inzet
[zelfstandig naamwoord]
- de mate waarin hij zich inspant
vb:deze leerlingen tonen veel inzet
- geld dat je geeft voor een gokwedstrijd
vb:de inzet is 100 gulden
- waar het om gaat
vb:de inzet van die ruzie was de keuze voor een televisieprogramma
Meer informatie bij:
dat de deze een geld gulden hij het je keuze mate om ruzie tonen van veel voor waar zich
- zelfstandig naamwoord: in-zet
- de inzet
woordenindex, inhoud