VVM-Nieuws

 

 


Nieuwsbrief van de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici 15-1, februari 2002

 

 

 


Secretariaat: p/a CBL-UIA

Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk

 

Redactie: Optacom-b, Ten Doorn 6, B-1852 Beigem

Verantw. uitg.: %. Smolenaers, Kapelstraat 25, 2200 Herentals

 

 

 


In dit nummer:

 

·       VVM-voorjaarsconferentie en -jaarvergadering

·       HSN 16 Call for papers

·       Creatief schrijven in Vlaanderen en Nederland (weekend Antwerpen)

·       G. Duchâteau, Dankzij ICT meer betrokkenheid (een verslag)

·       G. Duchâteau, Communicatievaardigheid. Een verduidelijkende visie

·       Toemaatje uitspraak

·       Contributie 2002

 

 

 

 

 


VVM-voorjaarsconferentie en ledenvergadering 2002:

Lerarenopleidingen: taalbeleidsplan en startcompetenties

Terug

 


Let op: gewijzigde datum!

Conferentie en ledenvergadering hebben plaats op vrijdag 26 april 2002

UIA, Blok D, lokaal D-9.27 (kelderverdieping)

 

 

De discussie omtrent de basiscompetenties lijkt ich geleidelijk naar het probleem van de startcompetenties te verleggen. Welke eisen kunnen we aan de instroom van de lerarenopleidingen stellen en wat voor taalbeleidsplan zullen de opleidingen dan opstellen om ervoor te zorgen dat hun uitstroom de nodige competenties opgebouwd heeft om voor een kwalitatief goed onderwijs in te kunnen staan? Dat zijn vragen die ons de komende tijd goed bezig zullen houden.

 

Op de voorjaarsconferentie van vrijdag 26 april 2002 willen we ons daar samen over beraden. Programma:

 

09.30       Receptie en koffie

10.00       Algemene inleiding: taalbeleid (Mark Van Bavel)

11.00       Een taalbeleidsplan voor de lerarenopleiding (Rudi Beernink)

12.00       Lunch

 

13.00       Gedachtewisseling in twee groepen: basisonderwijs en secundair onderwijs

14.30       Koffie

14.45       Plenum en besluiten

15.30       VVM-ledenvergadering

16.00       Drankje

 

De toegang is gratis voor VVM-leden. Niet-leden betalen 2.5 euro. Voor een lunch rekent het universiteitsrestaurant ca. 6.2 euro.

 

Deelnemers worden verzocht in te schrijven bij het VVM-secretariaat: p/a UIA - CBL, Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk. Mogelijk is ook een mailtje naar hugo.dejonghe.mb@kerknet.be

 

 

 


Zestiende Conferentie Het Schoolvak Nederland

Gent, 15 & 16 november 2002

 

Locatie: Koninklijk Atheneum Middenschool

Voskenslaan 60 9000 Gent

 

 

CALL FOR PAPERS

Terug

De HSN-conferenties zijn het resultaat van nauwe samenwerking van alle Nederlandse en Vlaamse verenigingen van leraren/docenten en didactici Nederlands. Bovendien kunnen ze rekenen op de volle steun van de Nederlandse Taalunie. De conferenties zijn uitgegroeid tot een onmisbaar forum voor al degenen die zich bij de ontwikkelingen in het onderwijs Nederlands betrokken voelen.

 

HSN-16 beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt: van basisschool over secundair/voortgezet onderwijs tot hogeschool en lerarenopleiding. Naar verwachting staan er weer een zeventigtal workshops, lezingen en andere activiteiten op het programma.

