Over de Zeventiende Conferentie van het

Schoolvak Nederlands op 14 en 15 november 2003 in Utrecht

 


 

Al van bij de aanvang leek het een succes te worden. De voorzitter van de conferentie deelde in zijn openingstoespraak mee dat er meer dan 420 inschrijvingen waren voor de beide conferentiedagen. Daarvan waren er zowat 100 deelnemers uit Vlaanderen.

 

In het openingsgesprek tussen Frits van Oostrom en Adriaan van Dis leek het wel of de auteur die nu in Frankrijk woont zijn medegesprekspartner van het podium wilde praten. Zijn hang naar de micro was toch wel groot. Wellicht wilde hij zijn niet-onaanzienlijke gage echt verdienen. Het was wel amusant.

 

In de eerste ronde wilden Hans Hulshof en Gerard Kempen het grammaticaonderwijs weer naar voren schuiven. De Leidse hoogleraar bracht echter wel weinig echte argumentatie aan. Zijn presentatiegenoot, die geen taalkundige was maar een psycholoog, gaf ons wel een vlotte demonstratie van een ontleedprogramma op de computer dat als visueel interactief oefenprogramma goed hanteerbaar leek waarbij zowel woord-, woordgroep- als zinsontleding tegelijkertijd aan de orde kwamen.

 

In de eerste namiddagsessie volgde ik de presentatie van Helge Bonset, senior leerplanontwikkelaar bij de Stichting leerplanontwikkeling Enschede. Zijn stelling luidde “Met het Nederlands gaat het in de Tweede Fase, zeker in vergelijking met andere vakken, tamelijk goed.” Dat leek verbazingwekkend, maar was toch gestoeld op heel wat gegevens uit het lerarenveld. Dat betekende dat er aan het examenprogramma Nederlandse taal- en letterkunde voor de toekomst niet zoveel moet worden veranderd of aangepast. Toch worden enkele adviezen uitgebracht : bij mondelinge taalvaardigheid wordt een subdomein over het debat toegevoegd ; ook bij argumentatieve vaardigheden wordt geprobeerd enkele knelpunten op te ruimen; met betrekking tot het leesdossier worden enkele minpunten weggewerkt. Ook willen docenten in het algemeen dat het leesdossier verplicht wordt gesteld. De herzieningen voor het huidige vigerende examenprogramma Nederlandse taal- en letterkunde worden opgeschoven tot 2007. Bij navraag bleek dat de aanwezigen op de presentatie van Helge Bonset blijkbaar ook tevreden waren met de huidige situatie van het vak Nederlands in de Tweede Fase.

 

Voor docenten in het veld was bijzonder nuttig wat Yke Meindersma kwam demonstreren over het nabespreken van het debat in de klas. Systematisch wordt het debat in delen geanalyseerd in een nabespreking. Naarmate de leerlingen meer vertrouwd zijn met de gedegen systematiek die hun hier gepresenteerd wordt, zal de bespreking van het debat in zijn geheel voor meer beheersing van deze gesproken tekstsoort zorgen. De talrijke belangstellenden deden geboeid mee in een interactief gebeuren na een stukje visie van een leerlingendebat dat opgenomen was op videoband en dat hic et nunc aan de hand van een passend beoordelingsformulier besproken werd.

 

Ook in de kolom Spreken en luisteren  kwam de docent Gert Hendriks met zijn presentatie over hoe  hij in een heel schooljaar gespreid met om de week één lesuur daarvoor in een grote klas die wel gesplitst werd de oriënterende discussie oefende met zijn leerlingen. Het was een stringent strak systeem dat in een schooljaar wel de kans bood dat de leerlingen leerden informatie te verstrekken in een presentatie van het informatiemateriaal voor het debatthema en ook hoe ze zo’n debat als gespreksleider moeten leiden. Het verdroot mij evenwel dat het discussiëren zelf en het optreden als discussiant niet aan de orde kwam. Het discussiëren zelf was geen voorwerp van leren.

