feest

[zelfstandig naamwoord]
  1. plechtige of vrolijke viering van iets
    vb:Sinterklaas vind ik een gezellig feest
  2. bijeenkomst van mensen die iets vieren
    vb:Arie en Marie hebben een feest georganiseerd
    1. een feestje bouwen [een feest organiseren]
    2. dat feest gaat niet door [daar komt niets van in]
    synoniemen: fuif partij
Meer informatie bij:
bijeenkomst bouwen dat daar door en een gezellig hebben iets in ik niet niets organiseren of van vieren
zelfstandig naamwoord: feest
het feest
de feesten
het feestje
woordenindex, inhoud