aandoen
[onregelmatig werkwoord]
- een kledingstuk om je heen doen
vb:het is koud buiten, je moet een jas aandoen
synoniem: aantrekken
tegenstellingen: uitdoen uittrekken
- ervoor zorgen dat iemand iets ergs meemaakt
vb:die schande kun je me niet aandoen!
- iemand een proces aandoen
[ervoor zorgen dat iemand voor de rechter moet verschijnen]
- laten werken
vb:wil je het licht aandoen?
- een goede of slechte indruk maken
vb:dat hij zo beleefd is, doet plezierig aan
Meer informatie bij:
aan beleefd buiten dat de doen een heen hij het iemand iets indruk jas je koud laten maken me niet om of proces rechter verschijnen voor werken wil zo zorgen
- onregelmatig werkwoord: aan-doen
- ik doe aan
jij/u doet aan
hij/zij doet aan
wij/zij/jullie doen aan
ik/jij/u/hij/zij deed aan
wij/zij/jullie deden aan
hij heeft aangedaan
woordenindex, inhoud