arbeider

[zelfstandig naamwoord]
  1. iemand die lichamelijk werk doet waar weinig opleiding voor nodig is
    vb:er werkten in 1900 veel arbeiders in de fabrieken
    1. gastarbeider [arbeider uit het buitenland die hier werkt]
Meer informatie bij:
buitenland de er hier het iemand in lichamelijk nodig opleiding uit veel voor waar weinig werk
zelfstandig naamwoord: ar-bei-der
de arbeider
de arbeiders
het arbeidertje
woordenindex, inhoud