pijn

[zelfstandig naamwoord]
  1. vervelend gevoel ergens in je lichaam
    vb:als je ziek bent, heb je vaak ergens pijn
    1. pijn in je portemonnee [geldgebrek]
  2. verdriet
    vb:je hebt me veel pijn gedaan met die woorden
    1. met pijn en moeite [met erg veel inspanning]
Meer informatie bij:
als en erg ergens gevoel in je lichaam met moeite me portemonnee vaak veel verdriet vervelend ziek
zelfstandig naamwoord: pijn
de pijn
de pijnen
het pijntje
woordenindex, inhoud