

De VVM (Vereniging Vlaamse Moedertaaldidactici) wil in Vlaanderen een contactstructuur uitbouwen om onze didactici in binnen- en buitenland meer mogelijkheden te bieden. Zij wil het isolement waarin onderzoek, experiment, uitwisseling en publicatie niet kunnen aarden, doorbreken. In Vlaanderen is voldoende talent en vakkennis aanwezig, maar de vaak ontoereikende onderwijsstructuren en het gebrek aan de elementairste vorm van overleg verhinderen een profilering naar buiten.

 

De VVM wil ook de belangen van de moedertaaldidactiek verdedigen naar het beleid toe. Het mag volgens de initiatiefnemers niet meer gebeuren dat over die belangen beslissingen worden getroffen zonder dat de mensen-in-het-veld erbij betrokken zijn. Inspecteur Hugo de Jonghe somde nog kort enkele andere voordelen van de vereniging op: 1. VVM kan wat in het buitenland leeft naar Vlaanderen kanaliseren.; 2. VVM kan het moedertaaldidactisch onderzoek op gang brengen. In dat verband vermeldde hij, dat op dit ogenblik een grootscheeps onderzoek aan de gang is, waarin tijdens 12 opeenvolgende lessen moedertaal nagetrokken wordt wat (in de verschillende Europese landen) gedaan wordt. Vlaanderen doet aan dat onderzoek mee.

 

De Jonghe besloot met te stellen dat hij met de vereniging een beslissende bijdrage wilde geven aan de professionalisering, de internationalisering van het beroep, en de kritische, nuttige en deskundige bijsturing van het beleid.

 

Dat proberen wij met de huidige VVM nog te doen. Deze nieuwsbrief geeft daar blijken van. Met de medewerking van alle Vlaamse moedertaaldidactici die de concretisering van die doelen belangrijk vinden en die daarom daarvoor ondanks de hoge taakbelasting een stukje tijd willen voorbehouden, zullen we dat kunnen blijven doen. Zonder de inzet van universitaire docenten, hogeschoollectoren en andere moedertaaldidactici halen we ons 20-jarig bestaan niet op 9 februari 2005.

 

Ghislain Duchâteau

 

 

***



Algemene Statutaire Ledenvergadering van de VVM en studienamiddag

 

Nu al kondigen wij de jaarlijkse algemene ledenvergadering van de VVM aan. Ze wordt gekoppeld aan een didactisch georiënteerde studienamiddag op de campus Drie Eiken van de UA in Wilrijk. We kozen daarvoor vrijdagnamiddag 1 oktober 2004 vanaf 14 u.

 

Het onderwerp voor de VVM-Conferentie of de workshop van die namiddag houden we nog in beraad. We vragen onze leden uitdrukkelijk deze namiddag in hun agenda te noteren en vrij te houden voor nog eens een échte VVM-activiteit die ons samenbrengt en die ook didactische perspectieven voor het komende academiejaar in petto zou kunnen houden.

 

Anderzijds wordt de aansluitende algemene vergadering echt ten dele een statutair gebeuren. De nieuwe VZW-wet van 2 mei 2002, definitief in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op 11 december 2002, verplicht verenigingen die voor 1 januari 2004 rechtspersoonlijkheid hebben verworven, zich te schikken naar de nieuwe VZW-wet tegen 31 december 2004. Daartoe moeten we de VVM-statuten in overeenstemming brengen met de bepalingen van de nieuwe wet. Het VVM-bestuur beijvert er zich voor om dat ook effectief te realiseren. De algemene ledenvergadering krijgt dan het voorstel voor de nieuwe VVM-statuten voorgelegd ter goedkeuring.

 

In het VVM-Nieuws van september publiceren we de uitnodiging met de agenda van de algemene statutaire vergadering en ook de informatie over de didactische activiteit op vrijdagnamiddag 1 oktober 2004.

