klein
[bijvoeglijk naamwoord]
- wie of wat weinig ruimte inneemt
vb:ze is klein voor haar leeftijd
- een klein eindje
[een kort stukje]
- ik krijg hem wel klein
[ik win het wel van hem]
- wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd
[wie niet blij is met iets kleins, is het niet waard iets groots te krijgen]
- hij is voor geen kleintje vervaard
[durft alles aan]
tegenstelling: groot
- jong
vb:je bent nog te klein om zo lang op te blijven
Meer informatie bij:
alles aan blij blijven een geen hem hij het iets ik je jong kort krijgen lang leeftijd met niet nog om op of ruimte te van voor waard wat weinig wel wie ze zo
- bijvoeglijk naamwoord: klein
- kleiner
kleinst
woordenindex, inhoud