inzet

[zelfstandig naamwoord]
  1. de mate waarin hij zich inspant
    vb:deze leerlingen tonen veel inzet
  2. geld dat je geeft voor een gokwedstrijd
    vb:de inzet is 100 gulden
  3. waar het om gaat
    vb:de inzet van die ruzie was de keuze voor een televisieprogramma
Meer informatie bij:
dat de deze een geld gulden hij het je keuze mate om ruzie tonen van veel voor waar zich
zelfstandig naamwoord: in-zet
de inzet
woordenindex, inhoud