 

Hierbij roepen de organisatoren in Vlaanderen en Nederland leraren/docenten/lectoren en didactici op om zich als spreker/workshopleider te melden. Er wordt vooral belang gehecht aan praktijkgerichtheid en aan het vernieuwende karakter van de presentatie. Voor ervaringen uit eigen onderwijspraktijk en bevindingen uit kleinschalig onderzoek bestaat veel belangstelling. Op grond van de ingezonden abstracts van een half A4'tje worden de sprekers in een stroom ingedeeld. Gedacht wordt aan stromen als basisonderwijs, NT-2, literatuuronderwijs, schrijfonderwijs, luister- en spreekonderwijs, leesonderwijs, hoger onderwijs, zelfstandig leren, taakgericht onderwijs, informatie- en communicatietechnologie (ICT), taalbeleid... Duo-presentaties zijn niet uitgesloten, maar moeten een uitzondering blijven.

 

Uiterste datum voor aanmelding met abstract (diskette met vermelding tekstverwerkingsprogramma en uitdraai): 30 april 2002.

 

Adres (ook voor inlichtingen): Filip Dhaenens, Tussenwege 16, 9920 Lovendegem; tel & fax: 09/372 02 52 e-mail: filip.dhaenens@village.uunet.be

 

 

 


Creatief schrijven in Vlaanderen en Nederland

Terug

Bestemd voor leerkrachten Nederlands

'een nieuwe lente, een nieuw geluid'

 

weekend in Antwerpen

van zaterdag 23 maart 13.30 u.

tot zondag 24 maart 13.00 u.

 

georganiseerd door de Stichting Schrijven in Amsterdam,

met medewerking van het Europees Platform (Alkmaar), binnen het programma Gros.

 

In dit weekend draait het om de vraag hoe we leerlingen kunnen bekwamen in de kunst van boeiend schrijven. In dit kader vindt een gedachtewisseling plaats tussen Vlaamse en Nederlandse leerkrachten over het belang daarvan, met aandacht voor de plaats in het leerplan van beide landen.

 

Het programma luidt als volgt:

eerste sessie: zaterdag 13.30-17.30

verzorgd door: auteurs, journalisten en (hoog)leraren Nederlands uit Vlaanderen en Nederland.

Inhoud:

- het belang van creatief schrijven;

- de plaats en aanpak binnen de lessen Nederlands in Vlaanderen en Nederland;

- de (on)mogelijkheden om er meer plaats voor in te ruimen;

- debat over het belang en de wezenlijke elementen van schrijfvaardigheid.

 

zaterdagavond: bijwonen toneel, cabaret of voordracht (onder voorbehoud, afhankelijk van de mogelijkheden).

 

tweede sessie: zondag 9.30-13.00

verzorgd door: de Stichting Schrijven, met gastdocenten uit Vlaanderen en Nederland.

Inhoud: hoe stimuleer je creatief schrijven bij de leerlingen?

Deze sessie omvat onder meer een praktische opdracht.

 

Hets aanbod omvat:

- het beschreven programma (bijwonen van de twee sessies is verplicht)

- overnachting in een tweepersoonskamer in het ‘Eurotel’, een viersterren hotel

- diner op zaterdag en ontbijt op zondag (geen lunches)

- onder voorbehoud: toneel- of cabaretvoorstelling op zaterdagavond, niet verplicht

(de deelnemers ontvangen hierover eind februari bericht, misschien met een keuzemogelijkheid).

 

Kosten: geen (dankzij het programma Gros).

 

Voor eigen rekening:

- de reiskosten naar Antwerpen

- toeslag eigen kamer (als u hiervoor kiest), 35 euro, te voldoen bij aankomst.

 

Er is in principe plaats voor dertig deelnemers uit Nederland en dertig uit Vlaanderen. Vlaamse deelnemers kunnen zich nu direct aanmelden bij het Europees Platform, voor 1 maart, met vermelding van naam, postadres en naam + plaats van de school en wel of geen eigen kamer (eigen kamer: toeslag van euro 35).

