afnemen
[onregelmatig werkwoord]
- het bij hem weghalen
vb:de leraar heeft hem het mes afgenomen
synoniem: afpakken
- hem iets laten doen
vb:ik ga jullie een examen afnemen
- minder of kleiner worden
vb:de belangstelling voor deze school neemt af
tegenstelling: toenemen
- kopen
vb:hoeveel boeken hebben ze afgenomen?
- met een doek schoonmaken
vb:wil jij die tafel even afnemen?
Meer informatie bij:
af belangstelling de deze doek doen een even examen hebben hem hoeveel het iets ik jullie jij kopen laten leraar mes met minder of school schoonmaken tafel voor wil worden ze
- onregelmatig werkwoord: af-ne-men
- ik neem af
jij/u neemt af
hij/zij neemt af
wij/zij/jullie nemen af
ik/jij/u/hij/zij nam af
wij/zij/jullie namen af
hij heeft afgenomen
woordenindex, inhoud