genieten

[onregelmatig werkwoord]
  1. er plezier aan beleven
    vb:we hebben erg genoten van die muziek
    tegenstelling: ergeren
algemene uitdrukkingen:
  1. hij was niet te genieten [in een erg slechte bui]
Meer informatie bij:
aan beleven bui er een erg hebben hij in muziek niet plezier te van we
onregelmatig werkwoord: ge-nie-ten
ik geniet
jij/u geniet
hij/zij geniet
wij/zij/jullie genieten
ik/jij/u/hij/zij genoot
wij/zij/jullie genoten
hij heeft genoten
woordenindex, inhoud