Ontwikkelingen in de vakcommunity Nederlands

 

“Weet u dat ik eigenlijk nooit alleen voor de klas van uw kinderen sta? Ik krijg hulp van wel 1500 andere leraren! We delen onze kennis en wisselen onze ervaringen uit op Kennisnet.nl. 1500 leraren weten meer dan één! Op kennisnet.nl vinden leraren en leerlingen tips en materiaal voor de lessen. En voor ouders: alles over opvoeden en onderwijs. Met Kennisnet.nl sta je er nooit alleen voor!”

                          

Dit is de tekst van een reclamespotje, dat in het najaar van 2003 geregeld op de Nederlandse radio werd uitgezonden. www.kennisnet.nl is een portal, die toegang biedt tot educatieve informatie en diensten. De website wordt onderhouden door de stichting Kennisnet, gefinancierd door het ministerie van Onderwijs. Samen met de digitale school faciliteert Kennisnet o.a. vakcommunities voor docenten. Daar gaat dit reclamespotje over.

 

De vakcommunity Nederlands is een van die vakcommunities. De communitie wordt onderhouden door Willy Weijdema, Zij doet dat een dag per week en de overige dagen is zij in dienst van de tweedegraads lerarenopleiding in Amsterdam. Omdat Willy daarom vandaag hier niet aanwezig kan zijn, mag ik haar vervangen. Ik zal uiteen proberen te zetten wat de vakcommunity te bieden heeft, wat er nu al gebeurt en welke nieuwe ontwikkelingen te verwachten zijn. Ik baseer mij hierbij vooral op een artikel dat zij onlangs publiceerde in Levende Talen.

Wat heeft de vakcommunity te bieden?

 

1.      een elektronische nieuwsbrief,

2.      een mailinglist en een

3.      forum.

 

Hoe is de stand van zaken op dit moment?

Eerst de ‘kijkcijfers’. Het aantal hits per dag varieert heel sterk. In de vakantieperiodes zijn ze laag, maar tijdens normale schoolweken scoort de community gemiddeld 100 hits per dag.

 

Dan het ledenaantal. Op 7 mei 2004 telde de community 721 leden. Er zijn grotere communities maar ook kleinere. Communities van 1500 leden of meer vind je alleen bij het primair onderwijs. Is 721 leden veel? Het aantal leden van de vakcommunities voor Engels en Duits is hoger. Toch zijn we niet ontevreden. De community Nederlands startte in 2000 met precies 2 mailadressen, waarvan eentje dat van de communitymanager was. Voor Engels en Duits waren er toen al bloeiende vaklokalen bij de digitale school. Voor Nederlands is er pas in 2003 een vaklokaal van de grond gekomen, maar dat loopt nu ook. Het vaklokaal is in principe bedoeld voor leerlingen, de vakcommunity voor docenten, maar beide groepen kunnen bij elkaar kijken, immers de websites zijn openbaar.

Wat doen de kijkers en de leden? Zowel docenten als leerlingen hebben de meeste belangstelling voor lesmateriaal; leerlingen vooral voor interactief materiaal, dat online gemaakt kan worden. docenten meer voor lessen waarbij ICT en met name internet gebruikt wordt, zoals webquests, lessen over taalverandering, over virtuele poëzie.

Kortom: er wordt veel gehaald:  In het najaar van 2003 kwam voor het eerst bij de community Nederlands materiaal achter een wachtwoord: de ‘antwoorden ‘ bij opdrachten over virtuele poëzie voor 3havo/vwo. Onmiddellijk kwamer per mail heel veel verzoeken binnen voor de login-gegevens. Het is echter de bedoeling van een community dat er ook ‘gebracht’ wordt, en dat doen veel minder mensen. Dat kan te maken hebben met schroom; niet iedereen is zomaar in staat om zelf gemaakt materiaal te publiceren. Vanmiddag vindt hier de Good Practice Markt plaats. Dat wijst er op dat velen van jullie wél bereid zijn hun ervaringen te delen met anderen. Dat kunnen jullie dus ook doen via de vakcommunitie Nederlands! 

 


Nieuwe ontwikkelingen

De nieuwe ontwikkelingen in 2004 volgen niet alleen de technische mogelijkheden op het internet zoals DAVINDI, die nieuwe onderwijszoekmachine van Kennisnet. maar zijn er vooral op gericht dat we steeds meer gezamenlijk zullen gaan doen en dat de vakcommunity een substantiële rol gaat spelen in onderwijsvernieuwing. Ik bespreek twee projecten

 

1. Project Methodebeoordeling

In opdracht van de stichting Openboek Educatief startte dit project in september 2003. De stichting Openboek Educatief heeft een heldere doelstelling: het creëren van transparantie in de leermiddelenmarkt door het aanreiken van informatie. Daartoe verzamelt en publiceert de stichting oordelen van gebruikers over o.a. methoden. Door middel van een echte online-enquête konden de communityleden hun oordeel invullen. Binnen een maand waren er 102 beoordelingen ingevuld. Het aardige hiervan is, dat je gezamenlijk een heel informatieve pagina over methodes maakt, waarop je gebruikersoordelen over verschillende methodes kunt vergelijken.

2. Webdidaktiek

 

Dit is de belangrijkste en meest ingrijpende ontwikkeling. Kennisnet heeft een website geopend:

http://webdidactiek.kennisnet.nl. We weten nog nauwelijks wat webdidactiek inhoudt; we zijn het gezamenlijk aan het uitvinden. In ieder geval worden de rollen van docent en leerling anders: docenten zullen meer begeleiden, leerlingen werken niet alleen voor het volgende proefwerk maar geven zelf betekenis aan hun leren. We communiceren ook anders en presenteren zal een belangrijke vaardigheid worden. Er moeten alternatieve leerwegen komen, zodat leerlingen keuzemogelijkheden krijgen: nog altijd het belangrijkste ideaal van de digitale school.

Tot slot

Ik ben heel optimistisch over de vakcommunity Nederlands in het jaar 2004. Kennisnet faciliteert, samen met de digitale school, om de technische ontwikkelingen te volgen. Steeds meer docenten Nederlands gaan de mogelijkheden van het internet benutten in hun onderwijs. De community Nederlands streeft ernaar, het platform te zijn waarop ervaringen uitgewisseld worden en waar materiaal gepubliceerd wordt dat andere docenten zal inspireren en stimuleren. Kijk daarom geregeld naar de community en schrijf jezelf  zodra je online bent in als lid.

 

Alvast hartelijk welkom!