 

Zaterdagvoormiddag kregen we Dick Prak van het Instituut voor leerplanontwikkeling in Enschede aan het woord over zijn Handboek literatuur en fictieonderwijs. Dat wordt opgezet in het perspectief van vernieuwingsoperaties in het onderwijs. Het pakket omvat vier modules met een algemene inleiding, een praktijkdeel basisvorming, een praktijkdeel VMBO en een praktijkdeel Tweede Fase. Vooral het praktijkdeel VMBO vanwege Stefan van der Kist wekt onze nieuwsgierigheid op. De concepttekst van het handboek is klaar en we mogen het verschijnen verwachten voor het begin van het schooljaar 2004-2005.

 

Bijzonder boeiend, zelfs meeslepend gegeven was de presentatie van Michel Couzijn die een lessenserie kwam voorstellen over het “Vragen leren stellen over korte literaire verhalen”. Het gaat hier altijd over “echte” lezersvragen, waarop leerlingen de antwoorden niet meteen weten en die interessant genoeg zijn om er verder over na te denken en met elkaar te bespreken. Het was bijna ongelooflijk welke zinvolle en doordachte vragen worden gesteld door leerlingen aan verhaalteksten die zij te lezen krijgen. Het systeem van vragen stellen aan literaire teksten op zichzelf is niet nieuw, maar de bevlogenheid voor en de intensiteit van de beleving van de teksten is bijzonder behartenswaardig voor docenten die deze serie van 5 lessen van 45 minuten kunnen meemaken.

 

In de derde ronde van zaterdagnamiddag kwam Theo Witte van de Groningse universiteit met zijn presentatie “Literaire ontwikkeling stimuleren in het studiehuis/derde graad.” Hij presenteerde ons zijn “Differentiatiemodel Literaire Ontwikkeling” dat hij bijzonder creatief en ingenieus origineel heeft ontwikkeld en dat in grote trekken en in hoofdlijnen al vaste vorm begint te krijgen, maar dat nog moet worden verfijnd. De auteur vertrouwde mij zijn angst toe dat het model te zeer in rastervorm zou kunnen worden gehanteerd, terwijl het toch eerder in het achterhoofd van de docenten zou moeten functioneren bij hun onderwijs naar literaire competentie toe van hun pupillen.

 

Samen met Willy Weijdema, de communitymanager Nederlands en ook met Theo Witte erbij volgden we met belangstelling de presentatie door Rune Buerman van de recente en succesrijke website van de Stichting Lezen www.boekenzoeker.be . Het is inderdaad een zoekmachine voor jeugdboeken en volwassenenliteratuur op maat gericht naar 15-plussers die op zoek gaan naar hun ideale boek. Leerlingen van VMBO in Nederland en van de technische en beroepsklassen in Vlaanderen krijgen via deze site de ideale gelegenheid om voor hen passende lectuur te vinden waarmee ze zich in hun schik kunnen voelen.

 

Tot slot voor mij van de lange tweedaagse conferentie bracht Willy Weijdema de recente ontwikkelingen en de plannen van de Vakcommunity Nederlands. De Vakcommunity Nederlands krijgt in de nabije toekomst met nog wat andere vakken ruimer armslag. Zij wil beslist een rol opnemen in een aantal didactische vernieuwingen binnen het schoolvak Nederlands. Er wordt o.m. nog ruimere aandacht voorzien voor het project methodebeoordeling waarbij oordelen van gebruikers meespelen en waarbij ook via de website vergelijking tussen methodes mogelijk wordt. Webdidactiek wordt verder opgezet en reveleert de verschuivingen in de rollen van docent en leerling. Willy Weijdema wil graag ter ondersteuning een redactieraad samenstellen. Ook voor de Vereniging voor Vlaamse Moedertaaldidactici die nu al hun Nieuwsbrief op de Vakcommunity krijgen, wordt nog een ruimer plekje voorbehouden. Willy, we kijken uit naar dat alles.

 

Een vrij algemene tevredenheid over de conferentie en vooral vanwege de leraren in het veld, die toch altijd uitkijken naar nieuws en dat wat praktisch bruikbaar is voor hun klaspraktijk, stemt tot voldoening. De conferentie van het Schoolvak Nederlands 2003 in Utrecht moet dan een stimulans en aanzet zijn voor de betrokkenen naar nog meer efficiëntie en meer voldoening in hun werk met hun eigen leerlingen.

 

Ghislain Duchâteau, vakdidacticus Nederlands Hasselt.