klep
[zelfstandig naamwoord]
- holte achter je lippen waarmee je eet en praat
vb:hou je klep toch eens dicht!
synoniem: mond
- soort deksel dat aan één kant vast zit
vb:de klep van de brievenbus
- uitstekend deel van een pet
vb:door die klep schijnt de zon niet in je ogen
Meer informatie bij:
achter aan dat de deel dicht door en een eens in je kant niet pet soort toch uitstekend van vast zon
- zelfstandig naamwoord: klep
- de klep
de kleppen
het klepje
woordenindex, inhoud