 

Het VVM-bestuur

 

 

***

De VVM-Nieuwsbrief in e-zinevorm is op komst

 

Als voorproefje krijg je hier het hoofd van ons VVM-ezine toegespeeld :

 

 

Bijna ongemerkt maar ook om aanwijsbare praktische redenen hebben we de verzending van de Nieuwsbrief  sinds korte tijd op elektronische wijze, dit is per e-mailbijlage verstuurd. Tot nu is dat altijd in een Word-document gebeurd. Onze voorzitter heeft hierboven al verwezen naar onze overweging om de nieuwsbrief in e-zinevorm te gieten en hem als e-mail in html te versturen. De medebestuursleden van de VVM zijn geleidelijk tot de overtuiging gekomen dat dit wel de aangepaste vorm zou kunnen zijn. Een e-zine geeft ons meer bruikbare ruimte, mogelijkheden om met kleuren en foto’s te werken, is vlot verstuurbaar, kan op het scherm worden gelezen en kan ook worden afgedrukt. De beslissing is dan ook gevallen dit opzet door te voeren en te concretiseren.

 

Daartoe hebben we een computermedewerker aangesproken die onze nieuwe nieuwsbrief in de gewenst lay-out en in de passende vorm heeft ontworpen. Een proefversie werd telkens met aanpassingen en verbeteringen eerst naar de voorzitter en de penningmeester en later naar alle bestuursleden verzonden. Daar kwamen telkens gunstige reacties op en ook suggesties voor nog wijzigingen.

 

Bij het ontwerpen kwam één echte digitale moeilijkheid opduiken : het plaatsen van de interne links, waarbij je van een inhoudsonderwerp bij ons in de ontwerpversie in de zijlijn door een klik kan verspringen naar de tekst zelf van het artikel. Dat heeft onze computervriend wel wat hoofdbrekens gekost. Hij heeft er een nachtje niet van kunnen slapen. Zijn companen van de computernieuwsgroepen kenden het fenomeentje, maar konden het ook niet verhelpen. Uiteindelijk heeft Johan Jacobs een oplossing tot stand gebracht en we slagen er nu in die interne koppelingen tot stand te brengen. Het creatief resultaat werd meteen overgemaakt aan de leden van de computernieuwsgroepen die er voor zichzelf in de toekomst ook hun voordeel mee kunnen doen.

 

Zelf zullen we nu vanuit het websiteprogramma Dreamweaver MX deze nieuwsbrief en ook de laatste in Word-formaat als proef voor onszelf omzetten in e-zinevorm. Dat moet ons wapenen voor de definitieve publicatie van onze nieuwsbrief in html-formaat voor de komende jaargang voor het academiejaar 2004-2005 vanaf september eerstkomend.

 

Ghislain Duchâteau

 


***

 

 

 

 

Studies of writing

 

Gert Rijlaarsdam van de Universiteit van Amsterdam, Editor-in-Chief, van Studies of writing – studies over schrijven, deelt ons mee hoe de publicatie van de Engelstalige reeks is samengesteld en hoe ze verder zal evolueren.


In 1996 werd de boekenserie gestart met zes volumes studies over schrijven, die nauw samenhingen met het werk van de leden van de ‘Special Interest Group’ (SIG) van de ‘European Association on Reseach of Learning and Instruction (EARLI). Die 6 volumes werden gepubliceerd door Amsterdam University Press www.aup.nl, (niet meer in de handel) de volumes 7 en volgende door Kluwer Academic Press www.wkap.nl/series.htm/STUW

 

De lezersdoelgroep is al wie belangstelling heeft voor de grondslagen van schrijven en het leren en onderwijzen van processen in geschreven compositie. De serie doelt op de veelvuldige perspectieven van schrijven, opvoeding en teksten. Daarom komen de auteurs uit verschillende onderzoeksdomeinen, uit de curriculumontwikkeling en uit de lerarenopleiding. De bestreken onderzoeksdomeinen zijn cognitieve, socio-cognitieve en ontwikkelingspsychologie, psycholinguïstiek, tekstlinguïstiek, curriculumontwikkeling, instructieve wetenschap. De serie omvat theoretische thema’s, ondersteund door empirisch onderzoek, zowel kwantitatief als kwalitatief en bestrijkt een breed bestek van nationaliteiten. De serie voorziet in een forum met onderzoek van gevestigde onderzoekers, met bijdragen ook van jonge onderzoekers. Elk boek richt zich op een centraal thema uit het internationaal forum van schrijfonderzoek. Dat houdt in dat elk boek zowat 7 tot 10 hoofdstukken bevat (200 tot 250 pagina’s) rond één thema.

 

 

Overzicht van de publicaties tot dusver in die serie :

 

- Rijlaarsdam, G., Bergh, H van den & Couzijn, M. (eds.). (1996). Vol. 1. Effective teaching and learning of writing. Current trends in research. Amsterdam: Amsterdam University Press. ISBN 90 5356 198 6 pp 386.  

