je
[voornaamwoord]
- tweede persoon enkelvoud, object
vb:heeft Iris je gezien?
synoniem: jou
- de andere persoon, tweede persoon enkelvoud, subject
vb:je moet oppassen, Anton
synoniem: jij
- bezittelijk: hij is van die andere persoon
vb:mag Hans je schaatsen lenen?
synoniem: jouw
- wederkerend voornaamwoord, tweede persoon
vb:je vergist je, Arie
Meer informatie bij:
de hij lenen oppassen persoon van
- voornaamwoord: je
woordenindex, inhoud