vertellen

[regelmatig werkwoord]
  1. het mondeling doorgeven
    vb:mijn opa kan prachtig vertellen
    1. het in geuren en kleuren vertellen [heel uitgebreid]
    2. niet veel te vertellen hebben [niet veel macht hebben]
    3. dat hoef je mij niet te vertellen [dat weet ik allang]
    4. het verder vertellen [aan andere mensen]
    5. vertel mij wat! [dat weet ik allang]
    6. je kunt me nog meer vertellen! [dat geloof ik niet]
Meer informatie bij:
aan dat doorgeven en geloof hebben heel hoef het in ik je macht meer mij me mijn niet nog opa prachtig te veel verder wat
regelmatig werkwoord: ver-tel-len
ik vertel
jij/u vertelt
hij/zij vertelt
wij/zij/jullie vertellen
ik/jij/u/hij/zij vertelde
wij/zij/jullie vertelden
hij heeft verteld
woordenindex, inhoud