- Rijlaarsdam, G., Bergh, H. van den & Couzijn, M. (Eds.) (1996). Vol.2. Theories, models & methodology in writing research. Amsterdam: Amsterdam University Press. ISBN 90 5356 197 8 pp 558.

- Torrance, M. & Jeffery, G. (Vol. Eds.) (1999). Studies in Writing: Vol. 3. The Cognitive Demands of Writing. Amsterdam: Amsterdam University Press. 112 pages.

- Torrance, M. & Galbraith, D. (Vol. Eds.) (1999). Studies in Writing: Vol. 4. Knowing What to Write. Conceptual Processes in Text Production. Amsterdam: Amsterdam University Press. 190 pages.

- Andriessen,  J. & Coirier, P. (Vol. Eds.) (2000). Studies in Writing: Vol. 5. Foundations of Argumentative Text Processing. Amsterdam: Amsterdam University Press. 273 pages.

- Camps, A. & Milian, M. (Vol. Eds.) (2000). Studies in Writing: Vol. 6. Metalinguistic Activity in Learning to Write. Amsterdam University Press. 228 pages.

- P. Tynjälä, L. Mason, & K. Lonka (Vol. eds.) (2001). Studies in Writing: Vol. 7. Writing as a learning tool. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers. 200 pages.

- L. Tolchinsky (Vol. ed.) (2001). Studies in Writing: Vol. 8. Developmental aspects in learning to write. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers. 200 pages. Paperback 41.00 EUR 

- D. Alamargot & L. Chanquoy (2001). Studies in Writing: Vol. 9. Through the models of Writing. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers. 276 pages. Paperback 47.50 EUR 

- T. Olive & C. M. Levy (Vol. eds.) (2001). Studies in Writing: Vol. 10. Contemporary Tools and Techniques for Studying Writing. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers. 162 pages. Paperback 42.00 EUR  

- S. Ransdell & M.-L. Barbier (vol. eds.)(2002), Studies in Writing: Vol. 11. New Directions in L2-writing. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers. Paperback 45.00 EUR 

- Rienecker, L., Stray Jorgensen, P., Brauer, G. & Bjork, L. (2003). Studies in Writing, vol. 12. Academic Writing. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers. Paperback 47.00 EUR 

- Allal, L., Chanquoy. L.,  & Largy, P. (2004). Studies in Writing, vol. 13. Revision: Cognitive and Instructional Processes. Kluwer Academic Publishers. 235 pages. Gebonden 99.00 EUR 

 

 

Gert Rijlaarsdam heeft als hoofduitgever de hele voorraad persoonlijk opgekocht. Hij verkoopt de boeken met een korting van 50 % aan de SIG- en AIMTE-leden, wellicht ook aan de VVM-leden. De netto-opbrengst investeert hij in het “Funds for Writing Research Publications” om een Engelstalig online tijdschrift te stichten dat voor iedereen toegankelijk is. Hij hoopt dat dit aanbod geïnteresseerden kan dienen om hun eigen bibliotheek uit te breiden en dat het de toekomst kan verzekeren van de Writing Research Publications.

Worden verwacht :

- Michel Fayol and others: Semiotics in Writing (2004).

- Mark Shum and D.L. Zhang, Writing Research in Asia (2004)

- Trianfillia Kostouli, Social Factors in Writing (2004)

- Gert Rijlaarsdam, Huub van den Bergh, & Michel Couzijn, Effective Teaching of Writing (2004)

- Mark Torrance, David Galbraith & Luuk van Waes, Cognitive Factors in Writing (2004)

- Suzanne Hidi & Pietro Boscolo, Motivation & Interest in Writing (2005)
Bijdragen: 
-
Nancy Nelson: Why Write?  A Consideration of Rhetorical Purpose
-
Susan Bobbit Nolen: The Role of Social Context in the Development of Motivation to Write
- Penny Oldfather: Writing Motivation as Emancipatory Knowledge Construction
- Asghar Iran-Nejad & Jason Watt: Motivation and Cognition in Composing Critical Reflection Essays: A Brain-Mind Cycle of Self-Reflection Perspective
-
Pietro Boscolo & Laura Del Favero:Writing on an Interesting Topic: Does Writing Foster Interest?
-
Rebecca L. Lipstein & K. Ann Renninger: "Putting things into words": Interest and Writing of 12-15 Year-old Students
-
Frank Pajares, Fai Cheong & Gio Valiante: Writing Self-efficacy and its Relation to Gender, Writing Motivation, and Writing competence: A Developmental Perspective
-
Virginia W. Berninger: Mark Twain’s Writers’ Workshop:  The Role of Hope and Interest in Motivating Students with Writing Disabilities during Explicit, Process Writing Instruction
-
Bianca De Bernardi & Emanuela Antolini: Fostering Students’ Willingness and Interest in Argumentative Writing: an Intervention Study
-
Suzanne Hidi & Dagmar Berndorff: The Role of Interest and Knowledge in Science-related Expository Writing: An Intervention Study

