buurt
[zelfstandig naamwoord]
- dichtbij
vb:we wonen in de buurt van het station
- groep huizen die bij elkaar staan
vb:het is feest in onze buurt
Meer informatie bij:
de dichtbij elkaar feest groep het in staan station van we wonen
- zelfstandig naamwoord: buurt
- de buurt
de buurten
het buurtje
woordenindex, inhoud