of

[voegwoord]
  1. verbinding tussen twee mogelijkheden
    vb:je gaat naar school of je gaat werken
  2. geeft aan dat het onzeker is
    vb:ik weet nog niet of ze komt
    1. hij deed of hij mij niet zag [alsof hij mij niet zag]
    2. of je gaat naar school, of je gaat werken [een van beide]
    3. het is een kilometer of tien [ongeveer tien kilometer]
    4. een dag of wat geleden [een paar dagen geleden]
    5. heb je lekker gegeten? nou, en of! [zeker!]
    6. nauwelijks was hij weg of ze begon te huilen [ze begon te huilen direct nadat hij weg was]
Meer informatie bij:
alsof aan beide dat dag direct en een geleden hij het huilen ik je kilometer lekker mij naar nadat nauwelijks niet nog nou ongeveer paar school te tussen van wat werken ze zeker
voegwoord: of
woordenindex, inhoud