heel
[bijvoeglijk naamwoord, bijwoord]
- zonder dat er iets ontbreekt
vb:deze puzzel is nog heel
synoniemen: geheel compleet volledig totaal helemaal vol
tegenstellingen: deel stuk part onderdeel element gedeelte
- niet gebroken, gebarsten of gescheurd
vb:alle kopjes zijn stuk, maar die ene is nog heel
tegenstellingen: kapot stuk
- erg, zeer
vb:daar ben ik heel blij mee
- algemene uitdrukkingen:
-
- een heel getal
[getal dat geen breuk is]
Meer informatie bij:
alle blij breuk dat daar deze er een erg geen getal iets ik maar mee niet nog of stuk zeer zonder
- bijvoeglijk naamwoord: heel
- bijwoord: heel
woordenindex, inhoud