borst
[zelfstandig naamwoord]
- voorkant van lichaam tussen hals en buik
vb:hij heeft een brede borst
- het stuit me tegen de borst
[ik vind het afschuwelijk]
- uit volle borst zingen
[heel hard zingen]
- hij klopt zich op de borst
[laat blijken dat hij zichzelf erg goed vindt]
- maak je borst maar nat
[bereid je er maar op voor]
- elk van twee verdikkingen bij vrouwen waar melk uit kan komen
vb:ze gaf haar baby de borst
Meer informatie bij:
afschuwelijk baby bereid blijken buik dat de er en een elk erg hard heel hij het hals ik je komen laat lichaam maar melk me nat op tegen tussen uit van voor waar ze zich zichzelf zingen
- zelfstandig naamwoord: borst
- de borst
de borsten
het borsttje
woordenindex, inhoud