Het bestelformulier vind je onder de volgende koppeling : http://www.ilo.uva.nl/homepages/gert/StudiesInWriting/Writing_book_series.htm

E-post Gert Rijlaarsdam : G.C.W.Rijlaarsdam@uva.nl  of rijlaars@ilo.uva.nl

***

En leeft hij tóch nog verder, verder en wat vager…

Genuanceerde hommage aan Herman de Coninck (+ 22 mei 1997)


“De dichter Herman de Coninck is amper 53 geworden. Het ging snel, bruusk zelfs. Geen tijd om afscheid te nemen. Maar hij was goed omringd, door vrienden, collega’s en een vrouw, die intussen tientallen prachtige afscheidsteksten geschreven hebben. Nu, vijf jaar na zijn dood, is er een hommage, “Koningsblauw””, schreef Eva Berghmans in een Standaardstuk van 21 mei 2002 “Nog altijd aan de praat” over de poëzietournee rond Herman de Coninck. Nu twee jaar later, dus al zeven jaar na zijn schielijk overlijden op een pleintje in Lissabon trekt het hommageprogramma “Koningsblauw” nog rond in Vlaamse steden en gemeenten.
En Eva Berghmans nog : “Maar Herman de Coninck was zo uit taal opgetrokken dat het vreemd zou zijn geweest als de woordenstroom na zijn dood was opgedroogd. Hij dichtte niet alleen, hij schreef ook beschouwingen over poëzie (over de zijne en vooral die van anderen), hij gaf een tijdje les (talen natuurlijk), werd journalist bij Humo en later hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift, schreef nachtenlang brieven. Hij stierf zelfs tussen de taalkunstenaars, tijdens een uitstapje met Vlaamse en Nederlandse collega’s in Lissabon, in de armen van de Nederlandse schrijfster Anna Enquist. “Hij blijft een ziel die langskomt met gedichten”, zegt Leonard Nolens tijdens het programma, “hij houdt de achterblijvers aan het praten”.  En verder Berghmans :”Voor elk gedicht dat hem raakte, hoe ver het ook van zijn eigen werk af stond, was hij bereid te zoeken naar het waarom, naar de mechanismen, naar de dichter ook. Dogma’s waren hem vreemd.”

Leeft Hermans geest nog bij de jonge dichters van nu ? Subjectieve maar toch veelzeggende uitspraken.

Ilja Leonard Pfeijffer : “In Vlaanderen blijft het not done om kritiek op de Coninck te geven, maar in Nederland heeft hij de plek die hem toekomt. De poëzie van Herman de Coninck is typisch charmant. Niet op het niveau van de taal, maar in de manier waarop hij zich presenteert als een milde, aangename man die schijnbaar zonder pretenties wat notities aan de wereld schenkt. Maar als je goed kijkt, gebeurt er niet gek veel. Het is een beetje ongevaarlijk. Dat is tegelijk wat ik tegen zijn werk heb.”

Jan Lauwereyns, die van de dichter de liefde voor poëzie meeneemt : “De erotische dimensie in de schrijverij. In feite was hij een ietwat tragische, sombere figuur, maar hij verstond de kunst om het gemoed van anderen te verlichten eerder dan te bezwaren. Dat is weinig mensen gegeven. Bovendien was De Coninck ook een belangrijke figuur binnen zowel als buiten het literaire wereldje – iemand met présence. De nieuwe De Coninck is nog niet opgestaan, denk ik.”

Ingmar Heytze die zijn schatplichtigheid aan de Coninck erkent, die voortkomt uit “zeer veel affiniteit”: “Om de weemoed, warmte en humor die uit zijn gedichten spreekt. De Coninck schreef zelf dat hij de poëzie wilde populariseren zonder haar ingewikkeldheid op te geven. Daarmee typeert hij ook zijn eigen poëzie goed. Het zijn toegankelijke, aansprekende gedichten, en toch wordt er nergens een knieval gemaakt ten gunste van die toegankelijkheid. Het is poëzie als een aangename, warm gestookte kamer.”

