erg

[bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord]
  1. heel vervelend
    vb:ik vind het erg dat hij boos is
    1. het is meer dan erg [ontzettend vervelend]
    synoniem: naar
  2. heel veel, hevig
    vb:ze had erge hoofdpijn
    tegenstellingen: beetje iets wat enigszins
algemene uitdrukkingen:
  1. het zonder erg gedaan hebben [zonder dat ik me ervan bewust was]
  2. ik had er geen erg in [ik heb het niet gemerkt]
Meer informatie bij:
bewust boos dat dan er geen hebben heel hevig hij het in ik meer me niet veel vervelend ze zonder
bijvoeglijk naamwoord: erg
erger
ergst
zelfstandig naamwoord: erg
woordenindex, inhoud