nest

[zelfstandig naamwoord]
  1. slaapplaats van onderstel met matras erop
    vb:kom toch eens uit je nest, joh!
    synoniem: bed
  2. vlechtwerk van takjes waar een vogel eitjes legt
    vb:er lagen drie eitjes in het nest
  3. groep dieren die gelijk geboren zijn
    vb:we hebben een nest jonge honden
algemene uitdrukkingen:
  1. zij komt uit een goed nest [uit een goede familie]
Meer informatie bij:
er een eens familie geboren gelijk groep hebben het in je met toch uit van vogel waar we zij
zelfstandig naamwoord: nest
het nest
de nesten
het nestje
woordenindex, inhoud