aantrekken

[onregelmatig werkwoord]
  1. een kledingstuk om je heen doen
    vb:wil je dat jasje even aantrekken?
    synoniem: aandoen
    tegenstellingen: uitdoen uittrekken
  2. het strakker doen
    vb:hij trok de veters een beetje aan
  3. het naar zich toe halen
    vb:de magneet trekt ijzer aan
  4. interessant vinden
    vb:dat plan trekt me niet aan
  5. je er druk over maken
    vb:hij trekt zich het ontslag erg aan
algemene uitdrukkingen:
  1. nieuw personeel aantrekken [nieuwe medewerkers oproepen en aanstellen]
Meer informatie bij:
aan beetje dat de doen er en een erg even heen hij het halen ijzer interessant je magneet maken me naar niet nieuw om ontslag oproepen personeel plan toe vinden wil zich
onregelmatig werkwoord: aan-trek-ken
ik trek aan
jij/u trekt aan
hij/zij trekt aan
wij/zij/jullie trekken aan
ik/jij/u/hij/zij trok aan
wij/zij/jullie trokken aan
hij heeft aangetrokken
woordenindex, inhoud