 

Aanmelden bij: Europees Platform, t.a.v. Greet Houtkooper

tel:00-31-72-5118502; fax: 00-31-72-5151221

e-mail: g.houtkooper@europeesplatform.nl

Nassauplein 8,  1815 GM Alkmaar

 

 

 

 


Dankzij ICT meer betrokkenheid

 

Ghislain Duchâteau

Terug

Op 26 januari 2002 had in de UFSIA-Centrum voor Didactiek van de UIA de 10e Taaldag plaats. Meer dan 360 leraren waren aanwezig voor de sessies Nederlands, Frans, Engels en Duits. Voor Nederlands haalde de Taaldag met zijn vier sessies een opmerkelijk goed niveau, zowel naar de inhoud als naar de belangstelling van de opgekomen deelnemers. Mai Van Loon presenteerde ‘Evolueren in evalueren’ met vanwege haar sectie een eigen nieuwe vorm voor het evalueren, afwijkend van het klassieke examensysteem. Nora Bogaert stelde ‘Taakgericht onderwijs en Nederlands’ voor, als een effectieve manier om de taalvaardigheid van leerlingen te bevorderen in overeenstemming met de eisen van de huidige samenleving. Literatuurpromotor Joop Dirksen toonde in zijn presentatie ‘Smaak in literatuur’ hoe je als leraar de smaakontwikkeling op betrekkelijk eenvoudige wijze kan begeleiden en stimuleren. Fransien Vandermeersch handelde over ‘Meer betrokkenheid dankzij ICT tijdens de les Nederlands’

 

Bij die laatste blijven we langer stilstaan. Sinds het inschakelen van software voor het reflecteren over taal komt taalbeschouwing binnen het bereik van nagenoeg alle leerlingen. Het computergebruik stimuleert de actieve aanpak van de leerlingen. In haar eerste deel stelde Fransien Vandermeersch een aantal CD-romoefeningen taalbeschouwing en taalvaardigheid voor om leerlingen van de 1e graad zelfstandig te laten werken. Daartoe hanteerde ze op het projectiescherm vanuit haar laptop de CD-Rom ‘Begrijpend lezen in de basisvorming’ (EDUROM, 9,05 Euro). De leerlingen krijgen de opdracht blokjes van zes zinnetjes in de juiste volgorde te rangschikken en daarboven een titeltje te plaatsen. Daarbij hoort een toets waarbij de leerling automatisch zijn score te zien krijgt. De CD-rom bevat meer dan 35 inhoudelijk verschillende oefeningen.

 

In een 2e gedeelte kregen we een demonstratie van het gebruik van de CD-Rom ‘15 jaar Vlaamse jeugdliteratuur, (mailto:VSV@chef.net, 11,90 Euro). Dat kan voeren tot leesbevordering, tot schrijfbevordering en tot spreek- en luisterbevordering. Duo’s krijgen de opdracht één bepaalde auteur te exploreren. Het resultaat van hun zoekwerk op de CD-Rom brengen ze dan in een gezamenlijke rapportage aan de rest van de klas. De leerlingen gebruiken als instap de aanwijzingen die ze krijgen bij het hoofdmenu ‘Hoe werkt dit programma?’ Ze schrijven in een vijftal zinnen een heel korte biografie van de auteur. Ze stappen dan over naar het boekenoverzicht van de jeugdschrijver en selecteren daaruit één boek dat ze op de boekenlijst willen zetten. Ze motiveren hun keuze. Verder is er aandacht voor de illustrator van het gekozen boek. Een andere opdracht betreft literaire prijzen. Die voert de leerlingen tot de meest recente winnaar van een prijs, naar een recensie van het bekroonde boek en naar de genres van jeugdboeken die de auteur op zijn actief heeft. De leerlingen leren ook op een correcte manier de referenties naar de gekozen boeken noteren, die dan geïnventariseerd en in een alfabetische lijst aan alle klasgenoten bezorgd worden. Het is bij deze totaalopdracht de bedoeling dat de leerlingen van de 1e graad het verzamelde materiaal onderbrengen in hun leesmap.

