Het gebruik van Elektronische Leeromgevingen bij het Schoolvak Nederlands

Miniconferentie op 7 april 2004 in NEMO, Amsterdam: 13.00 – 16.30

Een kort verslag

Deelnemers

 

Naam

School

Gebruikt programma

Mailadres

7 april 2004

  1. Pierre Satijn

Elde College Schijndel

N@tschool

psatijn@home.nl

 

  1. Tanja Van Mil

Stedelijk gymnasium Hilversum

BlackBoard

milgroen@hotmail.com

verhinderd

  1. Hans Pleging

Hogeschool Rotterdam

?

H.Pleging@hro.nl

 

  1. André Hoogmoed

ELO-beheerder HRO

N@tschool

A.J.Hoogmoed@hro.nl

verhinderd

  1. Gerard Bohncke

Amstelveen College

Webschool

gerard.bohncke@wanadoo.nl

 

  1. Carolien van Keeken

Montessori Lyceum Amsterdam

digitale leeromgeving voor vmbo

caatje_k@hotmail.com

 

  1. Roelof Jan Veltkamp

Vrije School Den Haag

schoolwebsite

rj.veltkamp@planet.nl

 

  1. René van de Kraats

IVLOS Utrecht

redactieraad

R.vandeKraats@ivlos.uu.nl

verhinderd

  1. Ad van der Logt

ICLON Leiden

Redactieraad Blackboard

logt@ICLON.LeidenUniv.nl

 

  1. Carl Brüsewitz

Windesheim Zwolle

redactieraad

CF.Brusewitz@windesheim.nl

 

  1. Jaap van der Molen

Windesheim Zwolle

Blackboard

J.van.der.Molen@windesheim.nl

verhinderd

  1. Willy Weijdema

EFA, CM Ned

Blackboard, EFAdesk

W.H.Weydema@efa.nl

 

 


Na een smakelijke lunch en een kennismakingsronde demonstreerde Pierre Satijn N@tschool  met als titel/motto:

 

Slim jatten & Flexibel bouwen aan krachtig leren

 

Wat hij met deze titel bedoelde, werd heel duidelijk.

Slim jatten = goed zoeken op internet. Er is nu zoveel, en zo verschillende materiaal: daar moeten we gebruik van maken en niet, ‘zoals vroeger’, thuis achter je bureau alles weer opnieuw gaan zitten uitvinden. Er zijn ook zoveel verschillende activiteiten mogelijk: Laat leerlingen voor een module over argumenteren en debatteren de filmpjes van Het Lagerhuis op de VARAwebsite bekijken en analyseren: http://www.omroep.nl/vara/lagerhuis/  Als ze een presentatie moeten houden, laat ze dan een test doen over spreekangst: http://www.depresentatiegroep.nl/prca.html  en een site bezoeken over lichaamstaal: http://www.lichaamstaal.com/  Zulke activiteiten zijn vaak attractiever voor de leerlingen dan alleen lezen en schrijven.

Flexibel bouwen =  modules zodanig structureren, dat je voor latere versies alleen maar stukjes hoeft te vervangen. Dit principe wordt fraai weergegeven in geanimeerde puzzelstukjes op de website. De studiewijzers van Pierre bevatten altijd de volgende onderdelen:

intro's

leerdoelen

leerstof & opdrachten

planning

toetsing & beoordeling

toelichting & tips

Slim jatten betreft vooral het onderdeel leerstof & opdrachten. Dit omvat het totale leerproces: vooraf, tijdens en achteraf.

Pierre pleitte voor ‘blended learning’: gebruik de verschillende media! Opdrachten kunnen ook zijn: maak opdrachten uit je boek!

Verder gaf hij nog praktische tips.

1.       De leerlingen van de bovenbouw vwo op zijn school hebben twee lesuren Nederlands in de week, en 1 KWT-uur (keuzewerktijd). Tijdens de lesuren komen ze altijd eerst naar het lokaal Nederlands, vervolgens gaan ze aan de modules werken. De studielast voor Nederlands is per week 3 x 80 minuten.