Hagar Peeters bewondert de Coninck : “In het Verzameld Werk staan drie totaal verschillende gedichten over flamingo’s, terwijl het over hetzelfde dier gaat. Daaraan kun je zien hoe goed hij kan kijken. … Volgens haar wordt hij in Nederland ondergewaardeerd : “Sommigen verweten hem dat hij sentimenteel was. Dat vind ik helemaal niet. Hij schreef over gevoelens die iedereen heeft, en niet over gedachten die sommige mensen hebben. Dat doe ik ook, daarom spreekt hij mij aan. Maar in Nederland houdt men nu meer van cerebrale, pretentieuze en elitaire poëzie.” Ze heeft ook op de Coninck gereageerd : “Hij schreef vaak te simpel over de liefde. De vrouw is in zijn werk een aanbeden muze, een ijdel wezen. Het zijn onbereikbare vrouwen, geen vrouwen van vlees en bloed. Bij die romantische aanbidding wilde ik een kanttekening maken”.

Jonge dichters lezen dichters van onlangs en ze doen het blijkbaar grondig. Dat blijkt uit weer het artikel in dezelfde krant van 21 mei nu twee jaar later (“Koningsblauw in de geest van Herman de Coninck – EEN CHARMANTE DICHTER, door Maarten Dessing en Inge Schelstraete).

Dat alles doet de vraag rijzen in welke mate en hoe Herman de Coninck in onze klassen in het literatuuronderwijs nog aan de orde komt.

In het licht van dat alles en bij de herdenking aan zijn heengaan nu 7 jaar geleden doen wij dat met een paar van zijn gedichten.

Uit de bundel “Een lenige liefde” –uit de cyclus “Ars poetica” (De Gedichten – Herman de Coninck p. 86) :

Zoëven kwam ik de werkelijkheid tegen

Zoëven kwam ik de werkelijkheid tegen
en ze zei: ‘Dag, en wie ben jij?’
’Ik,’ zei ik, ‘kan dat?’
’Bij mij wel,’ zei ze.
Ik wilde wel van haar houden,
en toch, ze was zo gewoon,
maar ze zei: ‘Natuurlijk. Kijk,
de velden hebben geen nevel meer nodig
om te slapen
en wij geen verliefdheid om te beminnen.’
En toen moest ik lachen.
’Je bent dan toch nog een poëtische
werkelijkheid,’ zei ik. En zij:
’Ja, natuurlijk, wat had je dan gedacht?’

En ik bekeek haar lang, en dacht:
’Nu komt de zomer in het land
en veel beelden in mijn gedicht.
Ik wil de taal dynamiteren tot een
gebeurtenis waar veel mensen
naar komen kijken.’
’Ja, doe dat, ‘ zei ze.


Uit de bundel “Met een klank van hobo” (De gedichten – Herman de Coninck p. 223 ) :

VADER

De dingen die voorbij zijn, blijven rustig verderleven,
sereen, omdat ze niet meer zo acuut
en niet meer slechts zo heel heel even
moeten gebeuren van minuut tot minuut.

Zo ging mijn vader, sinds hij stierf
ook in mijn dromen al een paar keer dood, maar trager,
er niet de tijd voor nemend, maar een eeuwigheid,
en leeft hij tóch nog verder, verder en wat vager.

Hij zegt niets meer, hij is een sfeer, mijn vader,
van ouwe woorden, het woord ‘altegader’,
het woord ‘gelaat’ en ‘schoot’ (van ons gezin) en ‘schoon’.

Zo rustig wil ik ook wel sterven, een keer of zes, zeven
in de dromen van mijn zoon.
Tot ik gewoon blijf leven.

Als je de naam Herman de Coninck ingeeft op de zoekmachine Google krijg je in 0,18 seconde 7.280 treffers. Vooraan staat de meest interessante :

Herman de Coninck van Bert Geens : http://www.hermandeconinck.be/hermandeconinck.php

Bij elkaar gesprokkeld door Ghislain Duchâteau

***

Brief aan de voorzitters van de Vlaamse politieke partijen

In volle verkiezingscampagne heeft de VVM een brief geschreven aan elk van de voorzitters van de Vlaamse politieke partijen. De VVM wil dat de lerarenopleiding in het hoger onderwijs op korte termijn gelegaliseerd wordt door een aanhechtingsdecreet bij het structuurdecreet van 4 april 2003. De VVM wil een driejarige lerarenopleiding tot “educatieve bachelor” in de hogescholen en een tweejarige opleiding tot “educatieve master”, die dan ook toelaat die titel te voeren.

