keel
[zelfstandig naamwoord]
- wat achterin je mond zit
vb:toen ik slikte had ik pijn in mijn keel
- het kind zette een keel op
[begon hard te huilen]
- het hangt mij de keel uit
[ik heb er genoeg van]
- ik kon het niet door mijn keel krijgen
[ik kon het niet eten]
Meer informatie bij:
de door er een eten genoeg hard het huilen in ik je kind krijgen mij mond mijn niet op pijn te toen uit van wat
- zelfstandig naamwoord: keel
- de keel
de kelen
het keeltje
woordenindex, inhoud