2.       De introductie van een nieuwe module gebeurt altijd plenair.

3.       De introductiepagina van een module moet aantrekkelijk zijn: plaatje, animatie en enkele prikkelende uitspraken.

4.       Het discussieforum moet een verplicht onderdel van een module zijn: leerlingen krijgen een cijfer voor hun bijdragen!

5.       Plannen voor de toekomst zijn : interactieve toetsen aanbieden via de toetsmodule in N@tschool .

 

Daarna demonstreerde Ad van der Logt zijn module Romantische literatuur in Blackboard. Deze module functioneert al een paar jaar voor 5 vwo. A.d besteedt 1,5 uur per jaar aan het upgraden en bijstellen van de module op grond van de opgedane ervaringen. Hij vindt de opdrachten het belangrijkste. Er zijn verschillende afsluitingen mogelijk, die aansluiten bij verschillende leerstijlen en verschillende intelligenties: een verslag op papier maken is iets heel anders dan een muziekcollage maken. De leerlingen moeten toelichten waarom ze juist voor een bepaalde opdracht hebben gekozen.

Verder is Blackboard als ‘database’ ook belangrijk. Leerlingen en docenten noemen dat altijd als eerste voordeel van een elektronische leeromgeving: je documenten zijn altijd beschikbaar, geen stapels papier. Ad noemde als valkuil hiervan: de leeromgeving moet geen grabbelton worden, maar de leerlingen structuur bieden.

Ad vindt ook de discussies belangrijk: hij gebruikt de bijdragen ook bij het mentoraat. Een groot voordeel van elektronische discussies: CMC (Computer Mediated Communication) is, dat de meer bescheiden leerlingen ook aan bod komen.

 


Opvallend was, dat zowel Ad als Pierre heel positief zijn over het gebruik van elo’s. Ze hebben beiden de indruk, dat het werk van de leerlingen meer diepgang krijgt en dat ‘fraude’ eigenlijk minder is dan bij de traditionele onderwijsvormen … Met deze boodschap konden we een korte pauze ingaan, even naar elkaars omgevingen kijken op de fraaie schermen van de Kennisnetcomputers in NEMO, maar al snel moesten we aan de plenaire afsluiting beginnen.

Plenair: een Open Digitale Werkplaats

Nu bleek hoe inspirerend de voordrachten geweest waren. We kwamen tot de volgende afspraken.

  1. In de vakcommunity Nederlands komt een Open Digitale Werkplaats. Pierre Satijn wordt daar de trekker van.
  2. Pierre gaat modules bouwen voor het schooljaar 2004 – 2005 voor havo-4. In de werkplaats laat hij zien hoe hij dat doet. Het platform Elektronische Leeromgevingen bij Nederlands bouwt mee.
  3. Iedereen kan in de Open Digitale Werkplaats volgen hoe je een module voor een elektronische leeromgeving bouwt: het proces wordt transparant gemaakt. Omdat het een open werkplaats is, komt ook het gereedschap voor het bouwen van modules beschikbaar.
  4. De leden van het platform wisselen producten uit en geven commentaar op elkaars producten, waarbij het er vooral omgaat modules te ontwikkelen met effectief, gedifferentieerd, naar leerstijl en naar niveau, en uitdagend lesmateriaal. In een elektronische leeromgeving hoef je elkaar niet ‘de tent uit te vechten”, omdat je kunt laten kiezen uit lesmateriaal en opdrachten. Door middel van vragen stellen kunnen we elkaar modereren: waarom deze opdracht, waarom juist dit materiaal?
  5. Heel belangrijk is, dat we verzamelen wat er allemaal is. Pierre zou heel graag een ‘mapje’ met afstudeermateriaal van studenten aan lerarenopleidingen hebben.

 

En toen moesten we echt stoppen, omdat NEMO ging sluiten …. Iedereen heel erg bedankt voor zijn/haar bijdrage!

 

Willy Weijdema, communitymanager vakcommunity Nederlands: www.digischool.nl/communitynederlands

W.H.WEYDEMA@efa.nl