Hier volgt de brief :

Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici vzw

 

Adres voorzitter:

Ten Doorn 6

1852 Beigem

 

Beigem, 30 mei 2004.

 

Aan de Partijvoorzitters van de Vlaamse politieke partijen (gepersonaliseerd)

 

Geachte heer/mevrouw de Partijvoorzitter,

 

Nu de kiezerslijsten opgesteld en gepubliceerd zijn en de electorale berekeningen bij de politieke partijen volop hun gang gaan, is het wellicht goed dat partijvoorzitters die zich na de Vlaamse verkiezingen van 13 juni 2004 voor een gedegen beleid willen inzetten, zich nu al bezinnen over de verdere uitwerking van de wetgeving op het hoger onderwijs in Vlaanderen. Voor de toekomst van de Vlaamse bevolking is dat een zaak van uitzonderlijk belang.

 

In dat verband wil de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici (VVM) uw bijzondere aandacht vragen voor de noodzaak van een nieuw decreet op de lerarenopleidingen dat aansluit bij het structuurdecreet van 4 april 2003 op de herstructurering van het hoger onderwijs. De VVM, die permanent bekommerd is om de kwaliteit van een goed onderwijs Nederlands in Vlaanderen, wenst dat daarvan spoedig werk wordt gemaakt na de verkiezingen voor het Vlaamse Parlement en de daarbij horende regeringsvorming. De huidige demissionaire Vlaamse regering heeft daartoe in de voorbije legislatuur alleen maar voorbereidend wetgevend werk ondernomen, maar het o.i. heel premature ontwerpdecreet op de lerarenopleidingen heeft de behandeling in de onderwijscommissie en de plenaire vergadering niet gehaald.

 

Dat betekent dat op dit ogenblik de legale basis ontbreekt voor de implementatie van de nieuwe bachelor- en masteropleidingen voor het komende academiejaar 2004-2005. Die implementatie staat nochtans in de steigers en wordt ook hoe dan ook doorgevoerd. De hervatting van de werkzaamheden om tot dat aanhechtingsdecreet op de lerarenopleidingen te komen is bijgevolg hoogst dringend. Conceptualisering en planning van die legalisering vergen een efficiënte en rationele aanpak.

 

Onze vereniging legt er in dit verband nog eens de nadruk op dat Vlaanderen moet beschikken over een opleidingsstructuur voor leraren die inzake kwaliteit en opleidingsniveau op zijn minst gelijke tred moet kunnen houden met die van de andere Europese landen die de Bolognaverklaring evenzeer in hun hoger onderwijs verdisconteren. Voor de lerarenopleiding is in haar verschillende stadia een weldoordachte combinatie noodzakelijk van een grondige vakinhoudelijke component met een didactisch-methodologische component. Dat wensen wij vanuit de VVM nadrukkelijk voor de aankomende leraren Nederlands in basis-, secundair en hoger onderwijs.

 

In dat verband stellen wij als ernstige denkpiste voor: dat gewerkt wordt aan een driejarige opleiding in de hogescholen tot “educatieve bachelor” en dat op universitair niveau een tweejarige mastersopleiding tot “educatieve master” tot stand wordt gebracht. Alleen zo kan zowel een theoretische onderbouwing als een praktijkvoorbereiding tot stand komen die voor de aankomende leraren Nederlands in de verschillende domeinen van het moedertaalonderwijs een doeltreffende onderwijsverstrekking garanderen. Dat dit wordt gerealiseerd is de uitdrukkelijke wens van de Vereniging voor Vlaamse Moedertaaldidactici.

 

In dat perspectief willen wij met u graag verder van gedachten wisselen om desgewenst op constructieve wijze bij te dragen aan wat ons voorkomt als een materie die van het hoogste maatschappelijk belang is in het Vlaanderen van de nabije en de verdere toekomst.

 

Wij zullen een positieve reactie van uw kant ten zeerste waarderen als een blijk van belangstelling en van bezorgdheid om de hierboven behandelde thematiek.

