Wie is Kris Van Rhode?

Je beheert een aantal websites, waaronder een  met heel veel gegevens over het schoolvak Nederlands. Wie je bent kunnen we op de website lezen: http://users.pandora.be/gvr/krisvr.htm  Maar kun je wat meer vertellen over je websitebeheer? Hoe lang doe je dat al? Wat is voor jou de belangrijkste reden om een site voor Nederlands te beheren? Krijg je vanuit je school of vanuit de overheid faciliteiten voor het beheer, zoals taakuren, vergoeding voor toegang tot internet, enz?

Wanneer ik precies met het maken van mijn site begonnen ben, weet ik niet.  Eigenlijk is de site ontstaan uit een eigen favorietenverzameling.  Na een tijdje hadden collega’s door dat ik nogal veel surfte, en kwamen ze me vragen of ik geen informatie over dit of dat kon vinden.  Toen besefte ik dat mijn favorietenverzameling misschien ook voor andere mensen interessant kon zijn.  Zo zijn die links op het net gekomen.  Ik vermoed dat mijn eerste site Nederlands van rond 1997 dateert.

Van de school uit krijg ik hiervoor geen vergoeding, geen taakuren.  Ik denk dat de school het beheer van deze site als een vrijetijdsbesteding van mezelf beschouwt.  Voor het maken van de schoolsite krijg ik wel taakuren (maar geen andere vergoeding).


Je surft vast heel veel op internet: hoeveel uur gemiddeld per dag/nacht?

Ook hier kan ik geen exact antwoord geven.  Ik weet wel dat ik vroeger meer dan 40 boeken per jaar las, en dat dat de laatste jaren teruggevallen was tot max. 10.  Ik vermoed dat internet met heel wat van die leesuren is gaan lopen.  Toen we hier thuis nog een trage en per verbindingsminuut te betalen internetaccount hadden, probeerde ik het surfen te beperken tot een goed uur per dag.  Na een tijdje bleek dit niet meer haalbaar, en toen zijn we overgestapt naar een breedbandverbinding (waarmee je voor een vast bedrag per maand quasi onbeperkt op het net kan).  Sindsdien begint de dag met het controleren van de mailbox. Mails lezen en beantwoorden slorpt ook heel wat tijd op.  Als er in die mails dan verwezen wordt naar een mogelijk interessante site, is er veel kans dat ik die site meteen ga bekijken.   En dan ben je vertrokken.  Ik vermoed dat ik zeker één uur per dag internet, maar ik vrees dat het gemiddelde wel minstens het dubbel (met pieken tot 4-5 uur?) is.  Uitzondering zijn de zomervakanties, sinds vorig jaar probeer ik dan minder te surfen.  Eerlijk gezegd surf ik niet alleen voor het vak Nederlands, er is van alles en nog wat dat me interesseert: informatie over andere landen, het weer in de wereld, stambomen, enz. enz.  Waar ik vroeger een encyclopedie of een woordenboek opensloeg (want dat deed ik ook veel), zal ik nu naar het internet grijpen.  Iets willen opzoeken zit me a.h.w. in de genen.  De laatste tijd probeer ik weer meer opzoekwerk in een boek te doen…  maar een boek heeft geen zoekprogramma…  en dan ga je toch weer naar het internet.


Hoe gebruiken je leerlingen je site? Geef je ze speciale opdrachten? Zo ja: kun je daar voorbeelden van geven? Gebruiken je collega's op school je websites ook? Zo ja: hoe?

Alle collega’s Nederlands hebben de URL van mijn site, ik bezorg ze ook altijd aan nieuwe collega’s (ik heb geregeld nieuwe collega’s).  Verder ga ik niet, ik beslis niet welke sites mijn collega’s moeten bezoeken.

Ik heb al enkele nascholingen gegeven.  Daarbij krijg ik telkens positieve reacties, vooral over de hoeveelheid links die ik kan geven.  Ik merk hier dat er heel veel behoefte is aan concrete lestips; blijkbaar is het niet zo evident om op internet het interessante materiaal te vinden.  (Zou ik dan toch meer surfen dan ik zelf besef?)

Mijn leerlingen krijgen de URL van mijn site in de eerste les van het schooljaar, maar meestal gebruiken ze de site pas als ze ze echt nodig hebben en als blijkt dat ze via hun gebruikelijke zoekmanier het gezochte niet vinden.  Dan zijn ze meestal wel enthousiast.  Onlangs gaf ik mijn leerlingen een opdracht i.v.m. naturalisme.  De meeste leerlingen tikken in een zoekprogramma “naturalisme” in en krijgen dan een uitgebreide lijst, waar ze niet onmiddellijk het antwoord op de door mij gestelde vragen vinden.  Als ik ze - na een tijdje, ik laat de leerlingen eerst even sudderen – wijs op mijn site (en hierin specifiek op de links naar literatuurgeschiedenis), zijn ze altijd heel tevreden, en binnen de kortste tijd werkt heel de klas enkel met mijn site.