 

In haar 3e deel confronteert Vandermeersch de aanwezige leerkrachten met de SMS-taal van de leerlingen. Hier moet de herkenbaarheid en de betrokkenheid van de leerlingen wel bijzonder groot zijn. Titeltje van dit gedeelte: HOEST? VEEL SUC6! De razendsnelle opkomst van het SMS-lands (E. Sanders). Aan de hand van de leesstrategieën oriënterend lezen, verkennend lezen, globaal lezen, structurerend lezen en kritisch lezen maken leerlingen bewust kennis met SMS-taalgebruik. Ontcijfer even Fransiens voorbeeld: AG Fantastav nxmoe 2daynrbios20u w8bijfrtr antwasap ((H)). Enkel het laatste gedeelte geven we voor de aardigheid prijs: antwoord as soon as possible Dikke knuffel. Op de website van Wim Daniels vinden de leerlingen de 10 regels waaraan het sms-lands voldoet. Webadres: http://www.wimdaniels.nl/sms Ook hieraan wordt voor duo’s een interessante schrijfopdracht gekoppeld: ze schrijven een artikel voor het schooltijdschrift over de know-how van het sms’en. Daarop volgt dan een boeiende taalbeschouwingsfase met als themaatjes het strippen van zinnen, het gebruik van letterwoorden, de ‘shortjes’, ‘kort woorden achteraan’, de vervanging van een lettercombinatie door één letter, het gebruik per woord van slechts drie letters, het samenvoegen van woorden, het gebruik van cijfers i.p.v. letters, het gebruik van ‘emoticons’ of ‘smileys’, het bedenken van nieuwe woorden. Naast de URL van Wim Daniels geven we hier de andere bronnen uit de presentatie van Fransien: het boekje van Wim Daniels SMS. Teksten, smileys & sites (Van Holkema en Warendorf), het artikel van E. Sanders ‘HOEST?Suc6!, in het tijdschrift Onze Taal, juni 2001, pp. 132-134 en nog een webadres: http://mobilefreaks.nl/smstaal

 

In het laatste gedeelte van de presentatie be handelde Vandermeersch het uitbouwen van literaire competentie door het lezen van recensies. Hier gaan ook duo’s aan het werk. Ze brengen op het einde van de leeractiviteit verslag uit in een rapportage voor de klas. De leerlingen maken naast hun ervaringsverslag ook een gefundeerd leesverslag van het gekozen boek. Daarbij kunnen ze op het internet informatie zoeken, waarbij ze ideeën opdoen die hun eigen leeservaring verrijken, ondersteunen of structureren. Twee mogelijke sites daartoe zijn:

http//www.bibvlaanderen.be

http//www.google.com

Ze zoeken twee recensies op over het behandelde boek en vergelijken die op een aantal aspecten. Daarna schrijven ze thuis op basis van de recensies en van hun eigen ervaringsverslag een nieuwe recensie. Aan de hand van een commentaarformulier met de kwaliteitsnormen voor een goede recensie geeft een medeleerling commentaar op de nieuwe recensie. De leerling reviseert en verbetert dan zijn eigen basistekst, wat leidt tot een definitieve recensie. Tot slot zoekt de leerling relevante informatie over de auteur en geeft voor de klas op basis van de gevonden informatie en de recensie(s) een klaspresentatie. Sommige leerlingen doen dat met Powerpoint. Boekpromotie, bevordering van literaire competentie, toepassing van technieken van schrijfvaardigheid komen hier aan de orde.

 

Buiten haar presentatie was Fransien Vandermeersch zo vriendelijk mij ook een bijkomende serie CD-Roms te leren kennen die voor de bevordering van de taalbeschouwing en de taalvaardigheid misschien nog meer diensten kunnen bewijzen dan de gepresenteerde EDUROM-CD. We brengen ze hier ter informatie onder de aandacht van de geïnteresseerde lezers. De reeks is wel duurder. Ze omvat drie delen ‘Muiswerk. De Nederlandse Taal’ Er is een deel over grammatica, eentje over spelling en nog eentje over werkwoordspelling. De referenties ervan kun je opvragen bij http://www.medioeurope.com

De kostprijs is 32,20 euro per deel.