 

Met gemeende hoogachting,

 

 

Hugo de Jonghe

Voorzitter van de Vereniging voor Vlaamse Moedertaaldidactici

 

Ten Doorn 6

1852 Beigem

Tel. : 02/305 59 83

E-post : hjonghe.cvierin@tiscali.be

 



De meeste politieke partijen hebben bijzonder positief op onze VVM-brief gereageerd, gaan akkoord met onze visie en sturen ons documentatiemateriaal met hun standpunten en hun acties daaromtrent. Wij blijven in de VVM dat dossier aandachtig volgen en hopen op een efficiënte aanpak van deze problematiek door de nieuwe Vlaamse onderwijsminister.

 

 

***

 

 

DE LERAAR EN DE LEERLING

 

‘En breng me nu eens, kinderen, van ’t verschil
tussen een komma en een punt op ’t spoor.’
De klas scheen te gaan denken en viel stil,
maar een uiteenzetting kwam niet naar voor.

Toen zei Annet: ‘Een punt is als een spil
waaraan twee vleugels zwenken door een poort,
de zin stopt wel en niet; maar als hij ’t wil:
over een komma loopt de zin vol door.’

De leraar, half verbluft en half verrukt,
zon op een weerwoord dat afdoende was,
maar vond glimlachend: ‘Mooi, en zeer terecht.’

Op weg naar huis is zij verongelukt,
diezelfde namiddag. De hele klas
behield voor ’t leven wat zij had gezegd.

 

                                   Hans Barendregt

Uit : Gedichten 79, een keuze uit de tijdschriften – Uitg. Davidsfonds – Leuven

Hans Barendregt is  een dichter uit Amsterdam. Hij is er geboren op 6 juni 1910. ‘De leraar en de leerling’ is gepubliceerd in het tijdschrift Maatstaf. Ook publiceerde hij poëzie in Opwaartsche wegen en Ontmoeting. In 1984 verscheen zijn bundel “Voetsporen”. Hans Barendregt schreef over  'De religieuze grondslag bij Gerrit Achterberg', in Maatstaf ' 28 (1980) 7 (juli) 55-65.

 

***

 

 

 

 

 

Het Nederlandse literatuuronderwijs en het leesdossier
Wij leggen de eerste steen, in goed cement – reactie van Wam de Moor op J.A. Dautzenberg in “Ons Erfdeel” (Jg. 47 –juni 2004)

We zijn zo vrij de titel met de subtitel te verwisselen van Wam de Moors reactie. Onze lezers herinneren zich uit de vorige VVM-Nieuwsbrief ons stuk omtrent “Het Nederlandse literatuuronderwijs kop van Jut in “Ons Erfdeel” (Jg. 47 – februari 2004) – aanzet tot burgerlijke ongehoorzaamheid.” Daarin geeft de heer Dautzenberg de wereld van de vakdidactiek Nederlands meer dan een fikse veeg uit de pan. We hebben reacties gevraagd. Theo Witte liet ons weten dat hij de psychische ruimte niet wil grijpen om tegen een dergelijke aantijging te reageren. Wam de Moor, die Theo Witte ook daarover contacteerde, doet het nu wél in de kolommen van het juninummer van het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift.

 

Opvallend bij een eerste lectuur lijkt me de voorkomendheid waarmee Wam de Moor Dautzenberg bejegent. Hij erkent zijn verdiensten en is het soms wel met hem eens, zo over het schools foutieve hanteren van het leesdossier. Maar Wam de Moor verdedigt in zijn stuk zijn fundamentele visie over literatuuronderwijs, dat zeker niet enkel leerstofgericht mag zijn met pure kennisoverdracht zoals dat in oudere tijden gebruikelijk was met b.v. het lezen voor de Lijst, maar dat het samen met die kennisconfrontatie ook rekening houdt met de leerling in zijn ervaring met het literaire werk. Persoonlijke betrokkenheid en confrontatie tussen het eigen ik en de werkelijkheid zijn wezenlijke leesmotieven. Leesbeleving garandeert op langere termijn intrinsieke belangstelling voor literatuur en lezen buiten de school in het eigen leven. Daarvan getuigen studies en ook een eigen onderzoek dat Wam de Moor op basis van een ruim aantal leesbiografieën heeft ondernomen. Indringend formuleert de auteur hier zijn kijk op de beide opvattingen van literatuuronderwijs : “Want het belang van didactisch inzicht dat niet uitgaat van alleen de leerstof, maar dat ook de aard, de instelling en de persoonlijkheid van de lezende leerling bij het leerproces betrekt, wordt door slecht geïnformeerde tegenstanders van het leesdossier stelselmatig genegeerd.” (p. 394).

