lichaam

[zelfstandig naamwoord]
  1. geheel van botten, organen, spieren waaruit een mens bestaat
    vb:haar hele lichaam deed pijn
    synoniem: lijf
    tegenstellingen: geest ziel
  2. middelste deel van een mens
    vb:je armen en benen zitten vast aan je lichaam
    synoniem: romp
algemene uitdrukkingen:
  1. een hemellichaam [een ster of planeet]
Meer informatie bij:
aan deel en een geheel je mens of pijn van vast zitten
zelfstandig naamwoord: li-chaam
het lichaam
de lichamen
het lichaampje
woordenindex, inhoud