avond

[zelfstandig naamwoord]
  1. tijd tussen middag en nacht
    vb:'s avonds staat altijd de televisie aan
    tegenstellingen: morgen ochtend
Meer informatie bij:
altijd aan de en middag nacht staat televisie tijd tussen
zelfstandig naamwoord: a-vond
de avond
de avonden
het avondje
woordenindex, inhoud