 

Wam de Moor stelt zich niet blind op voor bezwaren die kunnen naar voren worden geschoven tegen de gebruikelijke schoolpraktijk met en rondom het leesdossier. Naast het al vermelde schools hanteren van het dossier is er de invoering van steeds maar meer portfolio’s of dossiers, waaronder De Moor het schrijfdossier noemt. Dat kan niet anders dan tot overbelasting leiden en “komt rustige reflectie op het gelezene niet ten goede.” (p. 397).

 

Zijn belangrijkste argument blijft toch wel zijn visie op het ervarings- en belevingsgerichte lezen van de leerlingen. Daarbij vermeldt hij ook de steun die hij daarvoor van onze Vlaamse literatuurdidactici ervaart als Ronald Soetaert, Armand van Assche (+), Jan Uyttendaele en André Mottart. De kijk die De Moor heeft geconcipieerd en ontwikkeld op die vorm van literatuuronderwijs en die zijn neerslag heeft gevonden in de concretisering van een weldoordacht leesdossier, zoals dat vooral door Joop Dirksen wordt gepropageerd, heeft in Vlaanderen nog een veel ruimere aanhang gekregen dan Wam de Moor ook maar kan vermoeden. We kunnen hierbij beslist niet heen om de vermelding van de Leeswijzers die in de jaren 90 werden ontwikkeld in de Werkgroep Jeugdliteratuur UFSIA/CVD  in Antwerpen onder de bezielende leiding van Mark Van Bavel. Volgens recensent Hein De Belder in De Standaard van 14 maart 1999 over de Leeswijzer 12-14 jaar moeten die leeswijzers leerkrachten, lerarenopleiders, bibliothecarissen en ouders samen de weg helpen afleggen die vertrekt bij het spontane leesplezier van de kinderen, hen leiden doorheen de moeilijke jaren en ze doen uitmonden in ‘lezen-met-inzicht’. Mijn eigen opvatting over leesbeleving vindt dan ook haar neerslag in de opdracht in datzelfde werkje waar Mark Van Bavel op 17 maart 99 optekent “Uit sympathie voor iemand die de belevingswereld van leerlingen en tekstervarend lezen hoog in het vaandel voert.” Waarvan akte met genoegen !

 

Naast de openstelling in de tijd, longitudinaal doorheen het schoolcurriculum bracht het leesdossier ook de overschrijding van literatuurbenadering over het vak Nederlands heen, latitudinaal naar de literaturen uit  vreemde talen. Kansen tot confrontatie met waardevol literair werk uit de hele wereld werden zo gecreëerd. Het leesdossier als werkinstrument kan dus een ernstige en belangrijke aanzet geven tot literaire competentie. “We leggen de eerste steen in goed cement”.

 

Tot slot willen wij ons met Wam de Moor aansluiten bij wat Marc Verboord schrijft in zijn Utrechtse dissertatie van 2003 “Moet de meester dalen of de leerling klimmen? De invloed van literatuuronderwijs en ouders op het lezen van boeken tussen 1975 en 2000” :

 

“Wanneer leerlingen een cultuurgerichte docent voor de klas hebben gehad, blijken ze op latere leeftijd een lagere leesfrequentie te vertonen. De positieve invloed van een meer leerlinggerichte benadering laat zich verklaren doordat de oud-leerling meer plezier in het lezen van boeken heeft opgedaan.” (p. 154).

 

Daarmee staat J.A. Dautzenberg helemaal in de verdrukking.

 

Ghislain Duchâteau

 



***



C o l o f o n

 

Bestuur van de

Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici :

 

Hugo de Jonghe, voorzitter
Marc Smolenaers, secretaris
Frans Daems, penningmeester
Ghislain Duchâteau, lid

André Mottart, lid

Jan Uyttendaele, lid

Tom Venstermans, lid

 

Contributie

 

Lid worden van de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici
kan je door storting van 6,5 € op rekening
nr. 001-1499716-75 van VVM, Wilrijk

 

 

Redactie van de Nieuwsbrief van de VVM :

 

Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : ghislain.duchateau@pandora.be