bezondigen

[regelmatig werkwoord]
  1. iets doen wat eigenlijk niet mag
    vb:af en toe bezondig ik me aan een lekker gebakje
Meer informatie bij:
af aan doen en een eigenlijk iets ik lekker me niet toe wat
regelmatig werkwoord: be-zon-di-gen
ik bezondig
jij/u bezondigt
hij/zij bezondigt
wij/zij/jullie bezondigen
ik/jij/u/hij/zij bezondigde
wij/zij/jullie bezondigden
hij heeft bezondigd
woordenindex, inhoud