teen
[zelfstandig naamwoord]
- beweegbaar uitsteeksel aan je voet, met nagel erop
vb:mensen hebben tien tenen
- met kromme tenen
[vol schaamte en ergernis]
- gauw op zijn teentjes getrapt zijn
[snel beledigd zijn]
- lange tenen hebben
[snel beledigd zijn]
- op je tenen lopen
[meer moeten doen dan je eigenlijk aankunt]
Meer informatie bij:
aan dan doen en eigenlijk gauw hebben je lopen meer met moeten op snel voet vol
- zelfstandig naamwoord: teen
- de teen
de tenen
het teentje
woordenindex, inhoud