bezitten

[onregelmatig werkwoord]
  1. dat het van iemand is
    vb:wij bezitten een groot huis
    synoniem: hebben
    tegenstelling: missen
Meer informatie bij:
dat een groot huis het iemand van wij
onregelmatig werkwoord: be-zit-ten
ik bezit
jij/u bezit
hij/zij bezit
wij/zij/jullie bezitten
ik/jij/u/hij/zij bezat
wij/zij/jullie bezaten
hij heeft bezeten
woordenindex, inhoud