 

Het voordeel van het gebruik van CD-Roms is dat je zeker het risico niet loopt dat bij het falen van de internetverbindingen de hele lesopzet in de vernieling gaat. Met de hoeveelheid lesmateriaal en met de ICT-bronnen die in de presentatie van Fransien Vandermeersch aan de orde kwamen, kunnen leraren Nederlands voor hun onderwijs al een heel eind op weg.

 

 

 


Communicatievaardigheid

een verduidelijkende visie

 

Ghislain Duchâteau

 

Terug

Het titelwoord omvat precies wat we in hoofdzaak met het onderwijs Nederlands willen bereiken. Als onderwijsverstrekkers zijn we er ons vaak niet ten volle van bewust wat precies in dat begrip steekt en werken we nog niet met de volle maat krachtig toe naar dat globaal onderwijsdoel. Daarom willen we graag zelf nog even pogen die onderwijssituatie voor het vak Nederlands wat scherper te stellen. Met het risico bij een aantal collega’s open deuren in te trappen verwacht ik toch dat bij een aantal anderen een voller dagklaarte zou kunnen gloren. Ik richt mij daarbij tot het hele onderwijsveld van hoog tot laag en omgekeerd.

 

 

Is de communicatie geslaagd ?

 

Sinds in 1979 de Leidse Werkgroep het veelomvattend handboek Moedertaaldidactiek (Coutinho) gepubliceerde, is de volle aandacht gevestigd op communicatieonderwijs. De groep stelt duidelijk als één van haar uitgangspunten dat moedertaalonderwijs primair communicatieonderwijs dient te zijn (pp. 23-27). Dat beginsel heeft sindsdien geleidelijk zijn weg gevonden naar het onderwijs Nederlands. Maar toch. Docenten Nederlands passen doorgaans nog niet de volle draagwijdte van het principe toe in hun concrete lespraktijk. Daarom is het goed voorop te stellen welke implicatie communicatie heeft voor de onderwijsverstrekking. Bij de interactie onder mensen, onder leraren en onder leerlingen is communicatie aan de orde in complete communicatieve situaties. Bij de beschouwing van één bepaalde communicatieve situatie komt het erop aan strategisch gezien het doel van die communicatie in de geest centraal te stellen. Je mikt op welslagen van de communicatie als je je engageert in een gesprek, bij het beluisteren van een toespraak, bij het lezen van een tekst en bij het schrijven van een e-mailbericht. Dit staat centraal: is de communicatie geslaagd (ja) of is ze niet geslaagd (neen) of is ze gedeeltelijk en in welke mate al dan niet geslaagd? Bij de evaluatie van een communicatieactiviteit is dat de primaire vraag die elkeen die daarbij betrokken is, zich moet stellen.

 

Als iemand je de weg wijst naar een bepaald adres in een onbekende stad, komt het in zijn routebeschrijving erop aan, dat jij op dat adres aanbelandt. Zoniet is de communicatie onvolwaardig geweest. Als je op basis van een handleiding thuis vanuit een pakket een nieuwe kast in elkaar moet knutselen, dan moet die kast perfect gebruiksklaar staan na dat knutselwerk. Als je op de computer je digitaal klokje wil gelijkstellen, dan moet je precies de opeenvolgende bewerkingen uitvoeren om voortaan vanaf je scherm exact te weten hoe laat het is. Als een begeleider een vakgroep of sectie op basis van een doorlichtingsverslag wil bijsturen in de richting van efficiënter communicatieonderwijs en drie van de vijf docenten komen er hoegenaamd niet toe dat te bereiken, dan is die communicatie slechts gedeeltelijk geslaagd. Als een leerkracht een goede mondelinge toelichting verstrekt bij een degelijk commentaarformulier voor revisie van een tekst en hij constateert dat de kwaliteit van het werkstuk ten overstaan van de eerste versie in de definitieve versie niet noemenswaardig is verbeterd bij een aantal leerlingenduo’s die met het commentaarformulier heeft gewerkt, dan is de communicatie zeker ten dele mislukt. Dat constateer je als docent en als lerende bij de evaluatie, bij de reflectie, bij de nabespreking.

