het

[lidwoord, voornaamwoord]
  1. wordt gebruikt voor een onzijdig zelfstandig naamwoord dat bekend of bepaald is
    vb:heb je het kind een ijsje gegeven?
  2. derde persoon enkelvoud, onzijdige vorm
    vb:het regent al dagen
Meer informatie bij:
al bekend bepaald dat een gegeven je kind of persoon voor vorm zelfstandig
lidwoord: het
voornaamwoord: het
woordenindex, inhoud