ander

[bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord]
  1. niet hetzelfde of dezelfde
    vb:ik koop een ander woordenboek
    1. om de andere dag [de ene dag wel, de andere dag niet]
    2. ik wil het een en ander bespreken [verschillende dingen]
    3. ze hebben een of ander feest [doet er niet toe wat voor feest]
    tegenstellingen: gelijk eender hetzelfde identiek
  2. niet dezelfde persoon of zaak
    vb:luister maar niet naar wat een ander zegt
    1. onder andere [naast de genoemde persoon of zaak ook nog andere dingen]
    tegenstelling: dezelfde
Meer informatie bij:
bespreken de dag dezelfde er en een feest hebben hetzelfde het ik maar naar naast niet nog om onder ook of persoon toe voor wat wel wil zaak ze
bijvoeglijk naamwoord: an-der
voornaamwoord: an-der
woordenindex, inhoud