wiel

[zelfstandig naamwoord]
  1. rond voorwerp dat kan draaien en dat op de bodem rust
    vb:de wielen zorgen ervoor dat een auto kan rijden
    1. hem in de wielen rijden [hinderen]
    2. het wiel opnieuw uitvinden [iets bedenken dat iemand anders al bedacht]
    3. het vijfde wiel aan de wagen [iemand die overbodig is]
Meer informatie bij:
al anders aan bedenken dat de draaien en een hem hinderen het iemand iets in op opnieuw rijden rond rust zorgen
zelfstandig naamwoord: wiel
het wiel
de wielen
het wieltje
woordenindex, inhoud