 

 

Communicatieonderwijs is vaardigheidsonderwijs

 

Communicatieonderwijs is bij uitstek vaardigheidsonderwijs. De vier vaardigheidsaspecten moeten daarbij bevorderd worden. Spreken, luisteren, schrijven en lezen moeten van een bepaald niveau van beheersing tot een hoger niveau van vaardigheid worden gebracht. Dat is de onderwijsopdracht. Normaal werk je als docent met complete communicatieve situaties waarbij die vier vaardigheden in meerdere of mindere mate gelijktijdig betrokken zijn. Weer strategisch bekeken werkt de docent toch bewust in de richting van de bevordering van één van die vaardigheidsdomeinen. Dat houdt in dat hij intentioneel toch dominant ofwel spreken, of luisteren of schrijven of lezen wil bevorderen. Daarop vooral kan hij zijn onderwijsdoelstellingen richten. Dat impliceert dat het beoefenen van de drie andere domeinen zonder dat intentioneel na te streven toch aan de orde is. Het reële onderwijs is daarbij evenwel op dat ene domein gefixeerd.

 

Nu constateren wij dat schrijvers van schoolboeken het van groot belang achten dat zij zoveel mogelijk en zo gevarieerd mogelijk boeiend materiaal in hun methode opnemen. Dat moet het onderwijs voor de leerlingen zo aantrekkelijk mogelijk maken. Ook leraren zullen dat graag doen in hun klaspraktijk. Daarbij wordt wel eens vergeten dat echt methodisch leren aan de orde is. Aangenaam bezig zijn met leermateriaal is toe te juichen, maar effectief leren moet daaruit voortspruiten. Wij constateren dat voor het effectief leren de dimensie vaardigheidstraining ontbreekt.

 

In de evolutie van de didactiek in de richting van vaardigheidstraining moeten we zeker de betekenis onderstrepen van Nederlands in de basisvorming. Een praktische didactiek van Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens (Coutinho) in een eerste druk in 1992 en in een tweede herziene uitgave in 1995. Het werk verscheen naar aanleiding van de kerndoelen voor de basisvorming en de implementatie van die basisvorming zelf in Nederland. Het werd zowel in Nederland als in Vlaanderen al vrij vlug als handboek in lerarenopleidingen gebruikt. Het geeft aankomende leraren Nederlands een enorm houvast voor hun onderwijs in de richting die de overheden in hun kerndoelen of hun eindtermen hebben uitgewerkt. Toen verscheen het taalvaardigheidsonderwijs pas volop op het terrein en de implementatie daarvan gaat nu nog steeds verder. Wij beleven daarmee de opgang van het lees- en schrijfonderwijs, maar daarbij ook het tot dan toe nogal verwaarloosde en moeilijker luister- en spreekonderwijs.

 

