heel

[bijvoeglijk naamwoord, bijwoord]
  1. zonder dat er iets ontbreekt
    vb:deze puzzel is nog heel
    synoniemen: geheel compleet volledig totaal helemaal vol
    tegenstellingen: deel stuk part onderdeel element gedeelte
  2. niet gebroken, gebarsten of gescheurd
    vb:alle kopjes zijn stuk, maar die ene is nog heel
    tegenstellingen: kapot stuk
  3. erg, zeer
    vb:daar ben ik heel blij mee
algemene uitdrukkingen:
  1. een heel getal [getal dat geen breuk is]
Meer informatie bij:
alle blij breuk dat daar deze er een erg geen getal iets ik maar mee niet nog of stuk zeer zonder
bijvoeglijk naamwoord: heel
bijwoord: heel
woordenindex, inhoud