ander
[bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord]
- niet hetzelfde of dezelfde
vb:ik koop een ander woordenboek
- om de andere dag
[de ene dag wel, de andere dag niet]
- ik wil het een en ander bespreken
[verschillende dingen]
- ze hebben een of ander feest
[doet er niet toe wat voor feest]
tegenstellingen: gelijk eender hetzelfde identiek
- niet dezelfde persoon of zaak
vb:luister maar niet naar wat een ander zegt
- onder andere
[naast de genoemde persoon of zaak ook nog andere dingen]
tegenstelling: dezelfde
Meer informatie bij:
bespreken de dag dezelfde er en een feest hebben hetzelfde het ik maar naar naast niet nog om onder ook of persoon toe voor wat wel wil zaak ze
- bijvoeglijk naamwoord: an-der
- voornaamwoord: an-der
woordenindex, inhoud