Laat ons stellen dat het onderwijs in die vier vaardigheidsaspecten tekstonderwijs is met hantering zowel productief als receptief van mondelinge en geschreven teksten. Hier komen we dan tot de ontdekking van de tekstsoorten met voor elke tekstsoort haar specifieke tekstsoortkenmerken. Taalvaardigheidsonderwijs wordt dan in essentie het onderwijs in de tekstsoorten binnen elk van de vier vaardigheidsdomeinen. In de onderwijspraktijk ontbreekt op grote schaal nog dat bewustzijn. Wij weten dat docenten Nederlands slechts over een beperkte onderwijstijd beschikken, die dan vaak nog verdeeld wordt over directe klascontacttijd en tijd voor zelfstandig werken en zelfstandig leren. Binnen de beschikbare tijd moet zo doeltreffend mogelijk worden geopereerd. Dat kan slechts door het onderwijs dominant toe te spitsen op de studie van de tekstsoorten. Een tekstsoort wordt aan de hand van een voorbeeld exemplarisch gepresenteerd met zijn tekstsoortkenmerken. Veelal blijft de behandeling daartoe beperkt en krijgt de lerende enkel kennis van de tekstsoort in de hoop dat hij daardoor ook wat meer beheersing daarvan zou kunnen verwerven. Dat lijkt mij een foute inschatting. Van kennis moet de leerling doorstoten tot kunnen, tot vaardig worden in. Hier komen we tot een groot gemis in de onderwijspraktijk. Door het feit dat de docent in zijn opdracht zoveel met de leerlingen moet verwerken en hij vlot moet vooruitgaan in de behandeling van zijn jaarwerkplan blijft het trainingsaspect goeddeels achterwege bij de confrontatie van de leerlingen met elke tekstsoort. Het resultaat is enkel kennis van die tekstsoort, maar niet de beheersing daarvan.

 

In het perspectief van dit euvel zouden wij willen pleiten voor directe gerichtheid op een beperkt aantal tekstsoorten, maar daarbij behoort de docent voldoende tijd te nemen om die minimaal te trainen. We weten bijvoorbeeld dat de instructie een stappenplan vergt waarbij de stappen in een bepaalde volgorde moeten worden gezet en geen enkele stap mag worden overgeslagen. Voor de beheersing van de tekstsoort ‘instructie’ is dus vereist dat leerlingen geconfronteerd worden met gevarieerde communicatieve situaties waarbinnen die instructie wordt aangeleerd. De bereiding van een maaltijd op basis van een recept, een routebeschrijving, het consulteren van een treinboekje, de fasen voor het opstellen van een tekstverwerkingsdocument op de computer, het instellen van de televisiezenders in een bepaalde volgorde vanuit de handleiding geeft telkens door oefening de gelegenheid te ontdekken dat een stappenplan moet worden gehanteerd, waarbij geen stap mag ontbreken en waarbij de stappen in een bepaalde volgorde worden uitgevoerd. De training brengt niet enkel dat inzicht teweeg, maar ook de beheersing van het instructiestramien in andere nog komende communicatieve situaties waarmee ze ook buiten de school worden geconfronteerd. Voor de tekstsoorten ‘spreken’ in de bovenbouw of de Tweede Fase in Nederland blijft in dat verband de beheersing beperkt tot drie: referaat, debat en discussie. Dat is haalbaar binnen de beschikbare onderwijstijd, niet enkel om ze te leren kennen, maar ook om ze door training te leren beheersen. Leerlingen die het voortgezet onderwijs beëindigen moeten tot op zekere hoogte beschikken over debatvaardigheid in de richting van hun verdere studies of om maatschappelijk en professioneel minimaal weerbaar te zijn.

 

 

Strategisch taalvaardigheidsonderwijs

 

Volgens de talendidacticus Gerard Westhoff is een strategie een plan van mentale handelingen om een doel te bereiken. De auteurs van Nederlands in de basisvorming. Een praktische didactiek onderbouwen hun onderwijs in het Nederlands met strategisch handelen. Daaruit is het alom bekende OVUR-stramien ontstaan dat in het onderwijs, in schoolboeken, op nascholingssessies en studiedagen wordt gehanteerd. Om doelgericht een taalhandeling binnen een communicatieve situatie efficiënt aan te leren doorloop je in gedachten de onderscheiden fasen van oriënteren (O), voorbereiden (V), uitvoeren (U) en reflecteren ( R ). Om een goed telefoongesprek te voeren oriënteer je je bijvoorbeeld op een telefoongesprek met de notaris, je bereidt het voor in een woordschemaatje, je voert het gesprek met de notaris binnen een beperkt tijdsbestek en je reflecteert achteraf of je communicatie geslaagd is, of je precies de informatie die je wilde overbrengen hebt kunnen overbrengen, of je de notaris hebt kunnen overhalen om die of die handeling binnen dat bepaald tijdsbestek uit te voeren. De kernvraag die je dan voor jezelf overweegt is: heb ik mijn gespreksdoel bereikt? is de informatie afdoende overgekomen? heb ik de notaris kunnen overhalen? Transponeer je het telefoongesprek naar de klas en wil je je leerlingen efficiënt een formeel telefoongesprek leren voeren, dan leer je hun ongeveer aan zoals hierboven geschetst is voor het telefoongesprek met de notaris.

