regelmatig

[bijvoeglijk naamwoord]
  1. met vaste tijdsduur ertussen
    vb:ik zoek mijn ouders regelmatig op
  2. met alles op de juiste plaats
    vb:een regelmatig gebit
Meer informatie bij:
alles de een gebit ik met mijn op plaats
bijvoeglijk naamwoord: re-gel-ma-tig
regelmatiger
regelmatigst
woordenindex, inhoud