drukken

[regelmatig werkwoord]
  1. er (met kracht) op duwen
    vb:Milo drukt op de knop
    1. hem de hand drukken [hem een hand geven]
    2. het voorstel erdoor drukken [ervoor zorgen dat het aangenomen wordt]
    3. hem iets op het hart drukken [het met veel nadruk zeggen]
  2. er een of meer exemplaren van maken
    vb:het boek wordt gedrukt
  3. onverteerd voedsel door je anus naar buiten laten komen
    vb:hij zat net te drukken toen de telefoon ging
    synoniem: poepen
  4. niet doen wat je moet doen
    vb:hij drukt zich altijd bij vervelende karweitjes
algemene uitdrukkingen:
  1. de kosten drukken [die laag houden]
Meer informatie bij:
altijd boek buiten dat de doen door er een geven hand hart hem hij houden het iets je komen kosten kracht laag laten maken meer met naar nadruk niet op of te telefoon toen van veel voorstel wat zat zeggen zich zorgen
regelmatig werkwoord: druk-ken
ik druk
jij/u drukt
hij/zij drukt
wij/zij/jullie drukken
ik/jij/u/hij/zij drukte
wij/zij/jullie drukten
hij heeft gedrukt
woordenindex, inhoud