stad
[zelfstandig naamwoord]
- grote plaats waar veel mensen wonen
vb:Amsterdam en Rotterdam zijn steden
- we gaan de stad in
[naar het centrum om te winkelen]
- ik heb er stad en land voor afgelopen
[ik heb er overal naar gezocht]
- in de stad eten
[buitenshuis eten]
Meer informatie bij:
centrum de er en eten gaan het in ik land naar om overal plaats te veel voor waar we wonen
- zelfstandig naamwoord: stad
- de stad
de steden
het stadje
woordenindex, inhoud