bezoek
[zelfstandig naamwoord]
- het naar iemand toe gaan
vb:we gaan op bezoek bij Ahmed
synoniem: visite
- de mensen die naar iemand toe gaan
vb:het bezoek bleef niet lang
synoniem: visite
Meer informatie bij:
de gaan het iemand lang naar niet op toe we
- zelfstandig naamwoord: be-zoek
- het bezoek
de bezoeken
het bezoekje
woordenindex, inhoud