Inleiding

Rond 1560 bestonden de Lage Landengrondgebied ongeveer 

de huidige Benelux uit zeventien verschillende gewestenprovincies. Ze vielen onder het bestuur van Filips IIzoon en opvolger van 

Karel V van Habsburg die tevens koning van Spanje was. In de praktijk hadden al die gewesten hun eigen wetten en regels. Als Filips algemene maatregelen afkondigde voor de Nederlanden, waren er altijd wel enkele die protesteerden omdat ze vonden dat hun vrijheden of privilegesbijzondere voorrechten 

die een gewest van de 

vorst gekregen had werden aangetast. Van georganiseerd gezamenlijk verzet tegen Filips was echter nog geen sprake.

Dat veranderde toen Filips in de zestiger jaren van de zestiende eeuw een strenge godsdienstpolitiek ging voeren. Hij vond dat in zijn rijk slechts één godsdienst beleden mocht worden en dat was het katholicisme. De lutheranen en calvinisten die in de Nederlanden woonden, waren het daar niet mee eens want zij wilden de vrijheid hebben om hun eigen godsdienst te kiezen. Onder aanvoering van Willem van OranjeEen van de hoogste edelen 

in de Nederlanden.

Onder Filips II stadhouder

van Holland, Zeeland en Utrecht. kwamen Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Groningen, Overijssel, Gelderland, Vlaanderen en Brabant toen gezamenlijk in opstand tegen Filips en in 1568 begon de Tachtig-jarige oorlogde strijd van de 

Nederlanden om zich 

los te maken van Spanje. Filips wilde de Nederlanden niet kwijt en heroverde Vlaanderen en Brabant. Toen hij in 1585 Antwerpen innam was de scheiding tussen de Noordelijke Nederlanden en de Zuidelijke Nederlanden een feit.