extra
[bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord]
- onverwacht en anders dan normaal
vb:we krijgen af en toe een extraatje van de baas
- nog iets erbij, een grotere hoeveelheid dan gewoonlijk
vb:hij kreeg extra zakgeld
synoniem: meer
tegenstelling: minder
Meer informatie bij:
anders af baas de dan en een gewoonlijk hij hoeveelheid iets krijgen nog normaal onverwacht toe van we
- bijvoeglijk naamwoord: ex-tra
- zelfstandig naamwoord: ex-tra
- de extra's
het extraatje
woordenindex, inhoud