compleet

[bijvoeglijk naamwoord]
  1. zonder dat er iets ontbreekt
    vb:ik heb de hele serie boeken compleet
    synoniemen: geheel volledig totaal helemaal heel vol
    tegenstellingen: deel stuk part onderdeel element gedeelte
Meer informatie bij:
dat de er iets ik serie zonder
bijvoeglijk naamwoord: com-pleet
compleeter
compleetst
woordenindex, inhoud