bezoek

[zelfstandig naamwoord]
  1. het naar iemand toe gaan
    vb:we gaan op bezoek bij Ahmed
    synoniem: visite
  2. de mensen die naar iemand toe gaan
    vb:het bezoek bleef niet lang
    synoniem: visite
Meer informatie bij:
de gaan het iemand lang naar niet op toe we
zelfstandig naamwoord: be-zoek
het bezoek
de bezoeken
het bezoekje
woordenindex, inhoud