klep

[zelfstandig naamwoord]
  1. holte achter je lippen waarmee je eet en praat
    vb:hou je klep toch eens dicht!
    synoniem: mond
  2. soort deksel dat aan één kant vast zit
    vb:de klep van de brievenbus
  3. uitstekend deel van een pet
    vb:door die klep schijnt de zon niet in je ogen
Meer informatie bij:
achter aan dat de deel dicht door en een eens in je kant niet pet soort toch uitstekend van vast zon
zelfstandig naamwoord: klep
de klep
de kleppen
het klepje
woordenindex, inhoud