aanhouden

[onregelmatig werkwoord]
  1. iemand tegenhouden
    vb:ik hield een agent aan om de weg te vragen
    1. aangehouden worden door de politie [gearresteerd worden]
  2. niet ophouden
    vb:hij hield maar aan met zijn gezeur
  3. om of op je lijf houden
    vb:Viktor hield het smerige shirt aan
Meer informatie bij:
agent aan de door een hij houden het iemand ik je lijf maar met niet om op ophouden of politie shirt te tegenhouden vragen worden
onregelmatig werkwoord: aan-hou-den
ik houd aan
jij/u houdt aan
hij/zij houdt aan
wij/zij/jullie houden aan
ik/jij/u/hij/zij hield aan
wij/zij/jullie hielden aan
hij heeft aangehouden
woordenindex, inhoud