maar

[voegwoord, bijwoord]
  1. geeft een tegenstelling aan
    vb:hij is wel aardig, maar ook een beetje gek
    synoniemen: doch echter nochtans
  2. niet meer dan dat
    vb:hij heeft maar twee kinderen
    synoniemen: slechts enkel [2]
algemene uitdrukkingen:
  1. laat maar [het hoeft niet meer]
  2. nee maar! [verbaasde uitroep]
  3. toe maar [ga ermee door]
  4. ik deed het zo maar [zonder duidelijke reden]
  5. het is maar al te duidelijk [erg duidelijk]
  6. hij bleef maar eten [hij ging ermee door]
Meer informatie bij:
al aardig aan beetje dat dan door duidelijk een erg eten gek hij het ik laat meer nee niet ook reden te tegenstelling toe wel zo zonder
voegwoord: maar
bijwoord: maar
woordenindex, inhoud