regelmatig
[bijvoeglijk naamwoord]
- met vaste tijdsduur ertussen
vb:ik zoek mijn ouders regelmatig op
- met alles op de juiste plaats
vb:een regelmatig gebit
Meer informatie bij:
alles de een gebit ik met mijn op plaats
- bijvoeglijk naamwoord: re-gel-ma-tig
- regelmatiger
regelmatigst
woordenindex, inhoud