toe

[bijwoord, tussenwerpsel]
  1. je kunt er niet bij of in of door
    vb:het kind deed zijn oogjes toe
    synoniemen: dicht gesloten
    tegenstelling: open
  2. als extra
    vb:hij kreeg nog geld toe voor dit karwei
  3. heen
    vb:waar gaan we naar toe?
    1. hij zat met zijn rug naar het raam toe [naar het raam gekeerd]
  4. aansporing
    vb:toe, doe je schoenen eens aan
    1. toe maar [vooruit maar]
  5. als nagerecht
    vb:wat eten we toe?
algemene uitdrukkingen:
  1. ik ben eraan toe [ik wil graag beginnen]
  2. tot nu toe [tot aan dit moment]
  3. af en toe [zo nu en dan]
  4. hij is er slecht aan toe [het gaat slecht met hem]
  5. dat doet er niet toe [het geeft niet]
Meer informatie bij:
als af aan beginnen dat dan dit door er en eens eten extra gaan geld graag heen hem hij het in ik je kind maar met moment naar niet nog nu of raam rug slecht tot voor waar wat we wil zat zo
bijwoord: toe
tussenwerpsel: toe
woordenindex, inhoud