 

De belangrijkste fase bij het toepassen van dat OVUR-stramien is zeker die reflectiefase. Helge Bonset en de andere auteurs van Nederlands in de basisvorming hanteren daarvoor de term ‘nabespreking’. In een goede  nabespreking leren de leerlingen het meest de betreffende tekstsoort beheersen. Daaruit leren ze hoe ze precies hun leerstrategie hebben toegepast, wat goed daarin was en wat communicatief is misgelopen. Dat is duidelijk een vorm van formatieve evaluatie, waarbij het leerproces wordt bekeken in functie van het geslaagd zijn van de communicatie (het leerproduct). De nabespreking wordt door gehaaste docenten vaak gewoon overgeslagen of docenten slaan de reflectiefase over omdat ze niet inzien welk ruim leervoordeel daaruit te puren valt. Dat is dan een gemiste kans om leerlingen voor een komende gelegenheid te wapenen bij een nieuwe inzet om een gelijkaardige communicatieve situatie beter het hoofd te bieden.

 

Docenten moeten zichzelf leren een nabespreking met hun leerlingen zo efficiënt mogelijk te voeren. Aankomende kandidaat-leraren zouden zeker tijdens hun opleidingstijd in de lerarenopleiding getraind moeten worden om een nabespreking doeltreffend te leren hanteren. Dat levert de lerenden telkens strategische leerwinst op.

 

We richten onze aandacht dus op tekstsoorten, dat betekent op totaalvaardigheden. Het onderwijs in de basisvaardigheden die de leerlingen moeten beheersen vooraleer ze aan die totaalvaardigheden toe komen hoort niet thuis in het klassikaal onderwijs omdat daar geen tijd voor beschikbaar is in de klas, wel bij individuele remediëring. Ook deelvaardigheden zoals we die terugvinden in het voortreffelijke Nederlands in de basisvorming kunnen slechts heel beperkt aan de orde komen. Maar breng je leerlingen de beheersing bij van de totaalvaardigheden zoals ze kunnen worden beoefend bij de behandeling van de belangrijkste tekstsoorten, dan heb je als docent een bijzonder ruime bijdrage geleverd aan hun communicatievaardigheid. En dat is toch het primordiaal doel van communicatief georiënteerd onderwijs Nederlands.

 

 


Toemaatje uitspraak

Terug

Wie met aandacht voor taalgebruik de media volgt, komt soms tot bevreemdende vaststellingen. Zo is er in Nederland duidelijk een nieuwe uitspraak van het woord ‘natuurlijk’ tot stand gekomen. Gedreven door een begrijpelijke haast om alerte en op mediabekendheid azende journalisten toch nog even voor te zijn plegen geïntervieden het frequent voorkomende woord steeds meer als ‘tuuk’ uit te spreken. Een nieuwe standaarduitspraak?

 

 

 


Contributie 2002

Terug

Wie haar of zijn contributie voor dit jaar nog niet betaald heeft, krijgt een dringend verzoek om dat nu meteen te doen. Een klein werkje: 7,5 euro overschrijven op rekening nr.001-1499716-75 van de Ver. Vl. Moedertaaldidactici, Wilrijk.

 

Enkele leden die hun contributie voor het vorige jaar wat laat betaalden, lijken ten onrechte aangenomen te hebben dat ze dat al voor het nu lopende jaar deden. Een begrijpelijke vergissing.