Hetzelfde ondervind ik met boekrecensies.  Opdracht was: lees een boek en vergelijk je mening met die van een professionele (!) boekrecensent.  Ik geef ze meteen de plaats waar ze op mijn site de recensies kunnen vinden, maar toch gaan de meeste leerlingen pas daar kijken als hun zoekmanier niets opgeleverd heeft. 

Na een aantal maanden beginnen de leerlingen te geloven dat mijn site ze toch wel zoekwerk kan besparen…

Behalve de site Nederlands beheer ik samen met mijn man ook een “algemene” onderwijspagina (www.dedigitheek.be).  Op de schoolsite staat een link naar deze pagina, in de schoolbib is dit de startpagina van de pc’s.  Toch gaan heel wat collega’s en leerlingen onmiddellijk naar een zoekmachine, en zuchten …  Wie eenmaal de digitheek ontdekt heeft, is wel enthousiast. 


Zijn er volgens jou belangrijke verschillen tussen Vlaanderen en Nederland wat betreft het gebruik van ICT in het onderwijs? Zo ja: welke zijn dat dan?
Dit kan ik moeilijk beoordelen.  Als ik het aanbod op internet bekijk, dan geeft het de indruk dat er in Nederland meer met ICT gewerkt wordt.  Maar de laatste tijd ontdek ik ook geregeld heel interessante Vlaamse sites.  Ik denk dat we in Vlaanderen meer naast elkaar bezig zijn, in Nederland wordt een en ander gecentraliseerd (o.a. door Kennisnet en door Vakwijzer).  In Vlaanderen probeert men ook grotere onderwijsdatabanken te creëren, maar vermits dit meestal om vrijwilligerswerk gaat, blijft dit nogal eens in het beginstadium hangen.  En meestal zijn het dezelfde namen die je overal ziet opduiken, m.a.w. allemaal mensen die hun handen vol hebben met van alles en nog wat.

Het grote verschil tussen Nederland en Vlaanderen wordt vooral veroorzaakt door het zgn. Studiehuis.  Door deze onderwijsaanpak wordt er op een andere manier tussen leerling en leraar (bij u is een “leraar” een  “docent”) gecommuniceerd en communicatie moet dan wel via andere kanalen gebeuren.  Wil je zeker zijn dat je leerlingen je opdrachten goed begrepen hebben, en voldoende informatie krijgen, dan is het internet inderdaad het geschikte medium hiervoor.  Vermits het onderwijs in Vlaanderen quasi uitsluitend uit “contacturen” bestaat, is die behoefte aan internetcommunicatie er niet.  Het internet wordt dan gebruikt als informatiebron (naslagwerk).  Dankzij het internet zijn er al wel verschillende uitwisselingsprojecten ontstaan (in mijn school bv. met Nederland en met Tsjechië): leerlingen kunnen eerst met elkaar kennismaken via het net en dan volgt het echte contact. 

Het gebruik van ICT neemt alleszins zienderogen toe.  Elk jaar zijn er weer een aantal collega’s die de stap naar ICT in de les zetten.  Ik merk wel dat het beschikbaar zijn van pc’s erg stimulerend werkt. In het vaklokaal Nederlands beschikken we sinds dit jaar over 20 pc’s (naast andere media), zelfs collega’s die zelf (heel) weinig ICT-vaardigheden hebben, zetten hun leerlingen aan de pc.  Ze laten ze daar dan wel binnen zeer beperkte grenzen werken, bv. met een bepaald softwarepakket zodat ze toch controle kunnen uitoefenen.

En de collega die niet weet wat hij met ICT in de lessen aan moet, is meestal zelf ook geen ICT-gebruiker.

Ook bij de leerlingen ervaar ik een evolutie, tot voor enkele jaren reageerden sommige leerlingen geschrokken als ze in mijn les aan de pc “moesten” werken, nu vindt niemand dat nog abnormaal.  Eigenaardig genoeg zie ik dat sommige leerlingen vaardig met internet e.d. omgaan maar van tekstverwerking – en dus ook van wat ze nodig hebben bij het schrijven van een tekst – te weinig weten.

Ik constateer wel dat ik ICT in mijn lessen anders gebruik dan vroeger.  Dat zal er waarschijnlijk wel mee te maken hebben dat je vroeger je leerlingen a.h.w. moest overtuigen van het nut van ICT.  Nu is ICT gewoon een bijkomend, maar wel heel belangrijk, hulpmiddel geworden, zoals bv. ook video- en geluidsopnames nog steeds erg geschikte en onmisbare media zijn.

Het probleem voor echte ICT-integratie in de lessen is dat niet alle lokalen over pc’s beschikken; ik heb geen vast leslokaal (dat is in de meeste Vlaamse scholen zo), maar voor iedere klas slechts gemiddeld een uur per week les in een lokaal met pc’s (en in sommige scholen is zelfs dat niet mogelijk).  De uren die je dus in dat lokaal bent, probeer je die pc’s zoveel mogelijk  te gebruiken, en soms is dat niet altijd op de meest didactische manier (omdat je alle ICT-gebruik moet samenproppen).


