in
[bijwoord, voorzetsel]
- niet (als woorddeel, ook im of il)
vb:informeel, immobiel, illegaal
- geeft een richting aan
vb:we gingen het bos in
- in de mode
vb:lange rokken zijn weer in
tegenstelling: uit
- richting van buiten naar binnen
vb:doe de suiker maar in de koffie
tegenstelling: uit
- geeft tijdstip of tijdsduur aan
vb:in het najaar vallen de blaren
- geeft een plaats aan
vb:Jan is in de slaapkamer
synoniem: te
- algemene uitdrukkingen:
-
- Arie is in de veertig
[iets ouder dan veertig]
- ik kan er wel in komen
[ik kan het wel begrijpen]
- ik ben er helemaal in
[ga er helemaal in op]
- die bal is in
[binnen de lijn]
- erin stinken
[bedrogen worden, beetgenomen worden]
- erin tuinen
[beetgenomen worden]
Meer informatie bij:
als aan bal begrijpen binnen bos buiten de dan er een helemaal het iets illegaal ik koffie komen lijn maar mode naar najaar niet ook op of ouder plaats richting stinken suiker vallen van we weer wel worden
- bijwoord: in
- voorzetsel: in
woordenindex, inhoud