extra

[bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord]
  1. onverwacht en anders dan normaal
    vb:we krijgen af en toe een extraatje van de baas
  2. nog iets erbij, een grotere hoeveelheid dan gewoonlijk
    vb:hij kreeg extra zakgeld
    synoniem: meer
    tegenstelling: minder
Meer informatie bij:
anders af baas de dan en een gewoonlijk hij hoeveelheid iets krijgen nog normaal onverwacht toe van we
bijvoeglijk naamwoord: ex-tra
zelfstandig naamwoord: ex-tra
de extra's
het extraatje
woordenindex, inhoud