nest
[zelfstandig naamwoord]
- slaapplaats van onderstel met matras erop
vb:kom toch eens uit je nest, joh!
synoniem: bed
- vlechtwerk van takjes waar een vogel eitjes legt
vb:er lagen drie eitjes in het nest
- groep dieren die gelijk geboren zijn
vb:we hebben een nest jonge honden
- algemene uitdrukkingen:
-
- zij komt uit een goed nest
[uit een goede familie]
Meer informatie bij:
er een eens familie geboren gelijk groep hebben het in je met toch uit van vogel waar we zij
- zelfstandig naamwoord: nest
- het nest
de nesten
het nestje
woordenindex, inhoud