Wat vind je van de nieuwe ontwikkelingen op internet, zoals weblogs, het concept webquests en Vakwijzer: de zoekmachine voor het onderwijs?
Voor de “Vakwijzer” kan ik alleen maar lof hebben.  Vooral de bladermogelijkheid en de mogelijkheid op die manier heel verfijnd een zoekopdracht te geven – ook al heb je geen trefwoord voor ogen – vind ik fantastisch.  Ik zou mijn eigen pagina graag ook zo zien, maar daarvoor beschik ik niet over voldoende ICT-kennis (en ik heb geen tijd om me daarin nog meer dan nu te verdiepen).

Webquests vind ik een goede zaak, alhoewel ik soms het gevoel heb dat men nogal snel geneigd is een bepaalde taakgerichte opdracht met een beetje ICT erin een webquest te noemen.  Ik denk dat het gebruik van webquests zeker nog zal toenemen, vooral omdat een aantal mensen die webquests (en “gewone” taakgerichte opdrachten) nog moeten ontdekken.
En wat die weblogs betreft, eerlijk gezegd heb ik moeten opzoeken wat een weblog is.  Dan bleek dat ik het fenomeen wel kende, maar de term niet.  Een goed onderhouden weblog is heel leuk, ik ken er verschillende algemene (omdat ik daarop geabonneerd ben – in de vorm van een elektronische nieuwsbrief), ik zocht en vond er nu ook heel interessante voor Nederlands... alhoewel 2 keer identiek dezelfde maar met een andere URL en een andere lay-out.  Zo’n weblog is de manier om op de hoogte te blijven van de nieuwigheden.  En je haalt er uit wat je interesseert.  Weblogs zijn vooral interessant, denk ik, als ze zich tot een bepaald domein beperken, anders zijn ze niet efficiënt genoeg (en verlies je dus tijd).  Ik ontdekte ook een weblog waarvan de laatste aanvulling van mei 2002 dateerde... lijkt me niet echt geslaagd.


Heb je tips voor collega's die ook een site voor het vak Nederlands willen gaan opzetten en beheren?
Begin er niet aan, want je krijgt er altijd maar meer werk mee.  Ik heb al verschillende keren mijn pagina willen opgeven, en haalde ze ook al eens van het net...  Er zijn enkele problemen waarmee je zeker te maken krijgt als je bv. een linksverzameling aanlegt.  Zo zijn er de steeds wisselende URL’s zodat je geregeld met dode links te maken hebt, én het steeds wisselende  aanbod. Enkele goede sites worden plots betaalsites, nieuwe sites duiken als paddestoelen uit de grond, sommige beginnen heel goed en blijven dat ook, andere geraken nooit verder dan een beginstadium.  Soms is de verpakking ook beter dan de inhoud.

Ik denk dat we op dit moment genoeg linksverzamelingen hebben, er is meer nood aan degelijk uitgebouwde lessites  (zoals die van H. van Blijswijk in Nederland of die van K. van de Velde in Vlaanderen).  Recente (goede) literatuur (de eigenlijke teksten) zou ik ook wat liever meer op het net zien, maar ik veronderstel dat de uitgevers (en schrijvers?) dit niet zo graag hebben.

Het grootste probleem bij het beheren van een site is ze “op peil” houden, en als me dat helemaal niet meer zou lukken, kap ik er liever mee.  Ik vind niet dat je het net moet volproppen met verouderd materiaal.

Voor mijn eigen lessen vind ik nu het maken van materiaal dat je in digitale leerplatformen (zoals Blackboard) kan gebruiken, belangrijker.  Ik ben hiermee pas dit jaar begonnen omdat er nu een betaalbaar Vlaams alternatief op de markt is.  (De gratis versie van Blackboard is niet zo interessant.)  Wel jammer dat je (bijna) nooit te weten komt wat anderen met hun Blackboardruimte doen, het voordeel van de beveiliging is soms ook een nadeel...

Het is dus eigenlijk een beetje dom dat we voor ICT dikwijls naast elkaar werken (met hetzelfde bezig zijn), alsof plots iedereen zijn eigen leerboek (methode) moet schrijven.

In ieder geval blijf ik nog een poosje verderwerken met ICT, die klok draaien we niet meer terug.  Ik vind wel dat we ICT moeten blijven zien als een hulpmiddel, en niet als doel op zich.  Ik gebruik geen ICT om ICT te gebruiken, maar gewoon omdat ik ICT het meest voor de hand liggende medium vind in heel wat les-, leer- en leefsituaties.


 

Opmerking:

Heel binnenkort krijgt de site een andere (bijkomende) URL: http://www.hetschoolvaknederlands.be