ophalen

[regelmatig werkwoord]
  1. komen halen om mee te nemen
    vb:komt je vader je ophalen op het vliegveld?
    synoniem: afhalen
    tegenstelling: deponeren
  2. weer weten hoe het was
    vb:ik moet mijn wiskunde ophalen
  3. verzamelen door bij mensen langs te gaan
    vb:wij halen geld op voor de club
  4. er een beter cijfer voor halen
    vb:ik moet het cijfer voor wiskunde ophalen
algemene uitdrukkingen:
  1. zijn schouders ophalen [ze optillen als teken dat het je niet kan schelen]
Meer informatie bij:
als beter cijfer club dat de door er een gaan geld hoe het halen ik je komen langs mee mijn nemen niet om op optillen schelen te teken vader verzamelen voor weer weten wij wiskunde ze
regelmatig werkwoord: op-ha-len
ik haal op
jij/u haalt op
hij/zij haalt op
wij/zij/jullie halen op
ik/jij/u/hij/zij haalde op
wij/zij/jullie haalden op
hij heeft opgehaald
woordenindex, inhoud