zeggen

[onregelmatig werkwoord]
  1. het mondeling onder woorden brengen
    vb:hij zegt dat hij geen tijd heeft
    1. zo gezegd, zo gedaan [het is gebeurd zoals het was afgesproken]
    2. zeg .... [luister eens]
    3. zeg dat wel! [inderdaad]
    4. daar is veel voor te zeggen [dat is een goed idee]
    5. nee zeggen [weigeren]
    6. het voor het zeggen hebben [de baas zijn]
    7. eerlijk gezegd [als ik eerlijk ben]
    8. hij zegt van wel [dat het wel zo is]
  2. betekenen
    vb:dat wil zeggen: je bent geslaagd
    1. dat zegt me niets [dat betekent niets voor me]
Meer informatie bij:
als baas betekenen brengen dat de daar een eens eerlijk geen hebben hij het idee inderdaad ik je me nee niets onder te tijd van veel voor weigeren wel wil zo zoals
onregelmatig werkwoord: zeg-gen
ik zeg
jij/u zegt
hij/zij zegt
wij/zij/jullie zeggen
ik/jij/u/hij/zij zei
wij/zij/jullie zeiden
hij heeft gezegd
woordenindex, inhoud