bezoeken

[onregelmatig werkwoord]
  1. bij hem op visite gaan
    vb:we hebben gisteren onze familie bezocht
    synoniem: opzoeken
Meer informatie bij:
familie gaan gisteren hebben hem op we
onregelmatig werkwoord: be-zoe-ken
ik bezoek
jij/u bezoekt
hij/zij bezoekt
wij/zij/jullie bezoeken
ik/jij/u/hij/zij bezocht
wij/zij/jullie bezochten
hij heeft bezocht
woordenindex, inhoud